Jan Marijnissen: de provocateur....

De familie Marijnissen aan de Floraliastraat 57 te Oss moet recessen van de Tweede Kamer vrezen als de pest. Waar andere politici dankbaar gebruik maken van parlementaire vakanties om de opgelopen achterstand in familiebezoeken in te lopen, kruipt Jan Marijnissen achter zijn computer om het mondiale kapitalisme een nieuwe vuistslag toe te dienen.

Twee keer al, in de zomer van 1996 en de winter van 1997, gebruikte de grote man van de Socialistische Partij het Kamerreces om links Nederland te verblijden met zijn antwoord op het 'neoliberalisme', 'marktfundamentalisme' en andere plagen die de westere beschaving teisteren.

Tegenstemmen, een rood antwoord op paars, was het werk dat Marijnissen twee jaar geleden afscheidde. Effe dimmen!, een rebel in Den Haag, heet het boek dat vorige week van de drukpersen rolde.

Beide titels komen voort uit de hogere provocatiekunst die Marijnissen tot politiek heeft verheven. Het tegenstemmen (Stem tegen, Stem SP) gaat zijn partij volgens de opiniebureaus zeven à acht zetels opleveren. Met 'Effe dimmen' positioneert Marijnissen zichzelf als bestrijder van Haagse politieke mores, een rol die hij tijdens de kabinetsformatie van 1994 voor het eerst gestalte gaf door koningin Beatrix een rookworst aan te bieden als symbool van de Haagse politiek als eenheidsworst.

“Voor ik wegga moet ik de koningin nog melden dat ze de worsten, voordat ze ze consumeert, eerst nog twintig minuten moet laten wellen in heet water”, zo verhaalt hij over het incident in zijn laatste boek. “Dat stond immers op de officiële verpakking.”

'Effe dimmen!' grijpt terug op een incident uit vorige herfst. Toen dienstdoend Kamervoorzitter Frans Weisglas (VVD) tijdens een Kamerdebat met staatssecretaris Schmitz de SP-leider de pas wilde afsnijden door hem een interruptie te verbieden, pikte Marijnissen dat niet. Het zou zijn eerste interruptie worden na drie uur zwijgen, voor een geoefend 'in de rede-valler' als Marijnissen toch al een hele prestatie. “Ik vroeg Weisglas dan ook beleefd om 'effe te dimmen', zodat ik mijn vraag kon stellen.” Weisglas pikte dat niet en vroeg de SP-man zijn uitlating in te trekken, wat Marijnissen, geheel in rebelse traditie, natuurlijk weigerde. Weisglas legde zich daarbij neer, en sanctioneerde zelfs zijn eigen nederlaag door donderdag aanwezig te zijn bij de presentatie van 'Effe dimmen!' in Den Haag.

De manier waarop de Marijnissen het incident voor zijn boek uitbuit, demonsteert hoe hij bepaalde gebeurtenissen mystificeert om zich bij zijn arbeideristische achterban geliefd te maken. In werkelijkheid zei Marijnissen namelijk 'Even dimmen', zonder uitroepteken. Dat tot boektitel verheffen zou evenwel gemakkelijk als een concessie aan de bourgeois-cultuur van Den Haag kunnen worden uitgelegd. 'Effe dimmen!' bekt natuurlijk veel beter, zeker in de worstfabrieken van Zwanenberg in Oss waar Marijnissen zijn arbeidzame leven ooit begon.

...de poseur...

Ook Marijnissen moet echter met zijn tijd meegaan. Nu de achterban van de SP door zijn onstuimige groei niet alleen maar fabrieksarbeiders, maar ook doktoren, verplegers en zelfs advocaten telt, wordt het voor de partijleider tijd om een wat serieuzere, ja zelfs filosofische toon aan te slaan. Marijnissen ging op de beschouwelijke toer.

