Amerikanen richtten in Somalië 'festival van bloed' aan

Op 3 oktober 1993 ontaardde een Amerikaanse commando-actie in Mogadishu, de hoofdstad van Somalië, in een bloedbad. Iedere Somaliër, jong of oud, gewapend of niet, was die dag een doelwit. Na dit debacle trokken de VS hun handen af van Afrika.

NAIROBI, 23 MAART. Het had een routine-operatie moeten worden voor de 120 Amerikaanse commando's van de Delta Force en de Rangers die hete zondag in Mogadishu. Doelwit was het Abdi House, vlak bij het centrum van de Somalische hoofdstad, waar zich enkele medewerkers van de gezochte clanleider Farah Aideed ophielden. Ze moesten worden overrompeld en gearresteerd. De weken ervoor hadden de Amerikanen zonder al te veel problemen dergelijke operaties uitgevoerd. Het was 3.32 in de middag van 3 oktober 1993. De soldaten verwachtten snel weer op hun basis terug te keren en maakten al plannen voor een luie middag op het strand. Maar alles liep verschrikkelijk fout. Aan het einde van de dag waren achttien Amerikaanse soldaten dood en 73 gewond, honderden Somaliërs verloren het leven.

'Een festival van bloed' noemt de Amerikaanse journalist Mark Bowden de hevige gevechten van 3 oktober in een binnenkort te publiceren boek. Hij reconstrueerde de veldslag in de nauwe straatjes van Mogadishu door 70 betrokken Amerikaanse soldaten te interviewen evenals Somaliërs. Uit zijn schokkende relaas blijkt dat veel meer Somaliërs het leven lieten dan aanvankelijk bekend werd. De journalist zelf schat het aantal dode Somaliërs op vijfhonderd. Hij haalt Robert Oakly aan, de Amerikaanse gezant voor Somalië, die gelooft dat er meer dan duizend doden vielen. Iedere Somaliër die zich op die noodlottige dag in Mogadishu ophield, was doelwit voor de in het nauw gedreven Amerikaanse soldaten. De gemiddelde leeftijd van de Amerikaanse soldaten was 19 jaar, de Somalische krijgers vochten blootsvoets of op rubber slippers.

De vredestroepen van de Verenigde Naties in Somalië, waarvan de Amerikanen het belangrijkste deel uitmaakten, hadden enkele weken eerder met toestemming van president Clinton de klopjacht geopend op leider Farah Aideed van de clan Haber Gedir. De operatie bij Abdi House tegen Aideeds medestanders werd uitgevoerd met 17 helikopters. Ze openden de aanval door anti-tankraketten op de woning af te vuren.

De moeilijkheden begonnen toen een konvooi van 12 gewapende voertuigen de 24 gevangenen kwam ophalen. De voertuigen raakten de weg kwijt in het labyrint van straatjes en steegjes van de Somalische hoofdstad. De soldaten werden op hun weg terug naar de basis steeds opnieuw tot staan gebracht door grote groepen Somaliërs. Bij iedere straathoek vielen ze in een nieuwe hinderlaag van Somalische militiestrijders. Vanuit ramen, vanaf daken, vanuit alle richtingen kwamen ze onder vuur.

Met granaatwerpers waren Somalische strijders er inmiddels in geslaagd vijf Amerikaanse helikopters te raken en twee hiervan stortten neer. Het konvooi kreeg nieuwe bevelen van het commandohoofdkwartier, ze moesten hun collega's bij de twee neergeschoten helikopters gaan ontzetten. Ze hoefden daarvoor slechts twee huizenblokken verder te rijden maar slaagden er niet in hun doel te bereiken. Ze zaten ingesloten, de vijand bevond zich overal. “De hele verdomde stad probeerde hen te doden”, aldus Bowden.

Militaire gedragsregels golden niet meer, het was ieder voor zich. De soldaten van het konvooi vuurden zonder onderscheid op mensenmassa's. “Het ene moment stond er een menigte, een seconde later was er alleen nog een hoop bloedende lichamen van doden en gewonden”, schrijft Bowden. De Amerikanen schoten hun wapens leeg op huizen, auto's, koeien, ezels, mannen, vrouwen en kinderen. Menige Somaliër droeg wapens, maar niet iedereen. Het maakte niet meer uit. Een soldaat schoot een vrouw aan stukken die op haar ene arm een kindje droeg en in de andere hand een pistool hield. Een andere soldaat “zag jongens van zeven en acht jaar, sommigen met wapens, anderen zonder, hij schoot ze allen dood”. Somalische militieleden zochten dekking tussen ongewapende burgers. “Hij maaide een hele menigte neer”, schrijft Bowden over een Amerikaanse militair. “Hij voelde niets meer. Hij wilde alleen nog maar zoveel mogelijk Somaliërs raken.”

