Landbouwuitgaven EU

Graphic: President van de Europese Commissie Jaques Santer en Eurocommissaris Franz Fischler (Landbouw) hebben deze week de voorstellen gepresenteerd voor een gemeenschappelijke landbouwpolitiek na het jaar 2000, vervat in de Agenda 2000. Santer maakte op voorhand bekend, dat de onderhandelingen met de vijftien lidstaten hard en langdurig zullen zijn, wegens de grote belangen.

De cijfers van de Europese Commissie moeten duidelijk maken dat een wijziging van de politiek hard nodig is. Hoewel de uitgaven aan de landbouw in de loop der jaren steeds rond de helft van het gehele EU-budget vormden, betekent de primaire sector betrekkelijk weinig voor de werkgelegenheid. Op Griekenland, Portugal en Ierland na is in geen enkele lidstaat meer dan tien procent van de beroepsbevolking in de agrarische sector werkzaam. Ook als aandeel van het bruto binnenlands product is de landbouw van betrekkelijk geringe betekenis. Niettemin slokt een land als Frankrijk jaarlijks meer dan twintig miljard gulden op om de landbouw op de been te houden. Nederland krijgt een kleine vier miljard gulden. Een wijziging van het beleid is nodig, omdat deze politiek niet meer is vol te houden wanneer een aantal Oost- en Midden-Europese landen toetreedt tot de Unie. Bovendien eist de Wereld Handelsorganisatie (WTO) dat de steun vermindert, om de concurrentie van derde landen op de EU-markt een kans te geven. De volgende onderhandelingsronde van de WTO begint volgend jaar.