'In belastingrecht voor gewone burgers erg moeilijk om gelijk te halen'; Hulp bij fiscaal onrecht

Soms leidt een fout van de Belastingdienst tot onrecht. De Hofstra Stichting bestrijdt pro deo belastingonrecht dat grote groepen belastingbetalers betreft. Informatie: Hofstra Stichting, Postbus 87783, 2508 DD Den Haag

Doet of deed u uw belastingaangifte met een gerust gemoed op de (elektronische) brievenbus? Of blijft het gevoel knagen dat u onrecht wordt gedaan? Die laatste emotie kan terecht zijn. Zodra ambtenaren belastingwetten schrijven, ontstaan immers gaatjes en knelpunten. Zo laat de Belastingdienst telkens weer steekjes vallen. Soms leidt dat onbedoeld tot groot onrecht.

Een bekend voorbeeld betreft de vitale ondernemer van 65 jaar of ouder. Wegens zijn leeftijd kan hij de zelfstandigenaftrek wel vergeten. Dat kan ertoe leiden dat hij over dit jaar 6.450 gulden meer belasting gaat betalen dan een 64-jarige concurrent. Natuurlijk, de ondernemer mag procederen. Maar bezit hij de tijd en kennis om de rechter juridisch te overtuigen? En zo nee, kan hij zich de juridische bijstand van een belastingadviseur permitteren? Voor wie op beide vragen 'nee' antwoordt, bestaat sinds een half jaar de Hofstra Stichting. Deze, door de Nederlandse Federatie van Belastingadviseurs opgerichte instelling, bestrijdt pro deo belastingonrecht dat grote groepen belastingbetalers treft.

“Juist in belastingrecht is het voor gewone burgers erg moeilijk om hun gelijk te halen”, zegt Jos van Moorsel (FB), secretaris van het bestuur van de Hofstra Stichting. Het probleem heeft meer oorzaken. Ten eerste is de inschakeling van een advocaat bij fiscale gerechtelijke procedures, in tegenstelling tot bij straf- en civielrechtelijke processen, niet verplicht. De keerzijde daarvan is dat burgers ook geen beroep kunnen doen op pro deo advocaten. Daarbij bezitten veel advocaten slechts beperkte fiscale kennis. Ook bij wetswinkels kloppen fiscaal benadeelden vaak vergeefs aan, want net als advocaten beschikken die doorgaans over weinig belastingdeskundigheid. De door studenten bemande belastingwinkels in universiteitssteden tenslotte kunnen onmogelijk heel Nederland bedienen.

“Daar komt nog bij”, zo legt Van Moorsel uit, “dat de Belastingdienst bewust een kennisvoorsprong organiseert, óók ten opzichte van belastingadviseurs. Het gebeurt zelfs dat de staatssecretaris van Financiën rechterlijke uitspraken achterhoudt omdat die de Belastingdienst niet goed uitkomen.”

Geen wonder dat veel burgers niet aan fiscale procedures hoeven te beginnen. De Hofstra Stichting wil in die rechts-leemte voorzien door belastingonrecht aan te pakken dat een breed publiek aangaat. “We laten het daarbij liever niet aankomen op processen”, vertelt Van Moorsel over de werkwijze. “Het is effectiever om direct met ambtenaren en politici te onderhandelen over wijzigingen in wetten of regelingen.” Dat ambtelijk overleg verloopt echter niet altijd vlekkeloos en snel. Toch mag de Hofstra Stichting een half jaar na oprichting bogen op enige kleine succesjes. De ondernemer vanaf 65 jaar uit het voorbeeld mag in de nabije toekomst hopen op zelfstandigenaftrek. Van Moorsel: “De staatssecretaris komt binnenkort met een notitie. We verwachten dat die voor oudere ondernemers positief uitpakt, want de Staatscourant meldde onlangs al dat het kabinet alle leeftijdsdiscriminatie wil gaan schrappen.”

Een tweede resultaat betreft werknemers die een laag basissalaris hebben met daar bovenop wisselende inkomsten uit winstdeling of provisie. Tot nu toe moeten hun werkgevers premies inhouden over hun beide soorten verdiensten. Maar komt de werknemer onverhoopt in de WW of WAO, dan wordt zijn uitkering toch gebaseerd op het lagere basissalaris. Die onredelijkheid meldde de Hofstra Stichting per brief aan de staatssecretaris van Sociale Zaken. Van Moorsel: “Hij heeft ons laten weten dat het sociale stelsel op dit punt wordt herzien.”

De Hofstra Stichting is voorts bezig met de ophoging van de aftrekbare arbeidskosten voor WAO-ers die zich vrijwillig nuttig maken in sociale werkplaatsen. Momenteel kan zo'n WAO-er maximaal 606 gulden van zijn inkomen aftrekken, omdat hij slechts inkomsten geniet uit 'vroegere arbeid'. Iemand die echter gelijksoortig werk doet in tegenwoordige loondienst, mag maximaal 2.598 gulden aftrekken. De Hofstra Stichting gaat de staatssecretaris en de Tweede Kamer daarom vragen om wijziging van de regelgeving op dit punt.

Niet in elke kwestie treft de Hofstra Stichting tegemoetkomende bewindslieden. Neem de aftrek voor levensonderhoud van naaste verwanten in het buitenland. Tot nu is die familiesteun aftrekbaar tot maximaal 50 gulden per week. Dat vaste bedrag geldt echter al sinds 1977. De Hofstra Stichting drong daarom bij de overheid aan op een jaarlijkse inflatiecorrectie. Zo'n regeling zou het aftrekbare bedrag optrekken tot 85 gulden per week. “De staatssecretaris deed er zes maanden over om met een nietszeggende brief op onze vraag te reageren”, vertelt Van Moorsel teleurgesteld. “We zijn daarom nu van plan een geval aan de politiek te gaan voorleggen.”

Over belastingonrecht valt overigens te twisten. “Er zijn ook kwesties die belastingplichtigen als onrecht ervaren, maar die het objectief gezien niet zijn”, legt Van Moorsel uit. “De studiekosten van kinderen bijvoorbeeld, zijn slechts aftrekbaar tegen een vast bedrag wanneer die kinderen geen studiefinanciering krijgen.”

Uiteindelijk ziet Van Moorsel graag dat burgers met een smalle beurs ergens terecht zouden kunnen voor rechtsbijstand in belastingzaken. “Want het is onrechtvaardig”, vindt hij, “dat de gewone burger op dit ingewikkelde terrein zonder deskundige hulp moet werken.” De Duitse overheid komt haar burgers wat dat betreft iets verder tegemoet. Uitgaven die Duitsers voor de belastingaangifte doen, bijvoorbeeld procederen of advies inwinnen, zijn aftrekbaar tot maximaal duizend mark.