Twee bevlogen jonge muzikanten

Concert: Jeroen den Herder (cello), Folke Nauta (piano). Werken van Mendelssohn, Schnittke, Nin, Rachmaninov. Gehoord: 19/3, Kleine Zaal Concertgebouw Amsterdam. Uitzending: 29/5 14uur EO Radio 4.

Zij zijn pas midden twintig, maar behoren nu al tot de fine fleur van de Nederlandse solisten. Cellist Jeroen den Herder is met zijn 26 jaar de jongste hoofdvakdocent aan de vaderlandse conservatoria, pianist Folke Nauta won al weer jaren geleden als eerste Nederlander het Scheveningen Internationaal Muziekconcours. Samen vormen zij een duo, dat in 1992 de Zilveren Vriendenkrans van de Vereniging Vrienden van het Concertgebouw ontving.

In de Kleine Zaal van datzelfde Concertgebouw gaven Nauta en Den Herder donderdag een recital met een uitgewogen, veeleisend en contrastrijk programma: een romantische sonate van Mendelssohn, een naargeestig duet van Alfred Schnittke, de Spaanse exotiek van Joaquín Nin en een somptueuze Rachmaninov. Een programma, waarin beide solisten even veel aandacht kregen. Niet voor niets is bij het leeuwendeel van de gespeelde composities de veelzeggende discussie gevoerd of het nu een werk betrof voor piano en cello, of juist voor cello en piano.

Al tien jaar spelen Den Herder en Nauta samen, en dat is te horen. De eenademigheid waarmee de melodielijnen worden gespeeld, het ogenschijnlijk gemak waarmee de kleinste nuances in articulatie en dynamiek worden uitgevoerd, de zelfbewuste manier waarop de muzikale spanning binnen een compositiedeel steeds een tandje verder wordt opgeschroefd - het zijn aspecten die alleen in een dialoog van gelijkgestemde musici zo spontaan en bevlogen kunnen overkomen.

In de Tweede sonate van Mendelssohn was het nog wat zoeken naar het juiste evenwicht. Nauta maskeerde in de forte-passages het spel van Den Herder, de dialoog tussen de cellopizzicati en het pianomotief in het tweede deel liet aan homogeniteit te wensen over, de piano-arpeggio's waarmee het Adagio opent waren aan de grillige kant. Maar de uitvoering was desondanks zeer overtuigend, het grondplan goed doordacht. In de Sonate van Rachmaninov vielen alle details op hun plaats: een goede onderlinge balans, voorbeeldig samenspel, prachtige toonvorming, een meeslepend betoog.

De Suite espagnole van Nin is minder diepgravend dan deze twee composities, maar in handen van Den Herder en Nauta werd het toch een zwierig stuk muziek met een bijtende, schitterend getimede Andalusische dans tot besluit. Toch leken Nauta en Den Herder het meest gecommitteerd aan die meesterlijke Eerste sonate van Alfred Schnittke. Schnittke's schrijnende muziek onverschillig over je heen laten glijden, is bij deze twee musici onmogelijk. Verstilde noten die emotioneel imploderen, een frenetieke galop, hartverscheurende streken - het is loodzware muziek die als een veertje in de wind moet zweven. Nauta en Den Herder jongleren als weinig anderen met Schnittke's muzikale motorzagen.

    • Emile Wennekes