Gijs Swalef, bestuursvoorzitter van het financiële conglomeraat Achmea; Onze achterban heeft geen dollartekens in de ogen

'Even Apeldoorn bellen' heeft Centraal Beheer op de kaart gezet, maar wie kent Achmea, de moedermaatschappij van Centraal Beheer en nog tientallen andere financiële dienstverleners? De coöperatie Achmea hoeft geen grote naamsbekendheid, zegt topman Swalef. En evenmin een beursnotering. 'Wij hebben niet onmiddellijk geld nodig. Wij proberen geleidelijk onze thuismarkt te verruimen door ondernemingen aan te breien.'

Kan het Nederlandser? De topman van de coöperatieve gigant Rabobank had jarenlang een foto van een koe aan de muur hangen. Achter de 58-jarige Gijs Swalef, bestuursvoorzitter van Achmea, de op een na grootste Nederlandse financiële coöperatie, hangt een schilderij van een tweemaster op een stormachtige zee. Swalef spreekt de taal van het poldermodel: over de vlootfilosofie van Achmea, de kracht van consensus en het aanbreien van ondernemingen. “Wij hebben nooit een medewerker hoeven ontslaan als gevolg van een fusie.”

Achmea (9.600 werknemers) is gebouwd op fusies. “Zo'n 25 à 30 in de afgelopen acht jaar”, schat Swalef. De eerste was het samengaan van de twee coöperaties Avéro en Centraal Beheer in 1991. Centraal Beheer heeft zijn wortels in het grote bedrijfsleven, Avéro onder de agrariërs. Samen heetten zij AVCB, elke fusiepartner leverde twee voorletters. Meer bedrijven sloten zich aan. AVCB werd Achmea. “Het ligt makkelijk in het gehoor en de naam is van een bloem die zijn omgeving niet leegzuigt voor zijn eigen bloei.”

What's in a name? Bekend bij het grote publiek is de naam Achmea niet. Dochterbedrijven als Centraal Beheer en FBTO, Staal Bank en zorgverzekeraars als Zilveren Kruis hebben samen wel zo'n 4 miljoen klanten. Achmea is met zijn dochters bijvoorbeeld de belangrijkste autoverzekeraar. Swalef trekt een vergelijking met boodschappen doen in een supermarkt. “Aan het eind van de rit liggen er misschien wel 60 procent artikelen van Unilever in het karretje, zonder dat de consument daar erg in heeft.” Net als Unilever plakt Achmea zijn naam niet aan die van een merknaam.

Tot voor kort bekommerde Achmea zich niet om zijn geringe naamsbekendheid, maar nu moet het concern toch wat bijsturen. Een nieuw element is de slag op de arbeidsmarkt - de dochters zijn ieder voor zich soms te klein en daardoor te weinig aantrekkelijk voor nieuwe werknemers. “Een groter concern geeft medewerkers meer carrièreperspectief. Het belang daarvan moet je niet onderschatten.”

Verder worden de financiële markten voor het concern steeds belangrijker. Op de markten trekt Achmea miljarden guldens aan voor de financiering van de woninghypotheken die dochters als Centraal Beheer en Staal verstrekken. “Het is belangrijk dat de financiële markten ons zien staan. En dat doen zij ook. Voor particuliere klanten speelt naamsbekendheid van de holding geen rol.”

“Dit is een kleine holding”, vertelt Swalef. “Hier in Zeist werken ongeveer 50 mensen, de rest van het gebouw is vergaderruimte.” In de vlootfilosofie van Achmea zijn het de individuele bedrijven die de producten aan de klanten verkopen. “Achmea Holding moet zich niet verbeelden dat zij 't doet.” Wij zitten in een vechtmarkt, zegt Swalef en met instemming citeert hij een conclusie van het adviesbureau McKinsey: “Wij hebben de guerrilla-eenheden gekoppeld aan de slagkracht van een regulier leger.”

