Gezocht topcrimineel; DUIJKERLEZING OVER DE PERSONOLOGIE VAN DE GEORGANISEERDE MISDAAD

De georganiseerde misdaad manifesteert zich in twee gedaanten: naar buiten toe wordt de gelikte wereld van De Peetvader getoond en intern heerst de rommeligheid van de Driestuiversopera. Maar wat voor karakter heeft de maffia-baas? Prof.dr. F. Bovenkerk is hoogleraar criminologie aan de Universiteit Utrecht. Dit is een bekorte versie van de 18de Duijkerlezing zoals deze afgelopen donderdag in de Aula van de Universiteit van Amsterdam is uitgesproken.

BIJ DE VERBETEN STRIJD die de Nederlandse autoriteiten nu al meer dan tien jaar voeren tegen de georganiseerde misdaad - en dan gaat het in Nederland in hoofdzaak om de internationale handel in drugs - zou men verwachten dat op ruime schaal gebruik wordt gemaakt van het inzicht dat door de psychologische criminologie is verworven. Die verwachting komt niet uit. Ook in de uitvoerige rapportage die een groepje criminologen in 1996 onder leiding van Fijnaut heeft vervaardigd over de georganiseerde misdaad ten behoeve van de Parlementaire Enquêtecommissie Opsporingsmethoden, is het psychologische portret van de hoofdrolspelers opvallend afwezig. De criminologen baseren zich in hoofdzaak op politiemateriaal, maar de bestudeerde dossiers bevatten geen personologische levensschetsen.

Wie zijn zij: Johan V. 'de Hakkelaar', Etienne U. bijgenaamd 'de Generaal', Kobus L. 'de zigeuner'? Wie gaan er schuil achter Henk R. 'de zwarte Cobra', Hacisüleymanoglu bijgenaamd 'Oflu'. Wat voor soort mensen waren de in 1991 doodgeschoten drugsbaas Klaas Bruinsma, 'de dominee' en de in 1986 - overigens aan een natuurlijke oorzaak overleden - koning van de Wallen, Maurits de Vries ofwel 'Zwarte Jopie' of 'Joden Joop'? Dezelfde vraag laat zich ook op internationaal niveau stellen. Wat is het precies dat beroemdheden zoals de onderwereldbaas Al Capone te Chicago; het hoofd van het zogenoemde Medellín-kartel in Colombia, Pablo Escobar; de primus inter pares van de Turkse smokkelaars Dündar Kilic; de baas van de maffia Totò Riina in Sicilië; of Kodamo Yoshio die de Yakuza-organisatie in Japan op poten zette, van gewone stervelingen of van de directeuren van het legale zakenleven onderscheidt?

Misschien is dat raadsel op te lossen na het raadplegen van de talrijke maffia-biografieën die zijn geschreven door journalisten en een enkele criminoloog. Psychologisch steken die levensbeschrijvingen doorgaans niet diep, ze zijn met een ander doel geschreven. In de zeventig biografieën die ik heb kunnen vinden, wordt slechts vijf maal een concreet gemeten intelligentie-quotiënt van de hoofdpersoon opgegeven. Uit de criminologische literatuur blijkt dat bij Amerikaanse delinquenten in het algemeen het IQ ongeveer 8 punten lager ligt dan het bevolkingsgemiddelde, maar ook dat het zelden heel laag is want misdaad vereist wel een zeker minimum aan verstand. Maar dit is een gemiddeld cijfer berekend over alle misdadigers en juist de maffia-dons zouden wel eens de grote uitzondering kunnen zijn. Het gokgenie Arnold 'the Brain' Rothstein, de maffia-organisator Lucky Luciano en de financial wizard van La Cosa Nostra, Meyer Lansky zullen zeker wel intelligent zijn geweest, maar de Amerikaanse maffia heeft ook domoren voortgebracht en onbeheerste woestelingen die hun positie aan weinig meer te danken hadden dan hun branie en hun schietvaardigheid.

Zoveel is duidelijk: intelligentie gemeten ten behoeve van het functioneren in de conventionele wereld, heeft weinig waarde als het gaat om het voorspellen van succes in de georganiseerde misdaad. Het gaat in de onderwereld algemeen om mensen met een heel lage of afgebroken opleiding en de abstracte theorie waarvan zij met hun werkwijze impliciet gebruik maken, overzien ze nauwelijks. Maar zij zijn razend knap in het vinden van mazen in het bestaande systeem en ontdekken onverwacht details die zich laten manipuleren. Smokkelaars zijn beroemd om het vernuft waarmee zij hun contrabande onzichtbaar weten te maken. Voorts excelleren zij in een bepaald soort sociale intelligentie. Ze onderhouden veel sociale relaties in een omvangrijk netwerk van de onderwereld en omdat het gevaarlijk is om afspraken schriftelijk vast te leggen, moet hun geheugen wel goed zijn. Opvallend is voorts dat zulke onderwereldbazen snel in de gaten hebben waar bij de ander de zwakke plek zit.

