Hoe een zachtmoedige profbokser de weg kwijtraakte; Eddy's neergang

Profbokser Eddy Smulders kreeg nooit de aandacht die hij volgens bokskenners verdiende. Tot vorig najaar eindelijk een wereldtitel in zicht kwam. Maar Eddy Smulders verloor. Nu zit hij in de cel op verdenking van heling. Ruzie, Bach en foute types: de risico's van het profcircuit. *Willem Burgers: 'Fast' Eddy Smulders. Alpha Zutphen, 1997.

Toen het Eddy Smulders nog goed ging, was zijn wedstrijdbroek om te huilen zo mooi. Bloedrood en glanzend. En daarop, in gouden krulletters: Eddy. Die broek zien, en dan zwijgen.

Doe toch normaal, man. Zo keek hij meestal bij de broek. De wenkbrauwen licht opgetrokken, een flauwe glimlach. Soms met een gebalde rechtervuist erbij: 'de hardste rechterhand ter wereld'. Zijn tegenstanders haalden vaak de derde ronde niet eens. Dan had 'Fast' Eddy Smulders ze al knock-out geslagen. Toch, als hij voor een foto poseert ziet die geheven kolenschop er altijd uit als een vergissing. Dat komt door die blik - die van de eeuwige amateur.

Eddy Smulders (34) uit Eindhoven werd desondanks profbokser. Tweevoudig Europees kampioen halfzwaargewicht was hij, en hij won 26 van zijn 36 wedstrijden met knock-outs. “Binnen de ring word ik een beestje”, zei hij twee jaar geleden licht verontschuldigend in deze krant. Eindelijk kwam toen een wereldtitelgevecht in zicht. Bij de World Boxing Association - een van de meest prestigieuze boksbonden ter wereld. Een wereldtitel bij die bond kan een profbokser in een paar jaar miljoenen opleveren. Voldaan stelde Smulders vast: “Nu kan niemand meer om mij heen.” Te lang naar zijn zin was hij 'het boertje uit Eindhoven'.

Maar als het, toch weer later dan verwacht, op 20 september 1997 zover is, stapt favoriet Eddy Smulders tot ieders verbazing als een dweil in de ring. Krap acht rondes later is hij afgemaakt door de Amerikaan Lou 'Honeyboy' del Valle. Wekenlang houdt Smulders zich daarna onbereikbaar aan de Spaanse kust.

In januari van dit jaar duikt hij weer op. Dan kondigt hij aan in maart zijn comeback te zullen maken: “Ik kan niets anders dan boksen.”

De sigaretten zijn een maand later gevonden. Tijdens een inval in een loods op een industrieterrein in Son, vlakbij Eindhoven. Waarde: 3 miljoen gulden. Ze blijken een week eerder te zijn gestolen in de haven van Antwerpen. Vrijwel onmiddellijk wordt Eddy Smulders op verdenking van heling aangehouden. Inmiddels is hij in bewaring gesteld, wat betekent dat er voldoende aanwijzingen tegen hem zijn om hem voorlopig dertig dagen vast te houden.

De politie pakt nog twee mannen op, onder wie de zoon van Smulders' coach Hennie Thoonen. Hij wordt na drie dagen weer vrijgelaten omdat zijn betrokkenheid in de zaak volgens de politie 'gering' is - de gestolen sigaretten waren in zijn auto verstopt. “Onzen Erik hèt er niks mee te maken!”, schreeuwt Thoonen nu. “En Eddy ook niet!”

Eddy, vinden zijn beste vrienden, was eigenlijk al te aardig om profbokser te zijn. Laat staan dat hij het tot crimineel zou schoppen. En niemand die het snapt.

Later vertelt zijn moeder: Toen Eddy een paar maanden oud was, rukte zijn opa zó de speen van zijn fles. Opdat het jong tenminste genoeg te drinken kreeg. Zijn ouders, inmiddels gescheiden, bleven hun enig kind tot op het bot verwennen. Eddy's vader is ambtenaar, zijn moeder bestiert een klein hotel in Eindhoven. En zij verwacht haar zoon ieder moment thuis: “Want Eddy kwam nog iedere middag bij me eten.”

