Lezingen en preken sluiten de boekenweek feestelijk af in het Friese dorpje Jorwerd; Een uit de hand gelopen literaire avond

JORWERD, 23 MAART. Remco Campert en Jan Mulder waren een uur te laat; zij hadden ('gestrand bij Bartlehiem') de weg naar het geografisch middelpunt van Friesland niet kunnen vinden.

Maar ongeveer driehonderd anderen verdrongen zich precies om half negen voor café Het Wapen van Baarderadeel, waar zaterdagavond It Boekebal fan Jorwerd werd gehouden. 'Panorama Nederland - stad en land in proza en poëzie' was het thema van de 63ste Boekenweek, en waar kon die beter afgesloten worden dan in het Friese dorp dat door Geert Mak vereeuwigd werd in zijn succesvolle plattelandsgeschiedenis Hoe God verdween uit Jorwerd? Anders dan in de Amsterdamse Stadsschouwburg, waar dertien dagen geleden de Boekenweek geopend werd, was de schrijversdichtheid in Jorwerd laag - net als het aantal smokings en avondjurken. “Eigenlijk is het een gewone literaire avond die een beetje uit de hand is gelopen”, vertelde Henk Kraima, die als directeur van de Stichting Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek bij de organisatie betrokken was. Het feest in het café van J. Dijkstra was een boekenbal voor lezers; de kaarten waren verkocht door de Stichting Literaire Activiteiten Leeuwarden, en naast een dertigtal (Friese) schrijvers en boekhandelaren waren alleen de dorpsbewoners als speciale gasten uitgenodigd.

Het werd dringen, want het knus ingerichte café annex cultureel centrum was niet berekend op de invasie van literatuurliefhebbers. Zelfs in de aangebouwde feesttent, model pijpenla, drukte men elkaar fijn, wat zowel het zicht als de verstaanbaarheid niet ten goede kwam. Dat was jammer, want na een welkomstwoord van CPNB-topman Pieter de Jong (“God mag uit Jorwerd verdwenen zijn, dat geldt niet voor de muze”) werd er hilarisch voorgelezen door de boekenweekgeschenkschrijver Arnon Grunberg, onthulde boekenweekessayschrijver Geert Mak een gedenkplaquette en was er een adembenemende voordracht van de blinde Friese dichter Tsjêbbe Hettinga.

Niet alleen Het Wapen van Baarderadeel was nooit voller dan zaterdagavond, ook de tegenovergelegen Redbadtsjerke. Onder het motto 'God terug in Jorwerd' werden in de naar petroleum ruikende terpkerk klassieke preken gedeclameerd door Noorderlingen als Jean Pierre Rawie en Michaël Zeeman, en door dominee Nico ter Linden, wiens Het verhaal gaat 2 na Connie Palmens I.M. het meest verkochte boek tijdens de Boekenweek was. De preken van onder anderen Bonifatius, Beets en Haverschmidt duurden een kwartier en werden bijgelicht door spectaculair kaarsgeflakker, maar toch zagen sommige gelegenheidskerkgangers nog kans om ouderwets in slaap te vallen.

De geur van kaarsvet en petroleum hing even zwaar in het zogenaamde Skriuwershúske, waar Geert Mak delen van zijn boek had geschreven, en waar nu de acteur Joop Wittermans gedichten voorlas van J. Slauerhoff - de Friese dichter die in 1916 in Jorwerd een blauwtje liep bij de domineesdochter. De boekenbalgangers die zich het piepkleine kamertje in wisten te dringen, kregen een dickensiaanse ervaring. Terwijl buiten de wachtenden in de kou en motregen voor het raam stonden, hoorden we binnen over 'huiveren in de tuin' en ''t afgelegen mistige land dat ik verliet.'

De klok van het romaanse kerkje had al twaalf geslagen, toen het feestende gezelschap zich in de hoofdstraat verzamelde voor het officiële einde van 'Panorama Nederland'. Met hetzelfde klappertjespistool waarmee hij de Boekenweek had geopend, schoot Arnon Grunberg drie keer in de lucht, waarna achter hem een groot vuurwerk het kerkhof in lichterlaaie zette. De CPNB vierde dat er naar schatting weer vijf procent meer boeken verkocht zijn tijdens de Boekenweek; Grunberg en Mak waren blij dat de verplichtingen erop zaten. “Ik voel me alsof ik door een sapcentrifuge ben gehaald”, verklaarde Mak, die ervan overtuigd was dat Jorwerd de volgende morgen weer gewoon over zou gaan tot de orde van de dag. Toen Grunberg een half uur later als een soort jonggetrouwde het bal en het dorp per Mercedes verliet, stonden de feestgangers nog in dikke rijen voor de strategisch opgestelde frietkar. En boven de grafzerken vermengden zich de laatste kruitdampen met de dorpslucht.