Zonnepanelen

Als het Greenpeace louter te doen was om media-aandacht, dan is zij in die opzet ruimschoots geslaagd. Maar als zij - zoals verondersteld mag worden - grootschalige toepassing van zonne-energie wil bevorderen, dan kun je je afvragen of het aanbieden van enkele zonnepanelen voor de privé-woning van minister Wijers een juiste methode is (NRC Handelsblad, 17 maart).

Het ging in de actie inderdaad om zonnepanelen, maar in de praktijk blijkt slechts een enkeling het verschil te weten tussen zonnepanelen en zonnecollectoren. Visueel lijken ze op elkaar maar technisch hebben ze vrijwel niets met elkaar te maken: een zonnepaneel levert elektriciteit en een zonnecollector warm water.

En daar zit de adder onder het gras. De zonnecollector, die deel uitmaakt van een zonneboilersysteem, is al geruime tijd een marktrijp product en wordt, om de afzet een handje te helpen, door de overheid gesubsidieerd. De marktintroductie van elektriciteit uit zonlicht, met zonnepanelen dus, loopt daar een ronde op achter. Particuliere toepassing vind je vooral daar waar aansluiting op het elektriciteitsnet niet mogelijk of onbetaalbaar is, bijvoorbeeld een zomerhuisje ver van de bewoonde wereld. Met grootschalige toepassing van zonnepanelen wordt geëxperimenteerd, ook in de woningbouw. De toekomstverwachtingen van deze vorm van zonne-energie zijn hooggespannen en daarom worden projecten op dit gebied wel degelijk door de overheid financieel gesteund. Dat geldt echter niet voor zonnepanelen op individuele (bestaande) woningen, omdat deze toepassing op dit moment niet de hoogste prioriteit heeft.

Veel mensen die het verschil niet kennen tussen de beide vormen van zonne-energie hebben door Greenpeace de indruk gekregen dat de overheid de toepassing van zonne-energie niet wenst te subsidiëren. Het tegendeel is waar, alleen doet de minister dat iets verstandiger dan Greenpeace ons wil doen geloven.

    • Bart W. Bartstra