Meebesturen gaat GroenLinks goed af

Na de winst bij de gemeenteraadsverkiezingen neemt de kans op deelname van GroenLinks aan meer bestuurscolleges toe. Kan de idealistische partij haar principes overeind houden of moet ze voortdurend water bij de wijn doen?

ROTTERDAM, 21 MAART. Herman Meijer, wethouder van stadsvernieuwing, volkshuisvesting en voorlichting in Rotterdam voor GroenLinks, is niet het prototype van de Hollandse bestuurder. “Waar zie je in Nederland een wethouder met een diamantje in zijn oor?”, vraagt mevrouw M.D. Teenstra-Verhaar, die de afgelopen vier jaar fractievoorzitter was van de VVD in de Rotterdamse gemeenteraad. Van stropdassen moet Meijer weinig hebben. Alleen bij officiële gelegenheden wil hij het plechtige karakter van het moment niet verstoren en doet hij er een om. Teenstra is overigens goed over hem te spreken.

Meijer is een van de ongeveer vijftig wethouders die namens GroenLinks de afgelopen vier jaar in colleges van burgemeester en wethouders zitting hadden. Te oordelen naar de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen is het de linkse regenten niet slecht vergaan: GroenLinks bemachtigde 413 zetels tegen 346 vier jaar eerder en steeg van 5,7 procent naar 6,4 procent van het aantal stemmen. Hierdoor neemt de kans op deelname van GroenLinks aan bestuurscolleges toe. De vraag is of GroenLinks nu langzamerhand gaat veranderen van een actiepartij in een bestuurderspartij, en of de partij haar principes over natuur en sociale rechtvaardigheid nog wel overeind kan houden en niet voortdurend water bij de wijn moet doen. Hoe verging het bijvoorbeeld de twee wethouders van GroenLinks in het college in Utrecht? “De partij heeft zich in korte tijd omgevormd van een actiepartij in een bestuurlijke partij waarmee het prettig samenwerken is”, zegt A. Najib, de afgelopen vier jaar fractievoorzitter van de PvdA in Utrecht. “Je kunt eigenlijk niet zeggen dat de stad groener en linkser is geworden. De twee wethouders zijn keurig netjes en heel collegiaal geweest. In het begin waren ze wat belerend, maar dat is gesleten. Ze hebben de moed gehad om impopulaire maatregelen te nemen. Het enige duidelijke verschil met andere wethouders is dat ze meer fietsen.” De twee wethouders in kwestie zijn Annemiek Rijckenberg en Hugo van der Steenhoven, verantwoordelijk voor respectievelijk ruimtelijke ordening, participatie en voor milieu, verkeer en vervoer. Zelf hebben de voormalige opbouwwerkers niet de indruk de afgelopen vier jaar veel water bij de wijn te hebben moeten doen. Van der Steenhoven (geen stropdas): “Ik heb me altijd de uitspraak van Den Uyl herinnerd over de smalle marges van de politiek. Dat is me meegevallen. Ik heb meer bereikt dan ik had gedacht.” De wethouders denken aan het autoluw maken van de binnenstad, fietsroutes, de aanleg van een vrije busbaan in plaats van een sneltram, de start van Leidsche Rijn en meer openhartigheid jegens de burgerij.

Niettemin hebben veel Utrechters, getuige de winst van de partij Leefbaar Utrecht, weinig begrip voor de aanleg van de busbaan en de plannen voor een grootse reconstructie van de omgeving van het centraal station, het Utrecht Centrum Project (UCP). Rijckenberg en Van der Steenhoven zoeken de oorzaak van dit ongebrip in gebrekkige uitleg over de projecten en in een verkeerde presentatie van het UCP, iets wat ze zichzelf ook aanrekenen. Rijckenberg (een zilveren domtorentje op een zwarte blazer): “Je moet bij Utrechters niet aankomen met grote termen als toplocaties, want dan worden ze bang dat het kleinschalige karakter van de stad verstoord wordt.” Van der Steenhoven: “Utrecht ontwikkelt zich van een provinciestad tot een grote stad. Het is onze opgave om die groei in goede banen te leiden en het karakter van de stad te behouden.” De wethouder staat overigens op een kansrijke zesde plaats van de kandidatenlijst voor de Kamerverkiezingen op 6 mei en keert niet terug in het Utrechtse college.

