Neutraal

In zijn bijdrage van 13 maart vermeldt J.L. Heldring dat niet lang voor 10 mei 1940 de bekende rechtsgeleerde B.M. Telders het Nederlandse publiek hekelde, omdat het bij gebrek aan begrip de internationale politiek tegemoet trad met moraliserende beschouwingen. Ik herinner me uit die tijd een voordracht van Telders te Leiden, waarin hij inderdaad poogde te rechtvaardigen dat wij neutraal waren in weerwil van onze afschuw van Hitlers Duitsland. Ik wist toen niets van politiek af, maar was onthutst over zijn logica. Hij voerde drie argumenten aan.

Het eerste was dat Frankrijk en Engeland zich deze oorlog zelf op hun hals gehaald hadden door het vredesverdrag van Versailles. Nederland had daar niets mee van doen en hoefde zich dus niet schuldig te voelen. Dit argument deed me vreemd aan uit de mond van iemand die bezwaar maakte tegen moraliseren.

Het tweede argument was dat neutraliteit tot de historische rol van Nederland behoort. Later begreep ik dat Telders hegeliaan was en dat die mensen nu eenmaal zo denken. Het derde argument was dat ten gevolge van zijn ligging aan de monding van de grote rivieren een neutraal Nederland meer voordelen had voor de geallieerden dan indien het hun zijde koos. Deze overweging leek me moeilijk te verenigen met het eerste argument. We hoefden ze immers niet te helpen? Toen ik na deze lezing naar huis wandelde, bedacht ik wat mijn eigen argument was. Het zou absurd en immoreel zijn het land in de oorlog te storten zolang je door anderen de kooltjes uit het vuur kan laten halen. Dat speelde natuurlijk ook in het achterhoofd van Telders, maar als jurist kon hij het niet zeggen en moest hij argumenten bedenken. Ik heb er een levenslange achterdocht tegen juridisch geschoolde professoren aan overgehouden. Is dit misschien dezelfde voordracht als waarop Heldring doelde?