Kosovo kiest: 'Even kijken op wie ik gestemd heb'

De Albanezen van Kosovo - 90 procent van de bevolking van deze door Serviërs overheerste regio - hebben gisteren een niet-erkende president van hun niet-erkende republiek gekozen. Een democratische operette.

PRIINA, 23 MAART. Serieuze rapporteurs zouden van de verkiezingen in de 'Republiek Kosovo' weinig heel laten. Maar hartverwarmend is het wel. In kiesdistrict 7 van Priina staan honderden Albanezen op de trap van een school in de rij om hun democratische plicht te doen: stemmen op Ibrahim Rugova en zijn Democratische Liga voor Kosovo (LDK).

Discussies en geduw. Boven wurmen de kiezers zich naar de inschrijftafels, onder de portretten van de volkshelden Skanderbeg en Rugova. Daarna trekken ze zich in gezinsverband in de klaslokalen terug. De stembiljetten worden nauwlettend bestudeerd. Palok Berishaj, is dat geen familie van? En de PNDSh, wie zijn dat? Hier en daar legt een jongeman een grijsaard uit hoe het moet: gewoon een rondje tekenen om 'LDK' en 'Rugova', daarna de briefjes in de stembussen.

“Ik ben zo opgewonden!”, zegt de 18-jarige Arita. “Vorige keer zeurde ik de hele tijd tegen mijn ouders: asjeblieft, mag ik ook stemmen?” Nu is het haar beurt. Arita is zich ervan bewust dat er extremisten zijn, die de Servische onderdrukker met geweld willen verjagen. “Daarom stem ik op Rugova. Hij wil vrede, zij willen eerst oorlog en daarna vrede. Zoals in Bosnië.” Of zoals de historische krijgsheer Pyrrhus, vult haar vriend Halim aan. “Hij won al zijn veldslagen van de Romeinen, maar verloor zijn leger. Wist u dat Pyrrhus een Albanees was?”

Gisteren kozen de Albanezen een parlement en president voor de 'Republiek Kosovo', de ondergrondse staat van de Albanese meerderheid in het door de Serviërs beheerste Kosovo. Sinds president MiloviEÉc van Servië deze provincie in 1989 haar autonomie afnam, streven de Albanezen naar afscheiding. De buitenwereld erkent de 'Republiek Kosovo' niet, de Servische overheid noemt de verkiezingen illegaal en irrelevant.

Tadej Rodiqi, hoofd van de verkiezingscommissie van de 'Republiek Kosovo', zegt dat 1,15 miljoen kiezers zijn ingeschreven. Een kwart meer dan bij de vorige verkiezingen in 1992. “Wij hebben het hoogste geboortencijfer van Europa”, zegt Rodiqi met een minzame glimlach. Het parlement van Kosovo, dat nimmer bijeenkomt, telt 130 zetels. Maar de LDK van Rugova deelt de lakens uit en Rugova is de enige kandidaat voor het presidentschap. Zijn opponent Adem Demaçi acht de tijd niet rijp voor verkiezingen en ziet af van deelname. Het Bevrijdingsleger van Kosovo (UÇK), vakbonden, studentenbonden en enkele andere partijen vallen hem bij. Een dozijn partijtjes is wel bereid als democratisch behang te dienen. PPShK, PRSh, PShDK, PRK, PNDSh, PSDK, PLK, PNDShK, ShPJK, LGJK, PPT, LQK, om ze maar eens te noemen. In de Drenica-regio, waar begin deze maand tijdens een Servische strafexpeditie tegen het UÇK naar schatting tachtig Albanezen omkwamen, wordt pas later gestemd.

De verkiezingen vertonen sporen van improvisatie. Pas midden deze week werd duidelijk dat ze doorgaan en kon Rugova een verkiezingsposter tonen. Campagne is er niet gevoerd; dat er dit weekeinde een 'verkiezingsstilte' intrad, zal dus weinigen zijn opgevallen. Ingewijde Albanezen hebben geen hoge dunk van het democratische gehalte. “Ik denk dat ik laat op de middag even in het stemlokaal ga kijken op wie ik gestemd heb”, sneert een journalist van de Albanese krant Koha Ditore. Al om twee uur 's middags weet de LDK opkomstpercentages te melden tussen de 75 en 95 procent. Als dat zo doorgaat, lijkt een opkomst van meer dan honderd procent best haalbaar. De aanhang van diegenen die van deelname aan de verkiezingen afzagen, heeft toch gestemd, weet een LDK-woordvoerder. “Uit protest tegen de dwaze houding van hun leiders.” De opkomst, officieel: 85,4 procent. De einduitslag laat nog op zich wachten, maar is wel reeds duidelijk. Ibrahim Rugova, wie anders.

