Weer een nieuw woord

Als het om de beurskoersen van de aandelen gaat, om geld in het algemeen of om de dood van een icoon, krimpt de wereld tot een dorp. Dat zou villageren, endroitiseren moeten heten, maar het wordt mondialiseren of globaliseren genoemd; verwerelden of aardklotiseren zou je zeggen als je je moedertaal trouw was. Voor het dorp-blijven van de naties afzonderlijk hebben we geen woord. Toch is deze bestendigheid even opmerkelijk; misschien nog meer omdat het een handhaven tegen de storm in is.

Het grootste dorp ter wereld is Amerika. Als je er aankomt en je blijft er wat langer, dan word je vanzelf in het dorpsleven opgenomen. En na je vertrek ga je de burenruzies, de achterklap, de haat en nijd en de vriendschappen missen. Je bent een paar dagen verbaasd dat de mensen in je eigen dorp waar je intussen bent aangekomen, zich met heel andere ruzies en geroddel bezighouden. In dit geval gaat het om het grote onderwerp: president Bill Clinton en de vrouwen, dat aan deze zijde van de oceaan maar summier wordt behandeld.

Het ongelofelijke eraan, de kant waaraan je steeds weer probeert te wennen, is deze. Sinds deze president als kandidaat in zijn eerste voorverkiezingen verscheen, is hij begeleid door vrouwen die vertelden dat ze een verhouding met hem hadden gehad, dat hij zich ongewenste intimiteiten had veroorloofd, dat hij daarna alles had gedaan om een en ander geheim te houden. Gennifer Flowers, Paula Jones, Monica Lewinsky, de boze heks Linda Tripp die het allemaal heeft verklikt. Nu weer Kathleen Willey. Overal worden telefoons afgeluisterd, correspondenties gelicht, gekopieerd, gepubliceerd. De beste buren en dierbaarste vrienden vertrouwen elkaar niet meer.

Een langzamerhand onafzienbare stoet van getuigen heeft bevestigd of ontkend wat de president wel of niet gedaan heeft. Een leger van vijanden die voor de gelegenheid of uit overtuiging de zuiverste beginselen waren toegedaan, heeft geprobeerd hem ten val te brengen. Wie de haat in zijn puurste vorm wil proeven, moet het proza van Clintons doodsvijanden lezen. De grappen over het libido van de president vallen niet meer te tellen. Meer advocaten verdienen groter fortuinen, als hun cliënten het tenminste kunnen betalen. Het is een dagelijks fantastisch schouwspel - nog niet in deze omvang vertoond en zeker niet met iedere dag weer iets nieuws. Maar je moet in Amerika zijn om erdoor te worden meegesleept. Zelfs de International Herald Tribune bereikt niet de intensiteit die samenhangt met het lokale, het Amerikaanse dorpsleven.

Voor het publiek in de zalen van de rest van de wereld is dat, van dramatisch standpunt bezien, jammer. Want we hebben een klassiek gegeven. Bill Clinton, karakterologisch, van hoog moreel standpunt bekeken, is niet de zuiverste held die je je voor een drama kunt voorstellen. Tot nu toe heeft hij iedere vijand weten te verslaan, niet met de heldhaftige sabelhouwen die het publiek graag ziet, maar met geduld en stille slimheid. Dan is daar telkens weer Kenneth Starr, de machtige, onafhankelijke dienaar van wet, recht en moraal. Al jaren loopt hij storm, steeds rechtvaardiger, steeds bozer; en telkens weer loopt zijn aanval vast in de moerassige verdediging van de president. Rukt Starr een masker af, dan zit daarachter weer een masker dat minzaam glimlacht. Hoe meer maskers Starr op de grond smijt, hoe populairder Bill wordt. It's the economy, stupid.

Bill Clinton en de vrouwen. Het is een spektakel. Het gaat om de eer en de moraal van velen. Het gaat om reputaties. Het gaat ook om geld. Gennifer Flowers is al in Penthouse verschenen. Paula Jones heeft ieder aanbod van iedere uitgever afgeslagen. Kathleen Willey had een manuscript klaar. Linda Tripp ook. Het gaat, bovenal, om de macht. Starr tegen Clinton. Republikeinen tegen Democraten. Feministen tegen de macho's. Belastingbetalers tegen de bijzondere aanklager.

Dat zaten we te bespreken. Maar, vroeg een van ons plotseling: 'Is het ook een tragedie? Is in dit geweldig nationaal spektakel iemand die tragisch kan worden genoemd?' We lieten de hele cast de revue passeren. De hebzuchtigen, de eerzuchtigen, de wellustelingen, de machtsbelusten, de solidairen en de haters. Niemand kon je werkelijk tragisch noemen. Is het dan een klucht? Hoewel er veel wordt gelachen, nee. Een tragikomedie misschien? In laatste aanleg weer niet aangrijpend genoeg. Het is een mediaspektakel, het soort divertissementsdrama waarin menselijk lot, publiek belang en dagelijks afstandelijk amusement zijn verknoedeld tot een nieuw fenomeen waarvoor nog een naam moet worden gevonden.

Al verzinnend kom je al vlug in moralistisch vaarwater. Besmeuringstoneel? Dan is het iets dat je verklaart af te keuren terwijl je er met je neus bovenop blijft staan. In het Duits klinkt het neutraler: Verschmutzungsspektakel. We bespraken het hier op de redactie. Toen riep iemand: Drekfeest! Daar houd ik het voorlopig op.