'Ze willen me ongetwijfeld zien huilen'

De korfbalfinale in het volgepakte Ahoy' gaat vanavond tussen Die Haghe en PKC. International Mady Tims doet mee bij PKC, maar speelde vorig jaar nog voor Die Haghe. “Daar ben ik altijd alleen geweest.”

DEN HAAG, 21 MAART. Ze was bijna haar hele leven, vijftien jaar lang, lid van Die Haghe. Toch zegt Mady Tims helemaal niets voor de Haagse korfbalvereniging te voelen. Dat is opmerkelijk in een sport die op clubliefde drijft. “Ik ben bij Die Haghe altijd alleen geweest”, is de harde constatering van international Tims. “Vaak heb ik me afgevraagd of ze het wel leuk vonden dat ik daar speelde.”

Begin dit seizoen stapte ze met haar ploeggenoot en vriend Ludo Tissingh over naar PKC uit Papendrecht. Er was een vervelend seizoen bij Die Haghe aan voorafgegaan. Dat had, stelt Tims duidelijk, niets met haar medespelers en coach te maken, maar met “mensen er omheen”. Tims en Tissingh werden er van beschuldigd dat ze trainer Freek Keizer eruit probeerden te werken. “Dat was grote onzin. Maar ons werd niets gevraagd. Het werd gewoon aangenomen. We werden gepakt”, zegt Tims.

Ook Keizer, die de twee aanvankelijk uit de ploeg wilde zetten, raakte er van overtuigd dat er sprake was van roddel en achterklap. “Hij zag gelukkig in dat er een vies spelletje werd gespeeld”, zegt Tims. “Met Freek hadden we juist heel goed contact. Nog steeds. Hij reed vaak met ons mee naar Utrecht. Daar zetten we hem op de trein omdat hij in de buurt van Amersfoort woont. ”

Keizer werd vorig seizoen de opvolger van de vader van Mady, John Tims. Hij had Die Haghe lang getraind, maar moest wegens drukke werkzaamheden zijn functie neerleggen. “Blijkbaar reageerden mensen die altijd al een enorme hekel aan mijn vader hadden zich op mij af. Je moet je ouders aan de ketting leggen, zei iemand tegen me. Dat is toch niet normaal?”

John Tims had, op verzoek van het bestuur, zijn kritische mening gegeven over Keizer en zijn dochter werd daar door sommige mensen op aangekeken. “Mady werd zo'n beetje vogelvrij verklaard en kreeg geen kans zich te verweren”, zegt haar vader. Het was voor hem aanleiding om zijn banden met Die Haghe te verbreken. Later vertrok ook Mady. “Ik wilde een paar jaar geleden al naar PKC, maar toen mocht ik niet van mijn vader”, zegt de korfbalster.

Mady Tims is de dochter uit een korfbalhuwelijk. Haar beide ouders waren international. Vader John was een echte Eiber. Met het roemruchte Ons Eibernest werd hij vele malen kampioen van Nederland. Later ging hij als trainer naar Die Haghe en nam zijn 5-jarige dochter mee. Zes jaar lang werd ze door haar vader getraind. “Dat is zeker geen voordeel”, weet ze. “Mensen denken altijd dat je wordt voorgetrokken. Ik had zelf weleens het gevoel dat ik juist harder werd aangepakt dan mijn ploeggenoten. Aan de andere kant ben ik zo goed geworden door mijn vader. Hij haalde eruit wat er in zat. Hij is mijn leermeester geweest.”

Evenals haar ouders heeft Mady Tims ook een korfballer als partner gevonden, Ludo Tissingh. Ze ontmoetten elkaar ruim vier jaar geleden bij de nationale juniorenploeg. “Er zijn heel veel stelletjes in het korfbal. Dat is ook vrij logisch. Je speelt samen en leert elkaar goed kennen.” Dan lachend: “Bij ons was het geen liefde op het eerste gezicht, hoor. Pas bij de tweede interland zagen we er wat meer in.”

Ze gingen samen in Utrecht wonen en wilden ook in dezelfde ploeg spelen. Het moest óf de club van Tims, Die Haghe, worden óf die van Tissingh, DOS'46. “Dat was niet makkelijk. We kozen om praktische redenen voor Die Haghe. Dat was een half uur korter rijden.” Tissingh nam met pijn in het hart afscheid van DOS en Drente. “Ik kom uit Nijeveen, een dorp van 3000 mensen. Het was dus even flink wennen in Den Haag.” Zijn eerste seizoen in het westen werd door alle problemen bij Die Haghe geen doorslaand succes. Bij PKC hebben Tissingh (22) en Tims (21) het nu wel naar hun zin. “Vanaf de eerste dag dat we in Papendrecht speelden, voelden we een bepaalde rust.”

Voor beiden is het vanavond de eerste finale om het Nederlandse kampioenschap. Als korfballers dromen, doen ze dat van de wedstrijd van het jaar in een vol sportpaleis Ahoy'. Tims, die wel een keer in de juniorenfinale speelde, beweert geen extra druk te voelen omdat Die Haghe de tegenstander is. Wel stond ze deze week volop in de belangstelling van de pers. “Als korfballer ben je dat niet gewend. Ik vond het best leuk om mee te maken. Maar ik ben er op voorbereid dat als we verliezen de fotografen zich op mij zullen richten. Ze willen mij natuurlijk huilend in de krant krijgen.”

Tims is blij dat ze vorig jaar al een keer tegen Die Haghe heeft gespeeld. “Dat heb ik dus al gehad”, stelt ze. “Ik was ziek, maar wilde gewoon spelen. Ik moest er een keer doorheen. Ik stond stijf van de zenuwen en speelde heel slecht. Het was wel raar om tegen mensen te staan met wie je jarenlang hebt samengespeeld. Ik vroeg ook een keer de bal aan Jonni Abbenhuis (Die Haghe). Ik ben er, Jon. Ik schrok er zelf van. Gelukkig had niemand het gehoord.”

Die Haghe is vanavond de favoriet. De Haagse ploeg was dit seizoen oppermachtig in hoofdklasse B. In de andere poule wist PKC pas in de laatste speelronde de koppossitie veilig te stellen. Tims: “Ik heb aan het begin van het seizoen al een finale tussen Die Haghe en PKC in mijn hoofd gehad. Wij moeten als een collectief spelen, daar liggen onze kansen. Die Haghe heeft individueel goede spelers, maar het is niet altijd een eenheid.”

Vader John Tims won in 1967 zijn eerste zaaltitel. Met Ons Eibernest werd Blauw Wit na een zinderende serie strafworpen verslagen - na vijftien missers ging de zestiende bal er pas in. “Zo'n eerste keer is altijd bijzonder”, zegt Tims senior, die momenteel assistent-bondscoach is. “Ik hoop natuurlijk dat mijn dochter wint. Vooral voor haarzelf. Want als ze in Ahoy' verliest, gaan mensen na het hele verhaal bij Die Haghe misschien raar lopen doen. En het moet nu maar eens afgelopen zijn.”

    • Hans Klippus