Deze verkiezingen zijn in essentie een democratische operette, uitgevoerd door een amateurgezelschap. Maar met aanstekelijk enthousiasme en een tevreden publiek. Waar het om gaat maakte president Rugova vrijdag duidelijk: “Het versterken van de legitimiteit van het leiderschap van Kosovo en de instituties”. Concreet: een mandaat voor Rugova om met de Servische en Joegoslavische overheden te onderhandelen over de toekomst van Kosovo.

Over zijn delegatie wordt in Priina druk gefluisterd. Voorzitter: Ibrahim Rugova. Voorts, zo willen de geruchten: 'premier' Bujar Bukoshi, Adem Demaçi, en Veton Surroi, de hoofdredacteur van Koha Ditore. Lieden die een militantere lijn dan Rugova voorstaan. Dat betekent niet dat Rugova's positie zwak is. Adem Demaçi, die het in alles met hem oneens is, erkende deze week dat “Rugova de enige man is die ons kan vertegenwoordigen”. De hoge opkomst van gisteren heeft Rugova's positie nog versterkt.

De Servische overheid houdt zich afzijdig. “Ze doen maar met hun republiek”, zegt een agent die landerig vanuit zijn patrouillewagen een stembureau observeert. Wel ondergraaft het Servische tv-journaal zaterdag de legitimiteit van de verkiezingen. “De maskers vallen”, zegt een nieuwslezer verontwaardigd. “Kosovo stemt al vóór de verkiezingen.” De politie zou in een autobus honderdduizend vooraf ingevulde stembiljetten hebben onderschept. Een gotspe, zeggen LDK-functionarissen. De politie heeft de stembiljetten in beslag genomen en daarna zelf ingevuld. Zondagavond toont het staatsjournaal verlaten straten, lege stembureaus en ongeïnteresseerde Albanezen. In Kosovo is nauwelijks gestemd, liegt men monter.

Ook maken de Serviërs nog eens duidelijk voor wie geen plaats is aan de onderhandelingstafel: de internationale gemeenschap, en met name de Verenigde Staten. Want Kosovo is een interne aangelegenheid. Om dat te onderstrepen, krijgen drie Amerikaanse Congresleden dit weekeind geen visum om Kosovo te bezoeken en worden vijf jongens en één meisje van de Californische Peace Workers opgepakt en tot tien dagen celstraf veroordeeld. Idealistische jongelui, die ons vorige week in pizzeria Tonio een beetje ontheemd aanspraken met: “God zij dank, iemand spreekt hier Engels.” De zes worden veroordeeld op basis van een wet uit 1946, die reizigers verplicht zich bij de lokale politie te melden als ze op een privé-adres verblijven. Een van die nuttige wetjes die de Servische rechtsstaat uit de kast haalt als dat zo uitkomt.

Of de dialoog tussen de Serviërs en Albanezen na deze verkiezing op gang komt, zal deels afhangen van de ontwikkelingen in Kosovo. Straatprotesten kunnen gemakkelijk uit de hand lopen. Na weken van Albanese betogingen wakkerde de staatstelevisie vorige week de Servische angst aan voor het “Albanese terrorisme en seperatisme”. Met het gewenste resultaat: donderdag kwam het tot opstootjes in Priina en betoogde de Servische minderheid massaler en agressiever dan de Albanezen.

De Servische tactiek is helder: de rust op straat herstellen door het Albanese leiderschap bang te maken met straatrumoer. De in het buitenland zo onsympathiek ogende knuppels en traangasgranaten hoeven zo niet eens te worden ingezet. En Belgrado's favoriete boeman staat in de startblokken. De extreem nationalistische Servische politicus Vojislav lj, begin jaren negentig leider van een paramilitair legertje dan huishield in Kroatië en Bosnië, vorig jaar bijna president van Servië, laat weten graag een demonstratie in Priina te leiden. Aanslagen van het UÇK en vergeldingsacties van de Servische speciale politie behoren ook nog steeds tot de mogelijkheden. Er is nu een soort evenwicht in Kosovo, maar dat is zeer fragiel.