Hedendaags treurspel

Decor: volle theaterzaal. Podium omgrensd met lint, om bokswedstrijd (of werkzaamheden aan de weg) te suggereren. Tafel met water en glazen.

Deze eenakter is helaas al opgevoerd, vorige week maandag in De Balie. De hoofdrolspelers waren Frits Bolkestein, Kader Abdolah en Jan Tromp. Alleen de laatste reactie van de politicus is ontsproten aan de fantasie van de schrijver.

Spelers: Gespreksleider, politicus, dichter, publiek.

Regie-aanwijzing: dichter is buitenlands type, zeer geëmotioneerd, tegen hysterische aan. Politicus is zakelijk, saai en knorrig. Publiek: doorsnee bezoekers van De Balie, dat wil zeggen vóór asielzoekers en tegen uitbreiding van Schiphol.

Achtergrond: enkele weken voor Kamerverkiezingen.

Gespreksleider komt op, introduceert spelers: dichter is vluchteling uit Iran, woont al tien jaar in Nederland, maar wil terug. Politicus is rechts-conservatief, staat bekend om taboedoorbrekende uitspraken over allochtonen en asielzoekers.

Dichter leest brief voor: 'Meneer, uw waarheid is leeg. U stopt gastarbeiders en vluchtelingen in een zak en slaat ze met een stok. Als u over moslims spreekt, gaat het altijd om ziekte en geweld. U denkt dat vluchtelingen de waarden van dit land bedreigen, maar ze zijn allemaal vechters voor de democratie, voor scheiding van kerk en staat, voor de vrijheid van meningsuiting, voor antidiscriminatie, en voor gelijkheid van man en vrouw. Ik spreek de waarheid.'

Spelers nemen plaats. Gespreksleider: 'Waarom zo heftig?'

Dichter: 'De waarheid is heftig. Die man is heel erg negatief over de islam, hij bedoelt het niet zo, maar ik voel het op mijn tong.'

Politicus, geprikkeld: 'Wat bedoelt u met de opmerking dat ik gastarbeiders en vluchtelingen in een zak stop en ze met een stok sla?'

Dichter: 'Zo voel ik dat. Als u het over buitenlanders heeft voel ik de stok op mijn rug.'

Politicus: 'Ik vind dat eerlijk gezegd een tamelijk onzinnige bewering. Ik constateer slechts dat er problemen zijn...'

Dichter: 'Zijn wij problemen?'

Politicus: 'Ik heb het over Marokkaanse jongeren die...'

Dichter: 'Ik ken die Marokkaanse jongeren niet, ik ken alleen Iraanse jongeren die allemaal op het gymnasium zitten.'

Politicus: 'Ik heb het niet over Iraanse jongeren. Als ik met de politie praat...'

Dichter: 'Waarom praat u met de politie. Waarom niet met het volk!'

Applaus. Dichter glimlacht en neemt zelfgenoegzaam slokje water.

Gespreksleider: 'U vindt dat hij moslims altijd associeert met ziekte en geweld.'

Dichter: 'Ja, altijd bloed, moord, oorlog en geweld.'

Politicus: 'Dat is niet waar, ik heb een boek geschreven...'

Dichter haalt theatraal boek te voorschijn: 'Dit boek is als een steen in mijn keel. U interviewt vijf imams over uithuwelijking, meisjes die niet naar school mogen, homo's die worden onderdrukt. U stelt buitenlanders voor als rotte mensen.'

Politicus: 'Het boek gaat niet alleen over sombere zaken. Ik heb juist gesproken met geïntegreerde, fatsoenlijke moslims...'

Dichter: 'De eerste die u in het boek spreekt is een Nederlander die moslim is geworden!'

Daverend gelach in zaal, dichter kijkt triomfantelijk: 'Uw waarheid is leeg. Uw waarheid lekt.'