Swalef is een oude rot in de financiële bedrijfstak, maar niet iemand die zelf aan de weg timmert. Hij maakte van verzekeraar Equity & Law in Nederland een bloeiend bedrijf, maar was het niet eens met de overname van het Britse concern door de Franse slokop Axa, die inmiddels door de fusie met landgenoot UAP Europa's grootste verzekeraar is geworden. Swalef belandde vervolgens in 1989 bij Centraal Beheer, dat kort daarvoor zijn complete directietop uiteen had zien vallen.

Veel meer dan financiële conglomeraten als ING, Rabobank, ABN Amro en Aegon, die in meer of mindere mate actief zijn als bankier, verzekeraar en belegger is Achmea ook actief op het snijvlak van de particuliere en private sector. Het concern is de grootste Nederlandse zorgverzekeraar. Achmea was anderhalf jaar geleden het eerste financiële conglomeraat dat een nauwe samenwerking aanging met een van de vijf uitvoeringsorganisaties in de sociale werknemersvoorzieningen, Gak. Achmea's voorbeeld is inmiddels gevolgd door onder meer ING (met voormalig Sociaal Fonds Bouwnijverheid).

Zo'n 60 procent van de bedrijven is aangesloten bij Gak voor de uitvoering van werknemersverzekeringen, zoals de WW. Als de toekomstige structuur van de sociale verzekeringen in Nederland in het jaar 2000 is uitgekristalliseerd, wil Achmea graag fuseren met Gak, waar in totaal nu zo'n 12.000 mensen werken. Nu kan Achmea alleen nog maar zaken doen met de Gak-dochter die in de private markt werkt. De publieke taken, de uitkeringsfabriek, zijn taboe.

Vorige maand fuseerde Achmea met pensioenbeheerder PVF, een vier jaar geleden verzelfstandigde dochter van Gak, die goed is voor het beheer van zo'n 50 miljard gulden aan beleggingen voor pensioenfondsen en vut-stichtingen.

Met de aansluiting van Gak en PVF kapitaliseert Achmea op de sterke positie die verzekeraar Centraal Beheer van oudsher heeft onder de werkgevers. Centraal Beheer is opgericht door een aantal ondernemingen om voor hen verzekeringen te sluiten. Bij Achmea kunnen werkgevers terecht voor het complete scala van financiële diensten die juist hen aangaan: het beheer van hun pensioenfonds, aanvullende pensioenverzekeringen voor hun personeel, bedrijfsfinancieringen, zorgcontracten, arbo-diensten plus reïntegratie van zieke werknemers, geprivatiseerde sociale verzekeringen (Ziektewet-gat, WAO-gat) en, als de politiek tenminste zo ver gaat, ook de uitvoering van typisch sociale verzekeringen (WW). Lijkt ideaal voor werkgevers die zelf van gemak houden en tevens hun werknemers met secundaire arbeidsvoorwaarden willen binden. Het lijkt ook een gooi naar een dominante marktpositie door een handjevol sociaal-financiële conglomeraten.

Swalef: “Er zal straks eerder sprake zijn van ongebreidelde concurrentie dan van te weinig concurrentie. Ik vind de kritiek dat een paar grote concerns de markt verdelen getuigen van een benepen visie. De werkgevers kunnen kiezen, te kust en te keur. Wat weerhoudt andere grote financiële groepen ervan om zelf sociale uitvoeringsorganisaties op te richten? Wij zouden het best kunnen. Met WAO en Ziektewet-gaten hebben wij ons die expertise ook razendsnel eigen gemaakt. De grote banken concurreren met elkaar om tienden van procenten extra marktaandeel. Nederland heeft een van de best ontwikkelde financiële systemen, en is niet duur voor de klant. Hoeveel bedrijven heb je nodig voor concurrentie? Meer dan een. Vijf is optimaal.”

