Icarus

In NRC Handelsblad van 16 maart is Marjoleine de Vos zo vriendelijk haar tanden te zetten in het christelijk cultureel tijdschrift Icarus (zesde jaargang nr. 1). Bij recensies hoor je als blad eigenlijk een bijna boeddhistische onverstoorbaarheid te bewaren, maar toch een paar correcties.

De recensie zet vraagtekens bij het artikel over de Tibet-hype, waarmee Icarus opent. “Icarus”, meldt de recensie, “schrijft: 'Op de vraag hoe het boeddhisme in hemelsnaam kan worden uitgedragen door een acteur als (Richard) Gere die in 'Pretty Woman' verliefd wordt op een prostituee' - ja, als we zo cultureel zijn dat het onderscheid tussen film en werkelijkheid ons niet duidelijk is, dan hebben we wel het een en ander te vragen”. Jammer dat het citaat halverwege is afgebroken, want op die vraag “...antwoordde de Dalai Lama dat er volgens zijn geloof niets mis is met hoerenbezoek, als maar de daarvoor bestemde organen worden gebruikt.” Over een fictief, gefilmd bordeelbezoek gaat het hier niet. Het Icarus-artikel gaat ook niet over een fictieve hype, maar een reële.

Al evenmin fictief is de Lama-familie die op menige filmset dan ook niet een fictieve familie vertolkt, maar zichzelf. Is het signaleren van een hype, met gevolgen in politiek en beeldvorming, een hype rondom een reeks massaal bezochte publieksfilms, 'oppervlakkig'? De hype zelf is dat, maar erover schrijven niet. Zeker niet wanneer, wat de recensie niet noemt, de regisseur van 'Seven Years' er objectief bij wordt geïnterviewd en zijn positieve ervaringen met de Tibetanen doorgeeft: hoor en wederhoor.

Tot slot nog even dit: de recensie vergelijkt Icarus met Liter, een christelijk literair tijdschrift. We hebben met Liter goede contacten, maar het is toch het bekende verhaal van de appels en peren: Icarus is journalistieker bedoeld, algemener van onderwerpkeuze en toegankelijker van toon.