Boekenland

VOOR HET EERST in de geschiedenis is de boekenweek dit jaar niet afgesloten in de hoofdstad maar in een dorp. De boekenweek, dertien dagen geleden traditiegetrouw in Amsterdam geopend, is afgelopen zaterdag in Jorwerd beëindigd.

Dat de CPNB (de overkoepelende boekenbranche) voor dit plaatsje in Friesland koos, was geen toeval. De keuze had te maken met het thema van de boekenweek (Panorama Nederland) èn het boek Hoe God verdween uit Jorwerd van de schrijver/journalist Geert Mak, dat qua verkoopcijfers weliswaar niet kon tippen aan de 'eet-je-slankboeken' van de absolute bestseller Montignac, maar in brede kring toch zijn sporen trok. Tussen thema en boek loopt een rechte lijn. Zoals de titel al suggereert, beschrijft Mak in zijn studie de radicale metamorfose die het platteland in Nederland de afgelopen decennia heeft ondergaan. Het dorp is sinds een kwart eeuw geen relatief autarkische gemeenschap meer, het is een vluchtheuvel voor de dominante urbane omgeving geworden.

Dat proces lijkt niet te stuiten. Als er één agendapunt is, waarover het publieke gesprek in Nederland zou moeten gaan, dan is het de ruimtelijke ordening in een van de dichtstbevolkte landen ter wereld. In de komende twintig jaar zullen er in Nederland honderdduizenden woningen moeten worden gebouwd om onderdak te bieden aan een groeiende bevolking die in steeds kleinere verbanden wil leven. Gelet op de voorkeur van de Nederlander voor 'licht, lucht en ruimte' bieden de klassieke steden daarbij te weinig soelaas. Hoe interessant hoogbouw uit architectonisch oogpunt ook kan zijn, laagbouw blijft de norm.

Het bevredigen van die wensen is niet zonder risico en heeft dus een hoge prijs. Als iedereen in Nederland zijn auto kan parkeren voor zijn eigen huisje-met-tuintje, dan doemt het perspectief van Los Angeles op.

HET THEMA van de Boekenweek heeft de openbare discussie daarover nu een paar nieuwe invalshoeken voorgespiegeld. De vragen daarbij zijn: hoe kunstmatig mag onze natuur (of beter: onze tuintjes en parken) zijn, hoe verplaatsen we ons straks van A naar B en welke concessies zijn we bereid te doen voor de economische groei zonder welke Nederland-Distributieland niet kan bestaan?

Schrijvers hebben op dergelijke vragen uiteraard niet een sluitend antwoord. Ze willen dat vaak ook niet, omdat literatuur ook andere ideeën herbergt dan louter maatschappelijke. Maar ze kunnen in hun boeken, variërend van romans tot non-fictie, wel de contouren van een toekomst schetsen.

Dat op zichzelf is geen overbodige luxe. In Den Haag wordt al twee kabinetsperiodes niet meer diepgaand nagedacht over ruimtelijke ordening, concludeerde de Groningse PvdA-wethouder Willem Smink enkele weken geleden in een radioprogramma. Hij doelde daarbij op zijn eigen partij, die sinds 1989 twee ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (Alders en De Boer) heeft mogen leveren.

Als het thema van de Boekenweek van dit jaar zelfs maar een klein beetje bijdraagt aan een voorzichtige kentering op de prioriteitenlijstjes van de politieke partijen, kan dat van betekenis zijn voor het panorama van Nederland.