Na '112' kan het lang duren voordat de politie komt

Wie in grote nood het alarmnummer 112 draait moet tussen twee en vijftien minuten wachten op de komst van de politie. Soms nog langer.

ROTTERDAM, 21 MAART. Het is Vastenavond, de laatste avond van het carnaval, als de politiemeldkamer tegen middernacht tegelijkertijd spoedmeldingen krijgt uit Bavel en Baarle-Nassau. In Bavel loopt een onderlinge vechtpartij van carnavalsgangers steeds verder uit de hand. Wanneer de politie ingrijpt, richten de herrieschoppers hun agressie op de agenten. Intussen wordt in de grensplaats Baarle-Nassau, zo'n twintig kilometer zuidelijker binnen de politieregio Midden- en West-Brabant, een geparkeerde Belgische touringcar vakkundig gesloopt door andere relschoppers.

Twee urgente meldingen, Categorie- of Prio-I in vakjargon, waarop snel moet worden gereageerd. Het onderbemande politieteam zuid-oost kan niet naar beide meldingen tegelijk en moet dus kiezen. Eerst grijpen ze in bij de rel in Bavel, met veertien dienders en drie honden. Rond drie uur 's nachts is het daar weer rustig. Dan pas kunnen er politieagenten naar de grensplaats. “De politie treft geen verwijt”, zal wethouder A. Moors van Baarle-Nassau een dag later in het Brabants Dagblad zeggen. Maar 'Den Haag' moet hier goede nota van nemen, meent hij: er moet meer blauw op straat komen.

De politie die niet of niet snel genoeg komt opdagen. Het is zo mogelijk de grootste angst van de doorsnee-burger in een tijd waarin geweld op straat, in het café of thuis lijkt toe te nemen. Niet voor niets is 'onveiligheid' een van de belangrijkste thema's voor de kiezer. Want dat de politie er snel moet zijn als het alarmnummer 112 wordt gedraaid, staat vast. Maar hoe snel eigenlijk?

De politie zelf zit behoorlijk in de maag met de zogeheten aanrijtijden, zo blijkt uit een rondgang door deze krant langs de 25 regiokorpsen. In de grote en middelgrote steden is de politie bij een Categorie-I-melding doorgaans tussen de vijf en tien minuten ter plaatse. Voor dunbevolkte, uitgestrekte plattelandsgebieden ligt de lat veel lager. Daar wordt als norm minder dan vijftien minuten gehanteerd. Maar uit de dagelijkse praktijk blijkt dat zelfs deze soepeler norm in een aantal gevallen niet wordt gehaald. Volgens eigen opgave van de korpsen zijn er op een kaart met de 25 politieregio's 'zwarte vlekken' in Gelderland-Midden, Midden- en West-Brabant, Groningen, Noord-Holland-Noord, op Goeree-Overflakkee en in Venlo.

“Zet maar gerust meer zwarte vlekken op die kaart”, schampert korpschef C.K. Bakker van de regio Gelderland-Midden, waarbinnen de districten West-Veluwevallei en Over-Betuwe slecht scoren. Maar hij relativeert de vertragingen ook: “Ik heb hier nog niet het bericht in de krant gelezen dat er doden zijn gevallen omdat de politie te laat kwam.” Anderhalf jaar geleden stapte Bakker vanuit de regio Rotterdam-Rijnmond over naar zijn huidige werkplek, tweehoog in een verzamelgebouw in Arnhem-Zuid. Bakker, die in de landelijke Raad van Hoofdcommissarissen behalve 'voetbalzaken' ook de 'basis-politiezorg' in zijn portefeuille heeft, erkent dat aanrijtijden een probleem vormen, in zijn regio (gemiddelde in 1997: 11,3 minuten) en elders.

Pagina 2: Eén surveillanceauto, 'altijd te laat'

Voorlichter H. de Haas van de regio Gelderland-Midden vermoedt dat sommigen van zijn collega's minder openhartig zijn geweest dan de Gelderse politie bij het verstrekken van gegevens over aanrijtijden. In het district Over-Betuwe en in het noorden van West-Veluwevallei is volgens korpschef Bakker sprake van een lage gemiddelde werkdruk, die de inzet van niet meer dan één surveillancewagen rechtvaardigt. “En die komt ook altijd te laat” bij de spaarzame categorie-I-meldingen in deze gebieden.

“Snelheid bij de politie is niet echt een belangrijke factor”, stelt hoogleraar politiestudies C.D. van de Vijver van de Universiteit Twente. Uit Amerikaans onderzoek zou weliswaar blijken dat de burger een snel reagerende politie als 'adequaat' ervaart. “Maar er is nauwelijks een relatie aantoonbaar tussen de reactiesnelheid en bij voorbeeld aanhoudingen”, zegt Van de Vijver. En: “Het terugdringen van de aanrijtijd met vijf minuten vergt een gigantische extra sterkte van de politie.”

In de politiepraktijk van alledag blijkt ook dat spoedmeldingen verschillend worden geïnterpreteerd. Snel gaat het, als bij een noodsituatie politiemensen zelf betrokken blijken te zijn. Maar met de veelal automatische alarmeringen van bedrijven (doorgaans negen van de tien keer vals alarm) “krijg ik politiemensen niet meer in de versnelling”, zegt korpschef Bakker. “Als het alarm bij een bank afgaat, zeggen ze soms: 'oh, de werkster gaat zeker weg'.”

Meer blauw op straat, dat is zeker niet de eerste reactie in leidinggevende politiekringen als het gaat om snel en adequaat optreden. Eerder wordt gedacht aan omvorming van de huidige werkwijze. Van 'voornamelijk reagerend naar gebiedsgericht optreden', zo vat Bakker de discussie binnen de Raad van Hoofdcommissarissen samen. Het fusiegedeelte van de grote politiereorganisatie die een paar jaar geleden werd ingezet, is nu voltooid. Bakker: “'Den Haag' denkt dat we klaar zijn, maar nu begint het echte werk pas.”

In de regio Gelderland-Midden worden nu 105 (hoofd-)agenten klaargemaakt voor het 'gebiedsgerichte' werk. “Denk aan de politie als 'huisagent', zoals je ook een huisarts hebt”, legt Bakker uit. Die 'huisagent' moet de mensen in zijn gebied kennen en beter kunnen anticiperen op eventuele problemen.

Ook elders zal de politie dichter bij de burger komen. In Amsterdam gaan tegen het eind van dit jaar tweehonderd ervaren politie-agenten vast de wijken in als 'buurtregisseurs'. “In de organisatie gaan we ons richten op de dichtbij-politie. De wijkagenten komen weer terug”, zei de Amsterdamse korpschef J. Kuiper onlangs als gastspreker op een bijeenkomst van de VVD in Amsterdam.

Een nieuwe werkwijze moet worden gekoppeld aan nieuwe technieken. In de regio Utrecht loopt een proef met een automatisch localiseringssysteem van surveillancewagens die snellere inzet mogelijk maakt. In Gelderland-Zuid komt binnenkort een touch screen display in de auto's waardoor na aankomst op de ongevalsplek de terugmelding aan de centrale eenvoudiger wordt. Nu wordt die handeling in de haast nog wel eens vergeten.

In Groningen krijgen agenten met ME-dienst een mobiele telefoon. Dat is in deze overigens 'goed scorende' regio het gevolg van één van de langzaamste aanrijtijden die vorig jaar werd gerealiseerd: bij de rellen in de Oosterparkbuurt. Toen het er even op leek dat de politie nooit meer zou komen.