Ed van de Wiel (41), eigenaar van het Sonse restaurant Il Ponte, trok twaalf jaar lang met Eddy Smulders op. Als ze elkaar niet konden zien belden ze, vaak verscheidene keren per dag. “Toen Eddy eenmaal op de LTS zat”, zegt Van de Wiel, “liet hij zich bont en blauw slaan. Want hij kwam altijd terug als hij een vechtpartij verloren had. Net zo lang tot-ie eindelijk won.” Eddy's moeder legde intussen iedere wintermorgen een warme doek op het fietszadel van haar zoon. “Zodat hij op weg naar school geen koude billetjes zou krijgen.”

Aan zijn moeder moest je dus niet komen. Vorig jaar werkte Eddy Smulders eigenhandig een inbreker uit haar huis. Waarna de man aangifte deed, omdat 'Fast' Eddy hem knock-out zou hebben geslagen. Smulders werd begin dit jaar in hoger beroep vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.

Op zijn zeventiende neemt een voetbalvriendje Eddy Smulders mee naar een kickboksschool. Zijn ouders komen er pas achter als het te laat is - Eindhoven hangt vol met posters voor een kickboksgala. Daarop ontdekken ze hun zoon in gevechtshouding: Eddy Smulders voor het Nederlands kampioenschap op de Hoogstraat. Zijn vader gaat maar eens kijken en vindt het allemaal heel aardig. Eddy kan blijven doorboksen. Onder zijn dienstplicht weet hij uit te komen door te zeggen dat hij tegen geweld is en 'panisch' wordt van wapens.*

In tranen

Wie hem kent, roemt zijn voor een bokser nogal atypische zachtaardigheid. Hennie Thoonen kan er stapelgek van worden: Eddy denkt te veel. Henk Ruhling (77), vanaf het begin de manager van Smulders, zag het direct bij hun eerste ontmoeting: “Er kwam een heel kalme jongen tegenover me zitten. Geen bluffer - ik ken wel andere boksers die bluffers zijn. Eddy was een rustige jongen die alles begreep.”

“Het is een verlegen, lief jong”, zegt de Eindhovense kunstschilder Tom Heesakkers (51), die elf jaar met hem optrok en Eddy eens een levensgroot portret van zichzelf in bokstenue cadeau deed - waarop de kampioen in tranen was. Heesakkers leerde Smulders kennen toen deze op zijn 23ste met hulp van zijn ouders een eigen kickboksschooltje, Champs, oprichtte. “Mijn vrouw en ik deden daar conditietraining en dat was lachen hoor. Allemaal vrouwen die met Eddy kwamen flirten.” Eddy's vriendin, de alom geprezen Yvonne (“Die deed álles voor Eddy”), bleef mokkend koffie voor de sporters zetten - tot er met de overwinningen steeds meer vrouwen kwamen en ze toch maar bij hem is weggegaan. Eddy's moeder stond ook achter de bar en deed de boekhouding. En Eddy's vader vulde waar nodig een kastekort aan. Bij het eenjarig bestaan van Champs was er een taart van 16 kilo met een boksertje van suiker erop. En een playbackshow na. Heesakkers: “We hadden het kei-gezellig met zijn allen.”

Maar dan betreedt Hennie Thoonen het sportschooltje. Hennie Thoonen, nu 54 jaar oud: beer van een vent, zelf Nederlands kampioen zwaargewicht geweest, destijds net afgekeurd als stratenmaker. Een man als een windhoos, die altijd lijkt te schreeuwen. Vooral als hij kwijt moet: “IK HIELD VAN DIE JONGEN!” Hij zal Eddy in tien jaar naar de top schelden.

Smulders is op dat moment al Nederlands kampioen Thaiboksen - een vorm van kickboksen waarbij ook met de ellebogen en de knieën stoten mogen worden uitgedeeld. Een paar keer per jaar vliegt hij naar Thailand voor een profwedstrijd - van zijn gage kan hij net zijn ticket betalen. Thoonen haalt Smulders over profbokser te worden. Daar zit het grote geld. Hij troont Smulders in 1989 mee naar zijn eigen ex-manager Henk Ruhling.