Onwennig was het pluche voor veel GroenLinksers zeker. Annemiek Rijckenberg vertelt dat haar eerste optreden als wethouder een informatieavond betrof over de bouw van een studentenflat. Kort tevoren was ze als raadslid nog faliekant tegen die bouw, omdat daarmee een moerasbos schade zou worden berokkend. Rijckenberg: “Een leerzame avond. Ik stond daar tegenover mijn achterban een besluit uit te leggen waar ik zelf niet achter stond. Je zit daar nu eenmaal niet om jezelf te profileren of om de zaak te saboteren, maar om besluiten uit te voeren die door de raad zijn genomen. Je moet de gemeenteraad altijd in ere houden. We hebben er wel een natuurbeheersplan voor De Uithof uitgesleept.”

In Leiden is Jan Laurier wethouder werkgelegenheid, sociale zaken en wijkbeheer. “Het is volgens mij geen kenmerk van GroenLinks dat burgers de weg naar de wethouder beter weten te vinden. Maar ik zoek de mensen wel op. Als blijkt dat een buurt veel overlast heeft van een overslagstation van vuilnis, dan ga ik op de koffie bij het wijkcomité om de bezwaren aan te horen.” Hij zegt trots te zijn op linkse besluiten als de invoering van functieloon voor banenpoo-lers, een krachtige ondersteuning voor de minima en meer aandacht voor bomen in de stad. Maar ook waren er “lastige discussies” in de partij over de vraag of de bouw van aanleunwoningen voor ouderen wel ten koste mocht gaan van een deel van een park. De bouw ging door. Ook spijt het hem dat er nog weinig terecht is gekomen van het autoluw maken van de binnenstad.

De Rotterdamse wethouder Herman Meijer wordt graag aangesproken op het onder zijn bewind verbeterde imago van dak- en thuislozen, voor wie de opvang werd verdubbeld en een uitzendbureau in het leven werd geroepen. Hij heeft zich niet altijd met collegebesluiten kunnen verenigen, vijf keer beriep hij zich op een status als “erkend gewetensbezwaarde” onder meer bij het besluit over het handhaven van Rotterdam Airport. Maar ook hij heeft niet de indruk vaak bakzeil te moeten halen. Meijer: “Aanvankelijk sta je voor kolkende zaaltjes met mensen die luidkeels protesteren tegen bijvoorbeeld een opvangplaats voor daklozen. Een van de vreselijkste avonden die ik heb meegemaakt was bij een uitleg over de vestiging van een asielzoekerscentrum in een voormalig hotel. Daar begonnen kaalkopjes 'Eigen volk eerst' te roepen. Maar je houdt het vol, omdat je weet dat het later een geaccepteerde voorziening zal blijken te zijn. Rotterdammers, constructief als ze zijn, werken uiteindelijk wel mee. Je doet ten slotte niet iets onfatsoenlijks als wethouder, je staat voor de goede zaak.”

Behalve wethouders telt GroenLinks ook twee burgemeesters, allebei vrouw, en allebei voormalig wethouder in een Amsterdamse deelraad. In Uithoorn zwaait sinds twee maanden Berry Groen de scepter. Ze was eerder burgemeester in Oostzaan. Ook zij beschouwt het zoeken naar draagvlak voor besluiten als een van haar belangrijkste taken. Door vooraf meningen te peilen. “Iemand is altijd zijn beste eigen deskundige.” Maar ook door achteraf uit te leggen waarom het besluit toch anders is uitgevallen. “Anders zeggen ze bekijk het maar.” In Zoeterwoude zit burgemeester Amy Koopmanschap. Of haar stijl van besturen typerend is voor GroenLinks en daarmee afwijkt van de cultuur van meer gevestigde partijen? “Dat weet ik niet. Het hangt heel erg van de persoon af. Is iemand open of hecht iemand aan formele procedures? Waar ik zelf van houd, is om de diverse belangen voldoende in beeld te krijgen.”