Of Achmea straks kan fuseren beslissen politici. Weinig financiële instellingen doen met zoveel ministeries zaken als Achmea. Met Volksgezondheid voor de tarieven en de budgetten in de zorg. Met Financiën voor onder meer de afschaffing van vaste provisies in het verzekeringsbedrijf. Met Sociale Zaken voor de modernisering van de pensioenregelingen. En dan zijn er nog de talloze onafhankelijke toezichthouders: Verzekeringskamer, De Nederlandsche Bank, Ziekenfondsraad, Algemene Rekenkamer, CTSV. “Wij vinden het prima. Politiek is politiek. Die heeft haar eigen taak.”

Krachttermen gebruiken richting Den Haag is niet de stijl van Swalef. De afgelopen jaren omarmden politici maar al te graag privatisering van sociale uitkeringen om efficiency en beheersbaarheid van de uitgaven te vergroten. Als in de praktijk de verzekeraars vervolgens vervelende belissingen namen voor de burgers, schrok Den Haag weer van zijn eigen daadkracht. Zwartepiet voor de verzekeraars. Swalef steekt de hand in eigen boezem. “Het is onze taak als bedrijf de politiek te wijzen op de consequenties. Als er achteraf bij de politiek negatieve reacties zijn, dan zijn wij ook tekortgeschoten.”

Achter de schermen, in het Mariënklooster in Amersfoort, overleggen verzekeraars van binnen en buiten de zorgsector sinds enige tijd over de gedroomde inrichting van de sociale verzekeringsstaat. Over zeven weken zijn er verkiezingen. Daarna de kabinetsformatie, waar knopen doorgehakt kunnen worden. “Het gaat wat ver om te zeggen dat het kloosteroverleg aanstuurt op een blauwdruk. Het wordt een soort geschrift. In het overleg wordt over van alles gepraat. Als bedrijfstakpensioenfondsen zich bijvoorbeeld volledig op het commerciële vlak gaan bewegen, hoe moet er dan een evenwicht ontstaan ten opzichte van de verzekeraars?” Pensioenfondsen zijn bijvoorbeeld vrijgesteld van vennootschapsbelasting, verzekeraars betalen wèl.

Verdere privatisering van de sociale zekerheid is volgens Swalef onvermijdelijk. Angst voor bemoeienis van particuliere bedrijven met deze publieke taken is niet terecht. De overheid moet minimumregels stellen, daarbinnen moeten bedrijven hun gang kunnen gaan. “Dat levert meer efficiency op. Het publieke bedrijf ontbeert de vonk.” Hij trekt een parallel met de verplichte WA-verzekering. “Is het zo dat iedereen zich blauw betaalt aan autoverzekering? Daar werkt de markt optimaal.”

De steen op steen gestapelde opbouw van Achmea in de afgelopen jaren weerspiegelt de zuinigheid die het kenmerk is van coöperatief zakendoen. Geen miljarden guldens verslindende overnames, in Nederland of daarbuiten. In de coöperatieve wereld ligt het ijkpunt niet bij de financiële voordelen van de aandeelhouders, zoals bij de beursgenoteerde financiële concerns, maar bij de belangen van de leden, zoals verwoord door het bestuur van de coöperatie.

Swalef: “De vraag die ik mij heb gesteld is: kan dit bedrijf in de markt overeind blijven. Dan kan ik beter in een eerder stadium fuseren en zorgen dat ik bij gelijkgezinden zit, dan dat ik aan het eind van de dag uitkom bij een ander bedrijf, waarin ik word geïntegreerd. In het verleden heeft de buitenwereld heel sceptisch op die strategie gereageerd, maar het kan dus ook op deze manier. Vriendelijk zijn. Wij kiezen toch voor de geleidelijke weg.”