Eén van de 24 gevangenen in het konvooi die te luidruchtig stond te bidden, kreeg de kogel. Amerikanen executeerden een Somaliër die gewond op straat lag. Een groep soldaten onder vuur zocht dekking in een woonhuis en nam er een familie in gijzeling. Toen de vrouw des huizes te hard schreeuwde, werd ze gedood.

Alles leek fout te lopen voor de Amerikanen tijdens de 15 uur lange veldslag in het wespennest Mogadishu. De piloot van een Orion-vliegtuig boven de stad overzag de gevechten en gaf aanwijzingen aan het konvooi om de wagens naar een veiliger buurt te dirigeren. Het tegendeel gebeurde. De bevelen gingen eerst naar het commandohoofdkwartier en van daar naar de leiding van het konvooi. Zo trad vertraging op. De chauffeur aan de kop van het konvooi ontving de opdracht linksaf te slaan pas als hij de bedoelde zijstraat al was gepasseerd. Hij nam vervolgens de verkeerde afslag. Zo liep het konvooi herhaaldelijk in de armen van militieleden. De Rangers en leden van de Delta-eenheid, twee verschillende onderdelen van de Amerikaanse troepenmacht, openden per abuis het vuur op elkaar.

Piloot Mike Durant was met zijn Black Hawk-helikopter neergestort en nog in leven. Versterkingen slaagden er niet in hem op tijd te bereiken. Woedende Somaliërs waren hen voor. Ze staken messen in de lichamen van Durants dode collega's en rukten lichaamsdelen af. Het regende vuistslagen op Durant en een vrouw probeerde zijn geslachtsdeel er af te trekken. Durant werd gered van de furieuze menigte door de leider van een buurtmilitie. Hij belandde als krijgsgevangene, met een hondenketting om zijn nek, in de handen van Farah Aideed. Bill Cleveland zat in een andere aangeschoten helikopter en overleefde zijn val niet. Zijn halfnaakte lichaam werd aan een touw door uitzinnige Somaliërs door de straten van Mogadishu gesleurd. De soldaten op de basis zagen die avond de beelden van Cleveland op CNN en trokken daarna met nog meer haatgevoelens ten strijde tegen de Somaliërs.

“Vecht tegen de invasiemacht”, schalde het die middag van de derde oktober uit megafoons in alle uithoeken van de stad na de aanval op Abdi House. Somaliërs zijn als vissen die alle kanten opzwemmen. Wanneer zij worden bedreigd, keren ze zich gezamenlijk tegen de vijand. Dan formeren de vissen zich onmiddellijk in een school en vechten zij aan zij. Nadat de Amerikanen militieleider Farah Aideed tot aartsvijand hadden uitgeroepen, staakten de milities in Mogadishu hun onderlinge gevechten en keerden zich tegen de blanke indringers. Wekenlang hadden de Amerikanen de stad vanuit helikopters beschoten, talrijke burgers verloren daarbij het leven. Alle haat tegen de Amerikanen kwam op 3 oktober tot uitbarsting. De inwoners wierpen wegversperringen op tegen de Amerikaanse voertuigen en richtten hun granaatwerpers op de helikopters. Vrouwen, kinderen, ouderen, iedereen die een wapen kon bemachtigen, vocht mee tegen de 120 ingesloten Amerikaanse soldaten. Het militaire hightech-materieel van de supermacht kon niet op tegen deze Somalische volkswoede.

Een geschokte president Bill Clinton belegde na het rampzalige nieuws uit Somalië onmiddellijk een bijeenkomst van zijn naaste medewerkers. Clinton toonde zich geïrriteerd. Hij was niet op de hoogte gesteld van de commando-actie op Abdi House. De operatie was voor de Amaerikanen uitgelopen op het grootste vuurgevecht sinds de oorlog in Vietnam.

De politieke implicaties van het militaire fiasco bleken ingrijpend voor Afrika. Washington trok al zijn troepen terug uit Somalië, waarna de andere landen die deelnamen aan de VN-vredesmacht dit voorbeeld volgden. De klopjacht op Farah Aideed werd gestaakt. De VS besloten voortaan niet langer hun vingers te branden aan een Afrikaanse burgeroorlog. Rwanda werd in april van het volgende jaar het eerste slachtoffer van deze nieuwe politiek. In dit Midden-Afrikaanse landje vond een volkerenmoord plaats waarbij 800.000 mensen werden afgeslacht. Washington blokkeerde vanaf het begin van de moorden in Rwanda plannen van de VN voor een militaire interventie. De genocide in Rwanda werd de grootste slachtpartij van deze eeuw in Afrika.