Ruhling: “Hennie belde op: hij had een jongen, daar zag hij wel wat in. Eddy ombouwen van kickbokser tot gewone bokser, dat kostte maar een paar maanden trainen. Het gaat snel, als je het schoppen weglaat ben je er al zowat.” Ruhling is al 53 jaar boksmanager en -promotor. Zijn gehoor mag inmiddels wat achteruit zijn gegaan, met een stevige sigaar in de vuist doet hij desgewenst nog met gemak wat bokshoudingen voor. Zijn twintig jaar jongere Duitse echtgenote, die zich 'Boxingmanager Edda Barez de Ruhling' laat noemen, krult dan haar lila lippen. “Met Eddy ging het meteen goed”, zegt Ruhling. “Je moet zo'n jongen zorgvuldig opbouwen. Een manager moet goed zoeken. Ik zorgde voor tegenstanders die steeds beter werden, maar die hem niet knock-out zouden kunnen slaan.” Want een bokser met een ongeslagen record is meer waard dan een bokser die heeft verloren. “En Eddy heeft áchtermekaar gewonnen.”

Smulders zat voor jaren aan Ruhling vastgeketend. 'De angel' in de overeenkomst, zoals Ruhling het zelf noemt, was dat het contract na ieder titelgevecht automatisch met drie jaar werd verlengd. Later, toen Ruhling hem volgens Smulders niet snel genoeg aan een wereldtitel hielp, heeft hij dat contract proberen aan te vechten bij de Nederlandse Boksbond - tevergeefs. Ruhling (“Wij leven in een land van broodnijd”) kon doen wat hij wilde, híj besliste waar werd gebokst, tegen wie werd gebokst en vooral: voor hoeveel geld werd gebokst. Maar over bedragen wil Henk Ruhling, die vijftien procent van de gage kreeg, niets kwijt.

De Rotterdamse bokspromotor Aad Veerman doet niet moeilijk: “Aan het begin kreeg Eddy 1.500, 2.000 gulden voor een wedstrijd. Toen hij eenmaal Europees kampioen was liep dat op tot 150 duizend gulden per keer.”

Verrekte puinzooi

Boksschool Muscle Fit ligt achter de arbeiderswoninkjes in de kaalste straat van de Eindhovense wijk Tongelre. In het trainingszaaltje staan vijfentwintig amateurs te glimlachen. Dicht tegen elkaar aan bekijken ze nog even een wedstrijd op de video. “Wòh”, zuchten ze bij een goede stoot.

“Niet knokken, bóksen”, roept trainer Ronnie Rovers even later. Slaan op de geheven handen van de ander. Rechts, rechts, links: pof, pof, POF. Links staan de groten, de discoportiers en ziekenhuisbroeder Perry van de Wagt. Kalme jongen, de hoop van Eindhoven in het zwaargewicht. Rechts de stuiterballetjes tot dertien jaar. Robbie (7) is de jongste en volgens zijn vader “heeft dat menneke een energie, niet normaal meer”. Trossen bokshandschoenen aan de lage muren, rondslingerende sporttassen tussen plastic tuinstoelen, hier en daar een vieze sok, vuil vaatwerk, pal naast de ring ligt een vergeten partij sloophout. Wie zijn contributie niet betalen kan, mag toch komen. Maar dan wel de vloer vegen.

Muscle Fit is een verrekte puinzooi, zoals ze dat in Brabant noemen, en trainer Ronnie Rovers lijkt met zijn hangsnor en zachte ogen op een charmezanger. Dat past wel bij Eddy Smulders. De laatste vier jaar trainde hij hier.

Eddy Smulders moest de kaartjes voor zijn wedstrijden vaak zelf verkopen. Smulders droeg steeds dezelfde flodderige trainingsbroek en mompelde in onduidelijk Brabants. De enige sponsor die hij krijgen kon was de Eindhovense seksclub Seventh Heaven. En interviews vond hij eng.

De legendarische bokser Bep van Klaveren vond Smulders indrukwekkender dan wereldkampioen lichtgewicht Regilio Tuur. Maar Regilio Tuur, dat was pas een echte prof: die had een geolied team om zich heen, snelle kostuums, een goede babbel en uiteindelijk een wereldtitel. Weliswaar een titel bij een onbeduidende 'krokettenbond', in bokstermen, maar Tuur wist er geld en roem mee te verdienen.

Muscle Fit-eigenaar Ronnie Rovers heeft Smulders voorafgaand aan zijn wereldtitelgevecht een half jaar in zijn sportschooltje begeleid. Gewoon tussen de amateurs. Eddy had toen weer eens ruzie met Hennie Thoonen. Thoonen vond hem zoals gewoonlijk een 'lui watje', dat niet genoeg trainde.