Politicus, vermoeid zuchtend: 'Ik houd me bezig met problemen, met statistieken, niet met dichterlijke beeldspraken.'

Ontevreden gemor van publiek.

Gespreksleider tegen politicus: 'Al heel lang kleeft aan u de smet dat u niet op een zuivere manier over vreemdelingen praat.'

Politicus: 'Dat vind ik onjuist. Ik houd me bezig met het probleem van integratie en asielzoekers.'

Dichter: 'Mag ik...'

Gespreksleider: 'Nee, u mag niet. Waarom spreekt u (politicus) niet over de islam als een verrijking?'

Politicus: 'Ik hou me niet bezig met godsdiensten.'

Gejoel in de zaal, dichter zwaait met boek van politicus en gilt: 'En dit dan, wat is dit dan?'

Politicus: 'Ik zei al, integratie en...'

Dichter, opgewonden: 'Die Marokkaanse jongens, hoeveel zijn crimineel: 50 procent, 70 procent? Maar hebt u een mening over de rest?'

Politicus: 'Nee, als ze geen problemen veroorzaken...'

Dichter: 'De rest, de rest!'

Politicus: 'Ik houd me niet bezig met mensen die normaal, geïntegreerd en fatsoenlijk zijn.'

Dichter, in richting van publiek: 'Is dit nou een antwoord?'

Applaus.

Gespreksleider aan dichter: 'Erkent u het probleem van Marokkaanse jongeren?'

Dichter: 'Ja. Maar het is een lege waarheid.'

Gespreksleider, geïrriteerd: 'We gaan daar niet weer mee beginnen.'

Dichter: 'Deze meneer wil de ziel van de buitenlanders, hij wil hun geest. Hij accepteert ze pas als ze lijken op blanken.'

Gespreksleider nerveus, weet niet hoe hij beschuldiging van racisme moet pareren en begint ergens anders over: 'Bent u een voorstander van onderwijs in eigen taal?'

Politicus: 'Ja, maar buiten schooltijd.'

Dichter, luidkeels roepend: 'Je moet eerst de eigen taal leren. Je moet weten wie je bent en met je opa kunnen praten. Daarna kun je de ander accepteren.'

Politicus: 'Ja, dat is een bekende theorie...'

Dichter: 'Het is geen theorie, het is de waarheid.'

Politicus: 'Ik ben er tegen dat men de kinderen tijdens schooltijd uit de klas haalt om ze Perzisch of Marokkaans te leren.'

Dichter: 'Nee, niet uit de klas halen, na schooltijd moeten ze de taal leren.'

Politicus, zachtjes: 'Dat zeg ik toch?'

Dichter slaat met vlakke hand op tafel: 'Want de band met de familie is belangrijk!'

Publiek in zaal begint te hoesten en te verzitten.

Dichter: 'Waarom bent u zo bang voor de Nederlandse identiteit?'

Politicus: 'Ben ik niet.'

Dichter, weer met stemverheffing: 'Wel waar. U zegt: de twee miljoen moslims bedreigen uw identiteit.'

Politicus, meewarig glimlachend: 'Heb ik nooit gezegd.'

Dichter: 'U hoeft toch niet bang te zijn voor mij?'

Politicus: 'Laten we nu niet helemaal onnozel doen...'

Gespreksleider op gemoedelijke toon: 'Kunt u zich zijn wanhoop voorstellen? Hij heeft het gevoel dat u suprematie aan de dag legt.'

Politicus: 'Dat is een inhoudsloze beschuldiging.'

Dichter: 'Er zijn duizenden vluchtelingen in de opvangcentra. Ze zijn ziek.'

Politicus: 'Ik weet niet of ze ziek zijn. Ze vervelen zich.'

Dichter, schreeuwend: 'Dat noem ik geen antwoord. Uw waarheid is leeg.'

Politicus staat op, neemt stok en geeft dichter ferme tik: 'Dit is de volle waarheid.'