Houtvesters

In het artikel 'Zenga' (NRC Handelsblad, 14 maart) schreef Alfred Hartemink, bezig met een onderzoek naar de bodemvruchtbaarheid in Papoea Nieuw Guinea: “De belangrijkste oorzaken voor de ontbossing zijn Koreaanse, Italiaanse en Japanse houtvesters.” Als dochter van een houtvester, een milieuactivist vóórdat dat woord werd uitgevonden, voel ik mij verplicht dit verkeerde woordgebruik aan de kaak te stellen.

'Houtvesters' zijn academisch gevormde bosbeheerders die zorgen voor de instandhouding van bossen die niet als een bedrijfsbos te boek staan, meestal in dienst bij de overheid. Dit in tegenstelling tot bosexploitatiebedrijven - de goede niet te na gesproken - die met of zonder kapvergunning het bos met alles wat daarin groeit en bloeit en leeft, vernietigen en dit liefst niet in eigen land.