Het was een vader-zoonverhouding, zegt iedereen die het heeft meegemaakt. Eddy Smulders is de enige bokser die Thoonen ooit heeft gecoacht. Ronnie Rovers: “Het was als een huwelijk, het was haat-liefde”. En het was ook verschrikkelijk - Rovers kon het vaak niet aanzien. “Ze zaten 24 uur per dag op elkaars lip. Thoonen vernederde Eddy. 'Je bent een nul en een lul', dat werk. En iedere dag moest Eddy beulen tot hij kotste.” Dus soms zei Eddy: bekijk het maar.

Rovers: “De visie van Thoonen was: van dik hout zaagt men planken, daar staat een bokser en die moet om. Dat wordt namelijk gewaardeerd in profboksen.” Rovers noemt zichzelf 'meer een man van het schouderklopje': veel aandacht voor techniek, de nadruk leggen op het ontwijken in plaats van het uitdelen van klappen, en een training mag ook leuk zijn. Dus mochten de kleintjes nu en dan met gebogen hoofd als 'stiertje' op de buik van Eddy Smulders afrennen. “En als je hem tien keer raakte, dan kreeg je een fleske drinken!”, juicht Robbie. Thoonen zou het volgens Ronnie Rovers een gruwel hebben gevonden. “Kinderen laten trainen met een prófbokser.” Maar Eddy genoot.

Tot Hennie Thoonen een maand voor het wereldtitelgevecht zijn sleutel bij Smulders in de bus gooide, met een briefje: Die zul je binnenkort wel weer nodig hebben. Waarop ze hun vete maar weer bijlegden, en Ronnie Rovers afhaakte. “Onze stijl was te verschillend. En Eddy en Hennie zijn samen begonnen. Ik vond het niet meer dan normaal dat ze het ook samen wilden afmaken.” Gevolg was wel dat, om de softe training van Rovers te compenseren, Thoonens aanpak nog harder werd. Volgens Ed van de Wiel is Eddy toen “ een beetje de weg kwijtgeraakt” tussen die twee zo heel verschillende manieren van trainen. “Eddy werd anders”, beaamt Thoonen. “Als ik wat zei geloofde hij me niet meer.” Dus Thoonen duldde vrijwel niemand meer tussen zichzelf en zijn pupil - er was nog maar weinig tijd tot het titelgevecht.

Verliefd

“Ik ging op mijn veertiende het huis uit, ik ben altijd een buitenbeentje geweest”, zegt Ed van de Wiel. “En Eddy wist niet altijd hoe hij zich tegenover de buitenwereld moest gedragen. Dus we pasten goed bij elkaar.” Van de Wiel trok Smulders iedere ochtend uit zijn bed om te gaan hardlopen, en fietste dan achter hem aan voor de gezelligheid. Hij oefende met hem op een minder Brabants accent. En leerde hem meer ad rem te zijn, zodat Eddy zich eindelijk eens in het televisieprogramma Barend & Van Dorp zou durven laten interviewen. Samen bedachten ze ook een plan om Eddy's ouders weer bij elkaar te brengen - wat mislukte. En Van de Wiel waarschuwde Smulders als deze weer eens werd gefêteerd. “Eddy blij, dat-ie met iemand mee uit eten mocht. En hij had dan helemaal niet door dat zijn gastheer die avond deed alsof Eddy zijn bodyguard was.”

Bokspromotor Aad Veerman: “Boksers zijn in het begin altijd leuke mensen. Het volk erom heen verpest ze. Iedereen wil bij ze horen.”

Maar dat Ed van de Wiel meeging naar wedstrijden, leek vanzelfsprekend. Tot Hennie Thoonen dwars ging liggen. Ed van de Wiel: “Zo'n band als tussen Thoonen en Eddy, dat is absoluut ongezond. Thoonen wilde er niemand meer bij hebben.”

Thoonen: “Van de Wiel duldde niemand in de buurt van Eddy. Hij is jaloers of hij is op Eddy verliefd.”

Kunstschilder Tom Heesakkers: “De invloed van Van de Wiel was zo groot - ze bleven de hele nacht stappen. Dat werkt gewoon niet, als je moet trainen.”

