Holl, Jansen: een ideaal duo

Concert: Holl, Jansen. Gehoord: 22/3 Concertgebouw Amsterdam.

Tien jaar geleden deed de zangtechniek van de bas-bariton Robert Holl denken aan een hogedrukpan: zijn benen stijf en verkrampt, zijn handen tot vuisten gebald, zijn middenrif tot het uiterste gespannen, iedere vezel van zijn lichaam gericht op dat resonerende hoofd en die machtige borstkas, van waaruit hij zijn liedinterpretaties de zaal in perste. Nu is er geen scheiding meer tussen lichaamsdelen die kracht genereren en holle ruimtes die resoneren. Met zijn reusachtige ademstroom als generator, dient elke cel van Holls lichaam nu als klankkast. De zanger is van zijn hoofd tot zijn voeten één instrument geworden. Robert Holl is zijn stem, en die stem is oppermachtig. Onpeilbaar in zijn warmte en diepte, weelderig van kleur en timbre, buigzaam, soepel en vloeiend, een hoorn des overvloeds waarvan de bodem nog niet in zicht is.

Of eigenlijk een dubbele hoorn des overvloeds, want pianist Rudolf Jansen, met wie hij ruim een kwart eeuw optreedt, vormt als het ware een onlosmakelijk deel van Holls interpretaties. Jansen functioneert als alterego van de zanger, voorvoelt en introduceert de wisselende stemmingen, stimuleert en kleurt. Samen laten ze zich volledig opslokken door het lied, keren ze tekens en betekenissen binnenstebuiten, tasten ze de grenzen van het sublieme af. Die eensluidendheid is geen pose maar een oprechte en spontane gelijkgestemdheid, zo bleek ook afgelopen week tijdens hun derde Schubert Masterclass 1998 in de Amsterdamse Beurs van Berlage. De Duitse sopraan Catherina Marquet en de Nederlandse pianiste Natasja Douma - geen duo - bleken op het slotconcert zaterdagavond de spirituele signalen van Holl en Jansen het beste te hebben geïntegreerd. De Zwitserse bariton Samuel Zünd en pianist Jeroen Sarphati overtuigden het meest als duo.

In het Concertgebouw verdiepten Holl en Jansen zich met volledige overgave in Schuberts natuurlyriek, waarbij alleen al een eenvoudige zin als 'Des Aufgangs Berge still und grau' aanleiding gaf tot het uitdrukken van tenminste vijf emoties tegen een decor van grimmige bergkammen en ijzige luchten. Een epos als Die Nacht, dat Schubert baseerde op James Macpersons 'Ossian', verkeerde in een dramatische operascène barstensvol heroïsche taferelen. Schitterend van inleving en emotionerend op het allerhoogste niveau verklankte het duo Borodins Naar de verre oevers van het vaderland op teksten van Poesjkin, waarna Holl en Jansen in de aangrijpende Liederen en dansen van de dood van Moessorgski hemel en aarde bewogen om ieder woord, elke noot te voorzien van ultieme inhoud.