PIONIER IN PROFESSIONEEL ZWEMMEN

Nog niet zo lang geleden zagen sponsors hem niet staan en kwam Marcel Wouda rond van 'een hongerloontje'. Tegenwoordig beschikt de wereldkampioen over een manager en moet de 26-jarige zwemmer vaker dan hem lief is 'nee' zeggen als 'de telefoon voor de zoveelste keer heeft gerinkeld'.

Met vliegende vaart zette Marcel Wouda afgelopen vrijdag koers richting Duitsland. Twee dagen eerder had hij uit handen van NOC*NSF de sleutels in ontvangst genomen van een gloednieuwe auto, ter beschikking gesteld door een van de hoofdsponsors van de nationale sportkoepel. Honderdnegentig kilometer per uur is de topsnelheid, zo las Wouda in de bijgeleverde folder. Het bleek geen verkooppraatje van de fabrikant, constateerde de zwemmer toen hij het gaspedaal tot op de bodem indrukte op de snelweg richting Gelsenkirchen. Grijnzend: “Ik kon de verleiding niet weerstaan. Snelheid fascineert mij.”

Wouda's krachttoer over de Duitse Autobahn droeg een symbolisch karakter. Twee maanden geleden schreef hij geschiedenis door bij de WK in Perth als eerste Nederlandse zwemmer een wereldtitel op te eisen. Rust is sindsdien een spaarzaam goed in het leven van de 26-jarige Brabander en de 'vlucht' naar Gelsenkirchen kwam dan ook als geroepen. “Het klinkt vreemd, maar wedstrijden in het buitenland beschouw ik tegenwoordig als een manier om weer even op adem te komen. Tot voor kort was het precies andersom: in Nederland kwam ik tot rust, in het buitenland moest ik aan de bak.”

Sinds twee maanden rinkelt in Eindhoven bijna onophoudelijk de telefoon. Zijn digitale brievenbus op Internet barst bijkans uit zijn voegen van de honderden e-mails (“Ik kan ze onmogelijk allemaal beantwoorden”) die hij de laatste weken vanuit alle windstreken op zijn beeldscherm aantrof. Wouda zegt zich nog vrijwel dagelijks te verbazen over de verzoeken die hem bereiken. “Of ik een zwembad wil openen, of ik in een tv-quiz wil komen opdraven, of ik een lezing wil verzorgen bij een bedrijf, of ik bij de PvdA in Tilburg aanwezig wil zijn op een partijbijeenkomst. En zo gaat het maar door. Ik vind al die belangstelling supermooi en het liefst zou ik overal op ingaan. Toch moet ik zo nu en dan 'nee' zeggen, al is dat niet altijd even makkelijk. Maar ja, ik moet ook nog in het water liggen.”

Zijn prestaties lijden vooralsnog niet onder alle aandacht, zo bleek dit weekeinde bij wereldbekerwedstrijden kortebaan in Gelsenkirchen. Nadat Wouda zaterdag de 100 en de 400 meter wisselslag op zijn naam schreef, voegde hij daar een dag later een derde overwinning aan toe, op de 200 meter wissel. Niettemin overheerste de teleurstelling gisteren bij Wouda na zijn trilogie in het Zentralbad. De prijs voor de beste overall prestatie, een auto ter waarde van ruim dertigduizend gulden, ging aan zijn neus voorbij. “Dat wordt het verjaardagscadeau voor mijn moeder”, sprak hij zaterdag, in de vaste overtuiging dat de bonusprijs hem niet zou kunnen ontgaan.

Desondanks kon Wouda terugzien op een geslaagd optreden in het bassin waar hij vorig jaar zijn eerste wereldrecord op de 400 meter wisselslag liet aantekenen. Door zijn drie overwinningen nam hij de leiding in het wisselslag-klassement over van de Duitser Christian Keller. Met nog twee wedstrijden op het programma, morgen en overmorgen in Imperia en komend weekeinde in Parijs, kan de eindzege Wouda nauwelijks meer ontgaan. Het betekent dat hij over een week vermoedelijk ruim 18.000 gulden mag bijschrijven op zijn bankrekening, die zo langzamerhand een florissante aanblik biedt. “Niemand hoeft meer medelijden met mij te hebben. Ik verdien weliswaar nog niet zoveel als de eerste de beste profvoetballer, maar de tijden dat ik mijn hand moest ophouden zijn gelukkig voorgoed voorbij.”