Mieke Telkamp

Eddy's nederlaag begon met Bach, zegt coach Hennie Thoonen nu. Het is september 1997, een paar dagen voor het wereldtitelgevecht, ze zijn al een week in Aken. Ed van de Wiel is er ook.

Pagina 34: Het profcircuit

Eerder heeft Thoonen Eddy Smulders weer eens ritueel uit zijn bed getrokken en voor de spiegel gezet: “Ik zeg tegen hem: kijk, je lijkt wel een vent van vijftig. Stomkop. Een watje, dat ben je.” Kwestie van mentale begeleiding. Thoonen: “Een profbokser moet gefrustreerd zijn, opgefokt. Die moet iemand helemaal de grond in willen stampen.” Pas drie dagen voor een wedstrijd, als Eddy van frustratie uit zijn voegen pleegt te barsten, begint volgens Thoonen 'het koesteren': “Dan ga je een beetje slijmen. Zo van: jij bent de beste, je bent niet te verslaan.”

Dus kort voor het wereldtitelgevecht loopt Thoonen met dat doel Eddy's hotelkamer binnen. Maar dan ontploft de coach. 'Fast' Eddy Smulders ligt daar languit op zijn bed naar Bach te luisteren. “Want daar kreeg-ie rúst van”, briest Thoonen nu. “RUST! Voor een titelgevecht, goddomme!”

Het was een ideetje van Ed van de Wiel. Die heeft Eddy een relaxbril cadeau gedaan: een bril met kalmerende lichtflitsjes aan de binnenkant en een koptelefoon voor bijpassende muziek. Om soms nog even aan zijn coach te kunnen ontkomen.

Als Ed van de Wiel op de dag van de wedstrijd niet tevreden blijkt over zijn zitplaats, ver van de ring, gaat bij Hennie Thoonen de deur dicht. Het wordt een rampzalige ruzie. Van de Wiel: “Thoonen schreeuwde dat hij doodziek van me werd. En dat Eddy doodziek van me werd. Dat ik zelf niks presteerde. Dat ik een niks was, een nul en een homo.” Thoonen beaamt dat. “En toen is meneertje huilend naar huis gevlucht.” Terwijl er, zegt hij, voor een wereldtitelgevecht nog geen asbakje scheef mag staan. Van de Wiel: “Ik dacht op dat moment echt dat ik niks waard was. Als je al vaak genoeg te horen hebt gekregen dat je een nul bent, dan komt er een moment dat je dat ook gelooft.” Hij heeft de wedstrijd thuis op video bekeken. En op een toevallige ontmoeting na, heeft hij Eddy Smulders daarna niet meer gezien.

Manager Henk Ruhling: “Eddy had die wedstrijd te allen tijde kunnen winnen.” Zijn vrouw: “Normaal komt hij heel fel op.” Ze trekt haar schouders op en doet hem na zoals hij nu was. Een zielig hoopje.

Als Eddy Smulders die avond in Aken voor 3.000 toeschouwers de ring inkomt, blijft Hennie Thoonen als aan de grond genageld staan. Boksers kiezen in de regel zelf een, liefst stevige, begeleidingstune voor hun opkomst. Eddy blijkt het Italiaanse origineel van de begrafenishit van Mieke Telkamp te hebben uitgezocht: 'Waarheen leidt de weg, die wij moeten gaan'.

Kort na afloop stapt Thoonen alleen in zijn auto. Hij rijdt naar Eindhoven en huilt drie dagen.

Begin dit jaar vertellen de dochters van bokspromotor Aad Veerman, die veel uitgaan in Rotterdam, hun vader: “Eddy loopt hier rond met mensen van wie iedereen weet dat het criminelen zijn.” Veerman: “Ja hoor, hè, hè. Drugshandelaren en souteneurs, daar zit de zaal bij mijn eigen boksgala's toch ook altijd vol mee. Ik moet wel, anders komt er helemaal niemand meer kijken. De bokssport gaat dood, in Nederland.”

Als je tegenwoordig in de Eindhovense binnenstad tegen een barman over Eddy Smulders begint, wordt er gegrinnikt: “Ja houdoe, ik ben gestopt met roken.” Typisch geval van Eindhovense humor. Want in Eindhoven maak je de botte grappen om je groot te houden.