“Oppervlakkigheid wint het steeds vaker van diepgang, effectbejag wint het van analyse en emotie van nadenken”, zo klaagde hij al in 1996 in Tegenstemmen. Instemmend citeerde hij een Amerikaanse maatschappijcriticus die klaagde dat het nieuws steeds meer in de hapklare brokken van one-liners moet worden opgediend. “De mannetjesmakerij, de ijdelheid, de drang om te scoren in de media”, zoals Marijnissen het in 'Effe Dimmen!' noemt, vallen hem zwaar.

In december 1996 poseerde Marijnissen in Het Parool zelfs als echte schrijver. “Ik zit rustig een uur op een zin, voor mij is het ook echt boetseren”, zo vertrouwde hij de interviewer toe. “Ik ben iemand van de esthetiek.”

Het waren opmerkelijke uitspraken. De vraag is namelijk of voor het type zinnen dat Marijnissen graag neerschrijft, een uur boetseren nodig is. “Een ander voorbeeld van het marktdenken van paars (-) is de nieuwe winkeltijdenwet. Die wet is er vooral gekomen dankzij een lobby van Shell en Ahold.” Het kopiëren van stelligheden uit de marxistische catechismus lijkt eerder een kwestie van mitrailleren dan van boetseren.

Maar voor het overige heeft de beschouwer Marijnissen groot gelijk. De one-liners in de politiek, inclusief die van de politicus Marijnissen, zijn inderdaad tegenwoordig niet te harden. Typeringen van de politieke cultuur van paars als 'de sorry-democratie', lekker lopende contrasten tussen de 'Kok van toen' en de 'Kok van poen', het zijn vergrovingen waarvan een politiek beschouwer moet gruwen.

En dan die interviews met politici van tegenwoordig! Ze zijn oppervlakkig, zó oppervlakkig. Grof ook bovendien, zoals een vraaggesprek in de Nieuwe Revu van oktober 1995 met een politicus. Het ging over de Duitse tennisster Steffi Graf: “Ik ben niet zo grof als Mart Smeets”, zei de politicus, “maar ik kan me iets voorstellen bij wat hij over haar schreef: dat ie 'm er bij Steffi weleens in wilde hangen.” Jan Marijnissen - de filosoof, de estheet - wil niet weten welke politicus deze laatste uitspraak deed.

....en de profiteur

Al te filosofisch moet Marijnissen niet worden, dat weet hij zelf ook wel. Wie het kapitalisme wil bestrijden, dient permanent actie te voeren en moet de studeerkamer juist mijden. Inkapseling en uitschakeling, daar zijn ideologische vijanden van het kapitalisme altijd bang voor geweest.

Jan Marijnissen vormt daarop geen uitzondering. “Mijn moeder zei altijd: waar je mee omgaat, word je mee besmet” schrijft hij. Tot nog toe is Marijnissen aan het besmettingsgevaar ontsnapt, vindt hij zelf. Hij noem zichzelf “ingeburgerd, maar niet ingekapseld”. Voor hoe lang nog? Wie beide boeken leest komt nogal wat verwijzingen naar sociale misstanden in Reagans Amerika en Thatchers Engeland tegen. Niet voor niets is van Tegenstemmen inmiddels een Engelstalige versie uitgegeven (Enough!, a socialist bites back). Dezelfde soorten voorbeelden uit Nederland ontbreken evenwel. Kennelijk heerst hier minder de kapitalistische jungle waartegen de SP zich graag afzet. Het zijn dan ook niet zozeer toestanden als wel opvattingen waartegen Marijnissen ageert, in het bijzonder die van Frits Bolkestein. Diens luidruchtige meningen over de heilzame werking van de markteconomie krijgen dermate veel ruimte bij de SP-leider, dat de vraag zich aandient: waar zou Jan Marijnissen zijn zonder Frits Bolkestein? Als de SP-leider straks niet meer van het verbale lawaai van de liberaal kan profiteren, bijvoorbeeld omdat Bolkestein premier is geworden of uit de politiek is verdwenen, zou het stiller kunnen worden rond Jan Marijnissen, maar des te drukker in het familieleven aan de Floraliastraat te Oss.