Ook op wetten komt auteursrecht

De student die Nederlandse wetten op het Internet zette, kreeg gisteren gelijk van de rechter. Maar de Europese richtlijn over auteursrecht dreigt zulke praktijen van “infonauten” in te halen.

AMSTERDAM, 21 MAART. De wet is vrij van auteursrecht. Iedere burger wordt immers geacht hem te kennen. Toch daagde uitgeverij Vermande, onderdeel van de staatsdrukkerij en -uitgeverij Sdu, de Amsterdamse rechtenstudent Pavle Bojkovski voor de rechter omdat hij de belangrijkste Nederlandse wetten integraal op Internet heeft gezet. Deze teksten waren afkomstig van een cd-rom die Vermande bij een wettenbundel levert.

Gisteren stelde de president van de rechtbank in Den Haag de uitgever in het ongelijk. Hij verwierp het beroep van Vermande op een nieuwe richtlijn van de Europese Gemeenschap over de rechtsbescherming van databanken. Daarmee is de kou echter niet uit de lucht voor Bojkovski en andere “infonauten”. Hij ontsprong gisteren alleen de dans omdat de richtlijn nog niet formeel is ingevoerd in Nederland.

De Europese richtlijn voorziet in een speciale bescherming voor verzamelingen van feitelijke gegevens. Niet alleen electronische databanken, zoals de titel suggereert, maar ook schriftelijke gegevensverzamelingen. Dergelijke bestanden vielen tot dusver in beginsel buiten het auteursrecht. Dit is alleen van toepassing op een wettenbundel waaraan een speciale selectie van teksten met een duidelijke eigen inbreng van de samensteller ten grondslag ligt. Beide partijen in de zaak Vermande-Bojkovski waren het er over eens dat dit in hun geval niet opging.

De richtlijn dateert van 11 maart 1996, maar hij richt zich alleen tot de lid-staten van de Gemeenschap en niet direct tot de burgers. Om deze te binden is in ieder aangesloten land wetgeving nodig die de richtlijn implementeert, dat wil zeggen: de verbinding legt met de nationale rechtsregels. Dat diende uiterlijk op 1 januari van dit jaar te zijn gebeurd, maar de Nederlandse wetgever heeft deze deadline niet gehaald.

De Europese databankrichtlijn zelf was al een moeilijke bevalling - de inzet van een felle lobby. Ook het opstellen van een Nederlandse implementatiewet heeft de nodige haken en ogen, getuige de omstandigheid dat beide partijen in de Haagse rechtszaal met een eigen versie van een ontwerp-wetstekst zwaaiden. Naar verluid heeft het kabinet inmiddels een keuze gemaakt en is een definitieve tekst naar de Raad van State gezonden voor advies. Maar zolang dit wetsvoorstel berust in het heiligdom van de raad aan de Haagse Kneuterdijk is het geheim, zodat het niet duidelijk is welke invulling de regering nu precies aan de databankrichtlijn denkt te geven.

Daarom viel de rechter in de zaak Vermande-Bojkovski terug op de Nederlandse stelregel dat wetten vrij zijn van auteursrecht. Hij waarschuwde echter dat de Europse richtlijn “een breuk met het verleden” betekent en een nieuwe vorm van rechtsbescherming van gegevensverzamelingen schept. Volgens de rechter is het onaannemelijk dat de richtlijn de Nederlandse wetgever de vrijheid laat databanken van wetten categorisch uit te sluiten. Dat belooft dus weinig goeds voor de adepten van het vrije Internet.

De Europese databankrichtlijn is juridisch gezien zoals dat heet sui generis (van eigen aard) en kan dus niet worden doorkruist door de speciale auteursrechtelijke vrijstelling voor wetsteksten in Nederland. Het kan niet de bedoeling van de richtlijn zijn om “de vruchten van de door particulieren in de loop der tijd verrichte inspanningen vogelvrij te verklaren”, zegt de Haagse rechter. Hij bedoelt daarmee de inspanningen van uitgevers als Vermande.

Deze waarschuwing heeft een speciale betekenis. Het mag zo zijn dat iedere burger wordt geacht de wet te kennen, maar de Staat der Nederlanden rekent het niet tot zijn taak om een bijgewerkte versie van die wet te verschaffen - ook al is dat elektronisch gezien tegenwoordig een fluitje van een cent.

De Bekendmakingswet verplicht slechts tot afzonderlijke publicatie van wetten en wetswijzigingen in het Staatsblad en vergt dus niet de publicatie van de na een wetswijziging actueel geldende, volledige, doorlopende tekst van wetten.

De hoeveelheid regelgeving is de afgelopen decennia echter zo toegenomen dat het ondoenlijk is aan de hand van het Staatsblad na te gaan hoe de actuele, volledige wetstekst na eventuele wijziging luidt. Toch wordt compilatie en consolidatie van de wetsteksten overgelaten aan particuliere uitgevers. Zeker onder de nieuwe richtlijn kunnen zij aanspraak maken op bescherming van deze inspanning.

Het grote - zij het omstreden - voorbeeld is de exclusieve overeenkomst van de Staat met uitgever Wolters Kluwer voor een Algemene Databank Wetgeving (ADW). De vertrekkende staatssecretaris Kohnstamm heeft geweigerd dit contract - dat loopt tot 1 januari 2001 - open te breken, ook al verklaarde hij vorig jaar juni in een nota over het vergroten van de toegankelijkheid van overheidsinformatie met behulp van informatie- en communicatietechnologie plechtig dat “de basisinformatie van de democratische rechtsstaat principieel openbaar” dient te zijn.

Er is een voor de hand liggende uitweg, die ook nog eens mooi aansluit bij de hooggestemde plannen van het paarse kabinet voor de electronische snelweg, noteerde de Tilburgse openbaarheidsjurist A.A.L.Beers in zijn studie Informatica Publica: “De overheid behoort zorg te dragen voor de algemene beschikbaarheid van volledige, doorlopende en actuele wetsteksten”.