Kabinet verscherpt asielbeleid

DEN HAAG, 21 MAART. Het kabinet heeft een aantal besluiten genomen dat het asielbeleid verscherpt. Zo zal justitie asielzoekers afwijzen als kan worden aangenomen dat zij met opzet hun paspoort hebben afgestaan aan een reisagent.

Hoe dit in de praktijk moet worden vastgesteld, liet het kabinet gisteravond na afloop van de ministerraad echter nog in het midden. Ook zal een asielzoeker zonder identiteitspapieren in het uiterste geval worden gefouilleerd “op informatie die van belang kan zijn voor de beoordeling van de aanvraag”, aldus een toelichting op deze door staatssecretaris Schmitz (Justitie) voorgestelde wijziging van de Vreemdelingenwet.

Verder zullen uitgeprocedeerde asielzoekers die weigeren mee te werken aan hun uitzetting in de toekomst gemakkelijker uit de opvang kunnen worden gezet, aldus minister-president Kok. Op dit moment bevinden zich in de asielzoekerscentra zo'n 7.500 uitgeprocedeerde asielzoekers.

De afwezigheid van identiteitspapieren bemoeilijkt het vaststellen van de herkomst van de asielzoeker en daarmee de asielprocedure. Extra complicerende factor is dat zonder deze bescheiden niet valt vast te stellen of de asielzoeker wellicht eerder in een ander land heeft verbleven, waar hij asiel aan had kunnen vragen.

Het kabinet geeft de asielzoeker de mogelijkheid aan te tonen dat hij zijn identiteitspapieren buiten zijn schuld is kwijtgeraakt. Maar “als de asielzoeker zijn papieren aan een reisagent heeft afgestaan, is dat de asielzoeker wel aan te rekenen”, zo staat in de toelichting.

Gevraagd naar de mogelijke gevolgen van het eerder uit de opvang zetten van uitgeprocedeerde asielzoekers, zei premier Kok dat dit “negatieve bijverschijnselen” kan hebben. Deze asielzoekers kunnen immers verdwijnen in de illegaliteit. Zonder hier verder op in te gaan, stelde de premier dat “je niet kan blazen en het meel in de mond houden”.

Tenslotte besloot het kabinet te stoppen met de tijdelijke bescherming van uitgeprocedureerde Liberiaanse asielzoekers en “in principe” tevens van Bosniërs die afkomstig zijn uit gebieden in Bosnië-Herzegovina waar zij de meerderheid van de bevolking vormen. Volgens Buitenlandse Zaken is de tijdelijke bescherming niet meer nodig.

De Liberianen moeten het land verlaten. De afgelopen drie jaar kregen zo'n 250 Liberianen een voorwaardelijke verblijfsvergunning. Van de Bosniërs zal per individu worden bekeken of iemand “gezien zijn politieke achtergrond en de houding van de autoriteiten” teruggestuurd kan worden.