Om zijn zakelijke beslommeringen in juiste banen te leiden sloot Wouda afgelopen week een overeenkomst met manager Jos Smulders, in sportkringen vooral bekend als directeur van de stichting Top Volleybal Nederland. Daarmee kwam een einde aan de samenwerking met Kees Ploegsma. In de ogen van Wouda werden zijn belangen onvoldoende behartigd door de voormalige manager van PSV. “Kees' interesse ligt bij het voetbal. Dat is gezien zijn verleden niet zo vreemd. Daar is bovendien het grote geld te verdienen, dus helemaal ongelijk geef ik hem niet.”

Wouda wordt financieel ondersteund door drie bedrijven, die een voor een prominent figureren op zijn nieuwe website (www.Marcel-Wouda.com). In de komende weken en maanden hoopt de PSV-zwemmer het aantal geldschieters uit te kunnen breiden. Bij een van zijn drie sponsors, het kantoorinstallatiebedrijf Nick Frencken uit Eindhoven, staat hij op de loonlijst en mag hij naar eigen goeddunken bepalen wanneer hij plaatsneemt achter de computer om Internet-sites te onderhouden. Geld is niet zijn belangrijkste drijfveer, zegt Wouda. “Zwemmen blijft absoluut op de eerste plaats staan. Mijn leven is afgestemd op de Olympische Spelen over twee jaar in Sydney. Maar ik zou natuurlijk wel gek zijn om de geboden kansen nu te laten lopen.”

Maar al te goed zegt Wouda zich de tijden te herinneren dat sponsors hem over het hoofd zagen en hij in arren moede de auto langs de kant van de weg moest laten staan. “Zo lang geleden was dat nog niet, anderhalf jaar terug om precies te zijn. Geld voor benzine had ik niet en dus ging ik maar lopen. Ik moest rond zien te komen van een hongerloontje en regelmatig aankloppen bij NOC*NSF voor een lening of bij mijn moeder voor een paar centen.”

Zwemmen is voor Wouda naar eigen zeggen “een beetje werk” geworden. “Die wereldbekerwedstrijden staan in het teken van geld verdienen, daar kan ik heel eerlijk in zijn. Vandaag houd ik kantoor in Gelsenkirchen, komende week in Imperia en vervolgens in Parijs.” Vraag is of de tweevoudig Europees kampioen zich het hoofd niet op hol laat brengen door alle zakelijke besognes. Zelf wijst hij die suggestie resoluut van de hand. “Daarvoor ben ik te nuchter. Ik geniet nu van het respect en de aandacht, maar weet twee dingen heel zeker: ik zwem voor mezelf en zodra het minder gaat, staan de mensen niet meer in de rij om mij op te vangen.”

Bondscoördinator Ad Roskam, al jaren de steun en toeverlaat van Wouda, gelooft evenmin dat zijn pupil het spoor bijster zal raken nu hij in het middelpunt van de belangstelling staat. “Al wordt die jongen dertienvoudig olympisch kampioen, dan nog blijft hij met beide benen op de grond staan. Hij loopt niet in zeven sloten tegelijk. Daarvoor heeft hij al te veel tegenslagen moeten incasseren.”

Binnen de kernploeg geldt Wouda als de onbetwiste kopman, en niet alleen op basis van zijn prestaties in het water. Roskam: “De zwembond streeft naar een verdere professionalisering van de sport in Nederland. Marcel is ook op dat vlak onze pionier. Zoals hij zijn zaakjes aanpakt, dat is een voorbeeld waar de rest van de kernploeg zich aan kan spiegelen.”

Wouda begint komend najaar met zijn olympische campagne. De EK kortebaan, eind dit jaar in Sheffield, en de WK kortebaan, volgend jaar in Hongkong, gevolgd door de EK lange baan in Istanbul zijn de belangrijkste richtpunten van de wisselslagspecialist. Tot die tijd wenst Wouda te genieten van wat hij zelf “een hele lange afspraak” noemt, een langdurig verblijf bij zijn vriendin, de Canadese topzwemster Marianne Limpert. “Na alle heisa van de laatste weken ben ik daar hard aan toe.”