NAC voelt zich bestolen door scheidsrechter Luinge

BREDA, 23 MAART. De meest fanatieke supporters van NAC hieven hatelijke liederen aan over Ajax, de minder fanatieke aanhangers van de club uitten hun teleurstelling over de 2-0 nederlaag slechts in hartgrondige uitbarstingen van woede. Andere trouwe bezoekers van het stadion van Breda beheersten zich bij zoveel onrecht en trokken hoofdschuddend en vol cynisme huiswaarts.

Niet het droef makende spelpeil van de wedstrijd tussen NAC en Ajax stond gistermiddag ter discussie, maar de uitslag. NAC had moeten winnen, meenden de Bredase betrokkenen. En wanneer scheidsrechter Luinge niet zo partijdig was geweest zou NAC ook hebben gewonnen, vonden ze. Luinge had al op zijn minst driemaal eerder deze competitie beslissingen genomen ten nadele van NAC, herinnerden zij zich. Luinge was NAC niet gunstig gezind. Daarom viel er voor hen na afloop niet te ontkomen aan de conclusie dat NAC had verloren omdat Luinge dat wilde.

Waarom? Omdat Luinge een half uur voor het einde van de wedstrijd de NAC-speler Van As voor de tweede maal een gele kaart (dus rood) gaf. NAC werd daardoor bij de stand 0-0 gedwongen de wedstrijd met een numerieke minderheid voort te zetten. De kans op een overwinning van NAC leek daardoor aanzienlijk te worden verkleind. En inderdaad, 25 minuten later scoorde Arveladze 1-0 voor Ajax en twee minuten later scoorde Benni zelfs 2-0 voor de koploper. Twee doelpunten en de overwinning kreeg Ajax aangereikt door Luinge; zo was de redenering in Bredase kringen, spelers van NAC en hun trainer Neumann incluis.

Neumann mag tot de meest geciviliseerde trainers in de voetbaljungle worden gerekend. De Duitser reageert zelden zoals veel van zijn collega's primair of aanmatigend en spreekt bij voorkeur zijn verstandelijke vermogens aan. Wanneer hij dus de integriteit van een scheidsrechter als Luinge in twijfel trekt, gaat het alarm af. Zonder Luinge rechtstreeks te beschuldigen, durfde Neumann het aan de manier waarop de scheidsrechter de wedstrijden van NAC leidt in een kwaad daglicht te stellen. Voor de derde maal had Luinge zijns inziens een onterechte rode kaart gegeven en zodoende NAC driemaal benadeeld. Meer dan toeval, noemde hij Luinge's arbitrage. Het sprak daarom de hoop uit dat Luinge nooit meer NAC zal leiden.

De tweede gele kaart van Van As was zeker omstreden. De manier waarop hij Ajacied Witschge aanviel, was heel licht in strijd met de spelregels. Vergeleken met een groot aantal andere overtredingen in de wedstrijd die niet werden bestraft, was de actie van Van As allerminst een vorm van spelverruwing. Eerder in de wedstrijd, al in de beginfase had Van As de Ajacied Rudy verwond met een onbezonnen aanval op zijn benen. Toen greep Luinge niet in. De Poolse middenvelder moest toen worden vervangen door Witschge.

Pas veel later, in de tweede helft, kreeg Van As zijn eerste gele kaart omdat hij Ronald de Boer bij zijn shirtje greep. Waarom Van As later nog een gele kaart kreeg, ligt in het hoofd van de scheidsrechter besloten. Misschien was hij tot over zijn oren vervuld van zijn plicht als ordebewaker. Misschien was het wel een reactie op de geluiden en de opschriften op een (voor de wedstrijd verwijderd) spandoek waarin hij werd beticht van anti-NAC, en kon hij zijn emoties niet onderdrukken - een scheidsrechter is ook een mens.

Afgezien van de omstreden arbitrage inzake Van As, is het nog maar de vraag of NAC van Ajax had gewonnen wanneer het elftal het laatste half uur van de wedstrijd compleet was gebleven. Sterker nog: met tien tegen elf had NAC ook nog twee scoringsmogelijkheden om te winnen. Dat Ajax vlak voor tijd scoorde, was geen logisch gevolg van de numerieke meerderheid. Het was gewoon een gevolg van een onverwachte ingeving van Laudrup die een passje aan Arveladze gaf, waarna de Georgiër behendig doelman Karelse omspeelde en scoorde. Dat Benni (invaller voor Gorré) nog 2-0 maakte, gebeurde ook zomaar.

Al die opwinding over de rode kaart en de arbitrage, camoufleerde het bedenkelijke spelpeil. NAC durfde niet en Ajax kon niet. Vooral in de eerste helft was er heel weinig wat de liefhebber van hogeschoolvoetbal kon bekoren. Opportunisme, naïviteit, egoïsme en gebrek aan bijzonder talent aan Ajax-kant, angst, ontzag en gebrek aan kwaliteit aan NAC-kant. Ajax speelde traag, zonder zelfvertrouwen en vooral doelloos. Litmanen en Laudrup draaiden en keerden als kwetsbare veteranen, Ronald en Frank de Boer wekten de indruk zich te ergeren aan het gebrek aan inzicht en het gevoel voor samenspel bij hun medespelers en toonden in het doen en laten dat ze toe zijn aan een nieuwe uitdaging.

Opwindend was de manier waarop Ajax-voetballer Blind langdurig meende tegen scheidsrechter Luinge te moeten schreeuwen dat een ingooi toch echt voor Ajax was en niet voor NAC. Schaamteloos en tekenend voor het misplaatste superioriteitsgevoel van deze routinier. Toch had Ajax vlak voor rust een voorsprong kunnen nemen. Maar Gorré schoot tot verbazing van vriend en vijand de bal naast. Het was te veel eer geweest voor de Amsterdammers.

Hoopvol voor Ajax was de entree van Hoekstra. Hij viel in voor Litmanen, die opnieuw een blessure opliep, en begon nota bene als rechtsbuiten. Maar pas toen hij op zijn favoriete linkervleugel mocht spelen, werd hij gevaarlijk. De Bredanase aanhang had daar geen oog voor. Zij hadden liever gezien dat Van As in het veld was gebleven en dat een van hun sterren, Bogdanovic of Arveladze, had gescoord en NAC aan de overwinning had geholpen.

Die wens was begrijpelijk. Want als er een speler recht had om uitverkoren te zijn, was het de Joegoslaaf Bogdanovic. Zodra hij aan de bal was, gebeurde er iets wat de liefhebber van mooi en spectaculair voetbal er even van weerhield in slaap te vallen. Maar het was te weinig om de kouwe drukte over de arbitrage te verdringen.