Ahoy' weer de tempel van nationale truttigheid

Eén keer per jaar treden de korfballers uit de anonimiteit als sportpaleis Ahoy' het decor vormt voor de zaalfinale. Truttig is de ambiance, maar niet de sport. De spelers gingen elkaar zelfs bijna te lijf.

ROTTERDAM, 23 MAART. Ook de korfballers zelf weten zich doorgaans geen raad met de nederige status van hun sport. Vloog PKC-aanvoerder André Simons staatssecretaris Erica Terpstra daarom zo uitbundig om de hals na de overtuigende 19-14 overwinning op Die Haghe? Haar aanwezigheid bij de zaalfinale mocht nog niet worden uitgelegd als een definitieve erkenning van het korfbal, want Terpstra laat zich graag zien bij folkloristische evenementen. Wat Thialf is voor de schaatsers is sportpaleis Ahoy' voor de korfballers, een tempel van nationale truttigheid.

Korfbalcoach Jan Wals noemde de apotheose van de zaalcompetitie ooit spottend “de grote masturbatieshow”, omdat de zaalfinale slechts door de korfballers zelf als een hoogtepunt wordt beschouwd. De rest van Nederland kijkt nog steeds meewarig neer op het bastaardkind van de topsport. Het unieke karakter van een sport die door mannen én vrouwen samen wordt bedreven wordt immers geschaad door spelregels die niet meer van deze tijd zijn. Wie roept er nu hardop 'partij' als de bal op de tegenpartij is veroverd? Wie accepteert nog dat de opstelling van de vakken in een gesloten envelop bij de scheidsrechter moet worden ingeleverd?

Het kan ook alleen in het korfbal gebeuren dat landskampioen PKC zich ook dit seizoen zal terugtrekken uit het Europa Cup-toernooi als de finale op zondag wordt gespeeld. De zaterdagclub uit Papendrecht stelt zich niet zo principieel op uit geloofsovertuiging, al zal de christelijke achterban het wel zo willen uitleggen. Maar wie nu eenmaal op zaterdag korfbalt maakt geen uitzondering voor een Europa Cup, die bovendien niet kan tippen aan het nationale kampioenschap in de zaal.

Korfballers zijn echter zo gewend geraakt aan alle vooroordelen ten opzichte van hun sport dat ze zich niet meer wensen te verdedigen. Gelijk hebben ze. Wie het curling met droge ogen aan kan zien, dient de korfbalsport onmiddellijk een olympische status te geven. Al wordt het korfbal in een land als Spanje beoefend op het niveau van de Nederlandse campinghouder die toevallig aan een Spaanse vrouw is blijven hangen en vervolgens bondscoach is geworden. Maar oordeel niet zonder te kijken, smeekt PKC-coach Jan-Sjouke van den Bos.

En wat is truttig als korfballers elkaar bijna te lijf gaan tijdens de zaalfinale? Zo hoog liepen de emoties op, zo stevig waren de onderlinge duels dat korfbal werkelijk topsport was. “Mensen die voor het eerst naar korfbal komen kijken, zijn meteen verkocht”, weet Tim Abbenhuis, aanvoerder van Die Haghe, uit ervaring. “De leerlingen op mijn school leven ook intensief met me mee. Al had ik vanochtend wel moeite ze onder ogen te komen na de afstraffing van mijn ploeg.”

Ook zijn collega André Simons wordt niet langer uitgelachen als hij op een feestje opbiecht dat hij korfbalt. “Ik kreeg vroeger nog wel eens te horen dat ik een sport voor mietjes bedreef. Maar ik zie geen enkel verschil tussen schaatsen en korfbal. Wat is folklore? Een WK allround is toch ook een Open Nederlands kampioenschap net als een WK korfbal?” En Van den Bos: “In Thialf komen de mensen om zichzelf te vermaken, ik zie ze zelfs picknicken op de tribunes. Het publiek in Ahoy' wil getuige zijn van een superwedstrijd, die voor elke korfballer de ultieme bekroning van zijn carrière is.”

Het probleem is dat de topspelers en de topcoaches die hun sport een professionele uitstraling willen geven, worden tegengewerkt door een bond waarin Door de Mand Gevallen 4 net zoveel invloed heeft als PKC en Die Haghe. “Het heeft vijftien jaar geduurd voor we eindelijk van het middenvak af waren”, verzucht Van den Bos. “Maar ik hoop dat we onze nieuwe plannen binnen een jaar door de bond kunnen loodsen.” Van den Bos bereidt met zijn collega's een nieuwe opzet van de competitie voor. “Een topliga met twaalf ploegen die na de reguliere competitie play-offs spelen met kruisfinales, waardoor we drie dagen topkorfbal kunnen bieden in Ahoy'.”

Dat zal ten koste gaan van het veldkorfbal dat door het KNKV zo krampachtig wordt gepresenteerd als het zomerse alternatief voor de zaal. Van den Bos weet wel beter. “Topkorfbal wordt alleen in de zaal gespeeld, daar zullen we ons op moeten richten. De top moet niet langer op het veld spelen, dat product valt niet te verkopen. Dat geldt ook voor het internationale korfbal. Zelfs België is al geen serieuze tegenstander meer voor het Nederlandse team. De IKF is ten onrechte trots op landen waar slechts recreatief wordt gekorfbald. Het heeft weinig zin Taiwanezen en Koreanen te leren korfballen. We zullen onze sport eerst in Nederland op een hoger niveau moeten krijgen.”

Onder aanvoering van de uitblinkende André Simons, die zeven keer scoorde, had titelverdediger PKC zaterdagavond geen enkele moeite met het favoriete Die Haghe. PKC won in een eenzijdig duel met 19-14. De Haagse debutant in een zaalfinale had weliswaar alle prijzen gewonnen op het jaarlijkse korfbalgala, maar de ploeg van coach Freek Keizer was tegen PKC geen moment zichzelf. “We speelden slap en toonden geen strijdlust”, mopperde aanvoerder Tim Abbenhuis, de enige speler van Die Haghe die in de pas kon blijven bij PKC. “Ik denk dat we aan de spanning ten onder zijn gegaan.” PKC-coach Jan-Sjouke van den Bos zag het anders. “Die Haghe heeft de afgelopen weken alleen maar feest gevierd. Maar die club vergat dat de hoofdprijs werd vergeven in Ahoy' en niet op een gala zonder betekenis.”