Leuk leren bij het voetbal; RAMPZALIG ENGELAND

DE ELFJARIGE STEFAN Clarke kan alle uitslagen van de competitieduels die de Engelse eredivisie-club Sheffield Wednesday dit seizoen heeft gespeeld moeiteloos opdreunen. Maar met de tafel van zeven heeft hij grote moeite. En delen is voor hem net zo ondoorgrondelijk als scoren uit een omhaal.

Hoewel hij niet uitsluit dat zijn onkunde is te wijten aan het slechte materiaal waarmee hij moet werken. Hij wijst op het potlood waarvan hij de top al heeft afgekloven. “Met een vulpen zou het vast veel beter gaan.” Stefan Clarke is één van de honderdtwintig scholieren tussen 11 en 14 die twee keer in de week voor bijles naar het Hillsborough-stadion van Sheffield Wednesday trekken. De ruimte die één keer in de veertien dagen als perskamer dient, kennen zij alleen als 'studiebegeleidingscentrum'. Als ze op hun sommen zitten te zweten of hakkelend uit een boek voorlezen, kijken idolen als Benito Carboni, Andy Booth en Jon Newsome vanaf de foto's aan de muur waarderend toe.

Het plan voor studiebegeleidingscentra, gekoppeld aan bekende voetbalclubs, werd in de december gelanceerd door David Blunkett, minister van Onderwijs en parlementslid voor Sheffield. Naast Sheffield Wednesday koos hij ook Newcastle United en Leeds United voor proefprojecten uit. Zij moeten de weg banen voor soortgelijke centra bij vrijwel alle clubs uit de ere- en eerste divisie. De geschatte kosten komend seizoen van zes miljoen pond, ruim 20 miljoen gulden, worden door het ministerie, lokale overheden, bedrijven en voetbalcubs gedeeld.

Het project 'Playing for Success', 'Doelen op succes', maakt deel uit van een wijdvertakte campagne van de Britse Labourregering om het niveau van het lager en middelbaar onderwijs omhoog te krikken. Roy Hattersley, voormalig vice-voorzitter van Labour, schreef onlangs dat het Britse onderwijs al meer dan honderd jaar gericht is op de behoeften van een elite. De elite gaat naar particuliere scholen die anno 1998 nog zeven procent van de leerlingen trekken, zij krijgt naar internationale normen een uitstekende scholing.

Maar kinderen die op het reguliere staatsonderwijs zijn aangewezen, hebben het minder goed getroffen. Over de oorzaken zijn onderwijskundigen en politici het hartgrondig oneens: te weinig geld, te weinig toezicht, slechte onderwijzers, een ontwrichtende bemoeizucht van de centrale overheid? Maar over het resultaat bestaat geen enkele discussie. Het leeuwendeel van de Britse scholieren krijgt op zijn best een redelijke scholing. Een kwart wordt van het onderwijs niets wijzer en gaat zonder diploma van school.

Dat is wat het voormalige Conservatieve Lagerhuislid George Walden in zijn boek We Should Know Better “de Britse apartheid” en “een nationale schande” noemt. “Zolang onze privé-sector gescheiden blijft van de nationale onderwijsonderneming, is ons staatssysteem gedoemd tot algehele middelmatigheid”, schrijft Walden. Hij vindt dat het Britse onderwijssysteem vooral tekort schiet tegenover scholieren die in de problemen komen. In plaats van ze te helpen, worden ze afgeschreven. Walden noemt dat “sociaal onaanvaardbaar” en “economische verkwisting op een ongekende schaal”.

Rapporten en statistieken zijn de stille getuigen van dit verraad aan het volksonderwijs. Volgens een internationale studie die vorig jaar gepubliceerd werd door het Office for National Statistics ondervindt meer dan één op de vijf Britse volwassenen onoverkomelijke problemen bij het lezen van een busregeling of het invullen van zelfs de meest eenvoudige formulieren. Dat is meer dan in welk ander ontwikkeld land dan ook, met uitzondering van Polen. Vier op de tien middelbare scholieren die aan een vervolgopleiding beginnen, hebben moeite met rekenen of lezen. Volgens onderzoek van het National Institute of Economic and Social Research liggen 13- en 14-jarigen Britten qua onderwijsniveau gemiddeld een jaar achter bij hun leeftijdgenoten op het continent. In een top-53 van het World Economic Forum waarin de kwaliteit van het lager en middelbaar onderwijs werd vergeleken, eindigde Groot-Brittannië vorig jaar op de 32ste plaats.

Sue Beeley, hoofd van het studiebegeleidingscentrum in Sheffield, is de eerste om te erkennen dat ondersteuning van honderdtwintig leerlingen gedurende een periode van acht weken niet meer is dan een druppel op de gloeiende plaat. Ze noemt het “een begin”. En of de begeleiding werkelijk zoden aan de dijk zet durft ze niet te zeggen. “Maar het is het proberen zeker waard.”

Ze vertelt dat het centrum alleen maar leerlingen aanneemt van scholen die minder dan 2,5 km van het stadion verwijderd liggen. Dan gaat het vooral om oude arbeidersbuurten met grote sociale problemen. Een plaats om rustig huiswerk te maken is er meestal niet in die huizen. De meeste ouders kunnen ook niet helpen bij het huiswerk, omdat ze zelf al snel op school zijn gestrand.

Gegadigden voor het centrum worden door de scholen gekozen. Zij selecteren de leerlingen die ver onder hun kunnen presteren. Aan gretige scholieren geen gebrek. Dat Sheffield Wednesday achter het initiatief staat, werkt als een magneet, zowel bij jongens als meisjes. Kinderen die al een gruwelijke weerzin tegen school hebben ontwikkeld, staan te dringen om naar het studiecentrum in het stadion te gaan.

Scholieren krijgen in het centrum begeleiding bij huiswerk maken. Verder worden ze bijgespijkerd in rekenen en taal, op speelse en informele wijze. “Dit centrum voelt niet als school”, zegt leerlinge Natalie Beresford. “Het lijkt alsof we altijd spelletjes doen.”

Oefeningen worden zoveel mogelijk ontleend aan de praktijk van het voetbal. Leerlingen moeten uitrekenen hoeveel omzet de club op een speeldag gemaakt heeft. Begrijpend lezen gebeurt aan de hand van het clubblad. Op de computer mogen de scholieren de vragen typen die ze aan de spelers willen stellen. “Mijn ambitie is om op een Caribisch eiland onder de palmbomen te wonen. Wat is uw ambitie?” informeert Paul Reed.