Hommage aan de architecten Van Eyck

ROTTERDAM, 23 MAART. The ball I threw whilst playing in the park has not yet reached the ground, deze dichtregel van Dylan Thomas vormt de titel en het motto van de tentoonstelling die het architectenpaar Aldo en Hannie van Eyck in het Rotterdamse NAi hebben ingericht. Tentoonstelling: 'The ball I Threw'. T/m 24 mei in Nederlands Architectuurinstituut, Rotterdam

Gisteren opende staatssecretaris Nuis de tentoonstelling, die overeenkomt met de presentatie van hun werk op de Documenta in Kassel vorig jaar. De opening maakte onderdeel uit van een 'hommage', aangeboden aan de Van Eycks die deze maand beiden tachtig worden. De Spaanse architect Oriol Bohigas, de Nederlandse architect en docent aan de TU in Delft Henk Engel, en de Engelse architectuurcriticus Joseph Rykwert hielden ieder een lofrede op het werk van de Van Eycks. Engel vatte de zin van de bijeenkomst kernachtig samen: “Aldo van Eyck is een groot architect, anders zaten we hier niet”. Zijn werk noemde hij 'unzeitgemä, een commentaar'.

“De omvang en de culturele betekenis van het oeuvre is enorm,” zei Aad Nuis in zijn toespraak. Hij noemde een aantal hoogtepunten uit de loopbaan van Van Eyck: de speelplaatsen en het Burgerweeshuis in Amsterdam, de nieuwbouw voor de Algemene Rekenkamer in Den Haag. Nuis waarschuwde dat het eerbetoon aan Van Eyck niet als een markering van het einde van zijn loopbaan gezien moest worden, 'het zal hopelijk nog lang duren voordat de bal de grond raakt'. En hij besloot, verwijzend naar de vurigheid waarmee Van Eyck doorgaans in debat gaat: “Gelukkig laat je je nog steeds uit je tent lokken, Aldo”.

“Men wacht altijd tot ik iets onaardigs zeg,” zei Aldo van Eyck in zijn dankwoord, “maar vandaag is het een feestdag.” Het duurde echter niet lang of hij hekelde het idee dat architect een geregistreerd beroep zou zijn. “Architect is geen beroep maar een roeping”. Verder liet hij zich kritisch uit over de TU in Delft, vooral wat de kunstmatige scheiding tussen architectuur, stedenbouw en interieurontwerpen betreft en pleitte hij voor meer aandacht voor de architectuur van niet-westerse samenlevingen. Zijn architectuurcredo leek evenzeer over zijn werk als over hemzelf te gaan: “Het gaat niet om de stijl, maar om de spirit”.