Kinderopvang

Ruim 1 miljard gulden - dat is wat ouders, bedrijven en de overheid jaarlijks spenderen aan kinderopvang in Nederland. Zo'n veertig procent van dat bedrag komt voor rekening van de ouders (via de ouderbijdrage), een derde wordt gefinancierd door de overheid (via gesubsidieerde kindplaatsen) en een kwart door de werkgevers (via zogeheten bedrijfsplaatsen).

De kosten van kinderopvang worden door aanstaande ouders vaak onderschat, evenals de wachttijden. Zo'n 332.000 kinderen in Nederland maken gebruik van 140.000 formeel geregelde fulltime opvangplaatsen; een geschat tekort van ruim 90.000. Werkende ouders redden het vooralsnog alleen als zij over veel geduld, onderhandelingtechnieken of financiële armslag beschikken.

Er bestaan verschillende vormen van kinderopvang. Voor kinderen tot vier jaar wordt vaak gebruik gemaakt van een kinderdagverblijf (crèche), met keuze uit hele- of halve-dagopvang. Ouders van schoolgaande kinderen kunnen kiezen uit buitenschoolse opvang, semi-professionele gastouderopvang en de ouderwetse kinderoppas. Daarnaast is er natuurlijk ook de peuterspeelzaal voor een of enkele dagdelen per week, al beschouwen werkende ouders deze vorm van kinderopvang - door haar beperkte omvang - doorgaans niet als een structurele oplossing.

De oppas (meestal een familielid of buurvrouw) is een goedkope en vertrouwde vorm van kinderopvang; de kosten variëren van nul tot vijftien gulden per uur. Het nadeel is dat een buurvrouw - hoe zorgzaam ook - meestal geen vakopleiding heeft gevolgd. Hetzelfde geldt voor een au pair, al is die vaak een stuk flexibeler en tevens inzetbaar bij licht huishoudelijk werk. Kosten: onderdak en eten, zakgeld (gemiddeld 550 gulden zakgeld) en een WA- en ziektekostenverzekering. Wie vakmanschap met betaalbaarheid wil combineren, kan beter op zoek gaan naar een gesubsidieerde kindplaats bij een kinderdagverblijf of buitenschoolse opvang. Voor deze plaatsen betalen ouders een inkomensafhankelijke bijdrage volgens de adviestabel van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

Een ouder met een netto inkomen van 2500 gulden betaalt maandelijks 216 gulden voor drie hele dagen gesubsidieerde kinderopvang per week. Een bijstandsmoeder 59 gulden. Voor eenzelfde ongesubsidieerde plaats betalen beide ouders tussen de 800 gulden en 1300 gulden, afhankelijk van het soort kinderdagverblijf (particulier of gesubsidieerd). Er zijn geen landelijk vastgestelde prijzen en particuliere kinderdagverblijven spinnen dan ook garen bij het grote tekort aan kindplaatsen. Het kabinet heeft voor de komende drie jaar 160 miljoen gulden beschikbaar gesteld om de buitenschoolse opvang met 20.000 plaatsen uit te breiden. Ouders die zich die wachttijd niet kunnen permitteren, of niet in aanmerking komen voor een gesubsidieerde kindplaats - bijvoorbeeld omdat hun gemeente een inkomensgrens stelt - doen er goed aan een heart to heart gesprek te beginnen met hun werkgever.

Steeds meer bedrijven en instellingen - met name in de gezondheidszorg - huren of kopen bedrijfsplaatsen bij een kinderdagverblijf of starten een bedrijfscreche voor hun werknemers. Wanneer een werkgever faciliteiten voor kinderopvang aan werknemers verstrekt, zijn er voor ouders geen verdere fiscale consequenties. Voorwaarde is wel dat ouders een bijdrage betalen volgens de tarieven van de VNG, ofwel: de tarieven voor een gesubsidieerde plaats. Betalen ouders echter geen of een lagere premie, dan moeten zij de vergoeding van de werkgever als loon in natura bijtellen voor de inkomensbelasting. Uit recent onderzoek van de FNV blijkt dat er vorig jaar 540 CAO-afspraken zijn gemaakt die betrekking hebben op 61 procent van de werknemers.

Voor ouders zonder vaste werkgever (freelancers, zelfstandigen) is er altijd nog de officiële gastouderopvang: kinderopvang van nul tot twaalfjarigen bij semi-professionele gastouders, die geselecteerd zijn door een gastouderbureau. De opvang vindt meestal plaats bij de gastouder thuis, alhoewel steeds meer bureaus de mogelijkheid openstellen voor opvang aan huis. De kosten bedragen ongeveer 5 gulden per uur voor een kind en 8 gulden voor twee kinderen, exclusief de kosten voor luiers, voeding en andere benodigdheden. Daarnaast zijn er de bemiddelingskosten die kunnen variëren van enkele honderden guldens tot een paar duizend gulden - afhankelijk van de manier waarop het bureau gefinancierd wordt. Prijzig kortom, al heeft gastouderopvang een voordeel: zij wordt sinds enige jaren erkend door de fiscus.

Ook kosten van opvang in erkende kinderopvangcentra zijn (deels) aftrekbaar voor werkende ouders. Voorwaarde is wel dat de belastingplichtige en eventuele partner beiden betaalde arbeid verrichten en deze werkzaamheden per persoon meer dan 7.101 gulden aan belastbaar inkomen opleveren (8.207 gulden in 1999). Voor de ouder die zelf de kosten van kinderopvang betaalt, stelt het ministerie van Financiën de eigengemaakte kosten op honderd procent van de adviestabel voor ouderbijdragen. Het restant is aftrekbaar als buitengewone last. Uitgaven boven 10.623 gulden per kind (10.825 gulden in 1999) blijven buiten beschouwing. Stelregel: hoe hoger de individuele kosten voor kinderopvang, des te lager de aftrek. Zo kan het gebeuren dat twee werkende ouders met een gezamenlijk bruto inkomen van 95.000 gulden niets terugzien van hun particuliere kindplaats à 18.000 gulden en een modale ouder bijna de helft.

Kosten kinderopvang (in guldens) Oppas (per uur): 0 tot 15 Peuterspeelzaal (per maand, per dagdeel): 15 tot 45 Kinderdagverblijf (per maand, 3 hele dagen) Gesubsidieerde plaats: 59 tot 652 Ongesubsidieerde plaats: 800 tot 1300 Buitenschoolse opvang (per maand; gesubsidieerd): 39 tot 422 Gastouderbureau (per uur; exclusief bemiddeling): 5 tot 8

Bron: Nibud, FNV Vrouwenbond, Belastingdienst