Gelijkgestemde bedrijven fuseren en de vermogens samenvoegen zonder gepeperde overnamepremies te betalen is de ideale groeistrategie. Zilveren Kruis, Groene Land, Gak, PVF. Als Swalef de afgelopen jaren 100 miljoen gulden heeft moeten betalen aan overnamepremies voor nieuwkomers in de Achmea-vloot, is het veel. De instandhouding van het financiële vermogen is cruciaal voor verdere expansie. Coöperaties hebben geen aandeelhouders op wie zij een beroep kunnen doen voor extra kapitaal. Deze financiële handicap geeft Achmea, net als de Rabobank, een voorliefde voor fusies en allianties met andere coöperaties of ondernemingen met vergelijkbare structuur.

Inmiddels lijkt de Nederlandse markt, na de alliantie met Gak en de fusie met PVF, wel opgedeeld. “Langzamerhand is het fusiestof neergedaald.” Zit een fusie met de Rabo-coöperatie er nog in? AVCB en Rabo-verzekeringsdochter Interpolis spraken eind jaren tachtig intensief over een fusie, maar uiteindelijk blokkeerde de Rabobank het plan. “Sindsdien heeft de Rabobank zich op haar eigen wijze ontwikkeld en wij ook. Wij zijn niet in gesprek. Ik sluit niets uit, maar dit is geen invitatie.”

Het opgeven van de coöperatieve structuur en een notering aanvragen aan de effectenbeurs zou miljarden guldens extra kapitaal binnen bereik van Achmea brengen. Van Melbourne tot New York zijn coöperatieve financiële instellingen (zogeheten mutuals) in de ban van een beursgang. Demutualisation lijkt internationaal doorgebroken, een logisch vervolg op de privatiseringsgolf die overheden in de jaren tachtig hebben ontketend. Polishouders van coöperaties kijken verlekkerd naar de bonussen die opeens worden uitgekeerd. In Engeland gaat het om enkele tientallen miljarden guldens die in handen zijn gekomen van de klanten, die daar de eigenaren zijn van de bank- en verzekeringscoöperaties. “Wij zijn een uitstekend gefinancierde groep”, reageert Swalef. “Wij hebben niet onmiddellijk geld nodig. Ik wil er absoluut niet badinerend over doen, maar wij zijn er niet voor gemotiveerd. Wij proberen geleidelijk onze thuismarkt te verruimen tot de Benelux, door ondernemingen aan te breien.

“Demutualisation kan in theorie, maar je komt aan de eigenheid van de groep en dat is niet verstandig. Dat is ook een groot deel van de motivatie van de medewerkers. Bij de bijna 30 fusies van de laatste jaren zijn de besturen van die coöperaties en de landbouworganisaties steeds bescheiden geweest in hun financiële eisen, om de continuïteit van de groep te waarborgen. Onze achterban bestaat niet uit mensen met dollartekens in hun ogen die er nog wat extra's uit willen halen.”

Vorig jaar kregen de polishouders meer dan 1 miljard gulden terug aan winst- en rentedeling. Het was de eerste keer dat de mijlpaal van 1 miljard gulden werd bereikt.

Extra kapitaal zou een steuntje in de rug kunnen zijn bij Achmea's Europese expansie. Europese groei loopt via Eureko, een holding waarin zes Europese verzekeraars participeren, waaronder Achmea, de grootste aandeelhouder. “Wij zijn te klein om zelf echt te expanderen.” Ook hier het beproefde recept: gelijkgezinde partijen inschakelen. Na zes jaar aftasten en samenwerken heeft Eureko nu zijn zinnen gezet op de grote Franse verzekeraar Gan, die door de Franse regering wordt geprivatiseerd. Eureko kon nooit een partner in Frankrijk vinden en probeert nu van de nood een deugd te maken. Medio juni valt de beslissing. Swalef was het afgelopen weekeinde in Parijs om te overleggen met het meer dan honderd mensen sterke team van Eureko ter plekke. Als Eureko de slag wint, ligt een beursnotering voor Eureko/Gan in het verschiet, anders kost het de Eureko-participanten te veel kapitaal. En als een ander Gan koopt? Swalef: “Ook dan heeft Eureko zich bewezen als een levensvatbare propositie. Ook voor andere Franse bedrijven.”