BUITEN WERKTIJD

Er bestaat nogal wat variatie in het gedragspatroon van maffiabazen buiten werktijd om. Sommige gangsters beperken zich tot leven in de onderwereld zelf en de vaste plaatsen van samenkomst: cafés, nachtclubs, casino's en vechtsportgala's. Ze blijven wonen in het getto, op het woonwagenkamp of in de etnische buurt. Anderen zoeken juist de openbaarheid van hun nieuw verworven bestaan: de kostbare suite in het gerenommeerde hotel, hun gereserveerde plaats in de sky box in het stadion en het trottoir van de mondaine winkelstraat. Met hun uitbundige levensstijl tonen zij iedereen die het zien wil - en ook aan de society-crew van de televisie - hoe goed het hen gaat; met beroemde vriendinnen (schoonheidskoninginnen en zangeressen zijn favoriet) vertonen zij zich in het openbaar; als sponsors van sportevenementen kopen zij sociaal aanzien; met bijzondere automobielen trekken zij de aandacht van het publiek. Zij betrekken woningen in riante villadorpen, verhuizen naar Marbella of naar luxueuze oorden in de bergen. De levensstijl van de nouveau riche is bedoeld om de aandacht te trekken en er is weinig psychologische verbeeldingskracht voor nodig om hierin compensatiegedrag te herkennen voor een armoedige jeugd, een kleine gestalte of achterstelling op grond van ras of etnische afkomst.

Die openbaarheid gaat nog verder. Twee heren in het middelste echelon van de georganiseerde misdaad in Nederland hebben zelfs enige tijd hun eigen televisieprogramma mogen presenteren en tijdens de Parlementaire Enquête publiceerde een weekblad het dagboek van Charles Z. Nee, er hoeft geen gerechtelijke onderzoeksinstantie aan te pas te komen om ze te leren kennen, extraverte misdaadbazen profileren zichzelf. De extraverte levensstijl is trouwens ook wel aan grenzen gebonden: de geschiedenis van de georganiseerde misdaad kent - ook in Nederland - personen die zijn geliquideerd omdat zij de onderwereld of een concrete organisatie in opspraak hadden gebracht.

Er is voorts nog een onverwachte reden waarom toch betrekkelijk veel over althans het sociale leven in de maffia bekend is. De dikke stapel maffia-biografieën wordt ook door de onderwereld gelezen, de films worden bekeken en de hoofdpersonen dienen hun tot voorbeeld. Wat bedoeld is als verstrooiing van het publiek, is vakliteratuur voor de maffia zelf. Vooral het effect van Mario Puzo's Peetvader op de organisatie van de internationale onderwereld kan moeilijk worden onderschat. De politie stelde via de telefoontap op een misdadigersorganisatie vast dat hun observandi na het zien van de film een andere toon aan gingen slaan. De Turkse smokkelbazen die vóór de film als aga werden aangesproken, dat wil zoveel zeggen als heer of stamhoofd, heetten vanaf nu baba wat vader betekent. Het begrip peetvader zei de moslims niet veel, maar 'vader' kwam daar dicht genoeg bij. De onderwereld voegde zich naar de voorstelling in de romanliteratuur in plaats van andersom.

Dit betekent niet dat de criminele activiteit zelf en de organisatie binnen welke deze zich afspeelt, werkelijk het patroon van de Godfather volgt met zijn eenhoofdig leiderschap en hiërarchische commandostructuur. De onderwereld wordt veeleer gevormd door een netwerk van patroons, baasjes en helpers, ieder met zijn eigen kennis en kunde, die in groepen van wisselende samenstelling samenwerken en die zich snel aan gewijzigde omstandigheden aanpassen door zich anders te groeperen. De bevindingen van de groep-Fijnaut voor de Parlementaire Enquêtecommissie Opsporingsmethoden laten over de vorm van de Nederlandse georganiseerde misdaad geen misverstand bestaan, de voorstelling van een grote en centraal gecoördineerde octopusachtige organisatie wordt expliciet naar de prullenbak verwezen. De georganiseerde misdaad manifesteert zich in twee gedaanten: naar buiten toe wordt de gelikte wereld van De Peetvader getoond en intern heerst de rommeligheid van de Driestuiversopera.

Omdat ook het raadplegen van algemene criminologische werken geen bevredigend antwoord oplevert, zit er niets anders op dan zelf een theoretisch voorstel te ontwerpen. Wellicht levert het iets op om een van de moederwetenschappen van het vak nader te bestuderen: de psychologie. Welk inzicht levert met name de persoonlijkheidsleer, het vak van professor Duijker, bij het beschrijven van het karakter van de maffiabaas?

VACATURE

Kortgeleden kwam mij een rapport onder ogen van de Amerikaanse Drugs Enforcement Administration (DEA) waarin de vijfentwintig maffiafamilies worden beschreven die samen de onderwerelden in twintig grote steden beheersen (New York heeft er vijf). Dit rapport levert een onverwacht aanknopingspunt op voor de toepassing van een uitvloeisel van de persoonlijkheidsleer: de testpsychologie. Dat rapport van de DEA is bedoeld voor zijn medewerkers die erin op kunnen zoeken welke personen op dit ogenblik per misdaadgroep de baas is, wie de consigliere, de onderbazen, de luitenanten en de bekende 'soldaten'. Bij een aantal families blijkt sprake te zijn van wat expliciet in het rapport een vacature wordt genoemd! Een vacature bij de maffia? De chef van het syndicaat is overleden (soms als gevolg van een natuurlijke oorzaak) of hij is veroordeeld tot langdurige gevangenisstraf. Hoe wordt er nu in de vacatures van de maffia voorzien? Kan de testpsychologie daar een rol bij spelen?

In de literatuur wordt wel verondersteld dat dit vacature-probleem door erfopvolging wordt geregeld, maar zo gaat het lang niet altijd. Ook het begrip 'familie' is veelal slechts een metafoor van verbondenheid en heeft met verwantschap weinig te maken. Sociologisch bezien vormt de georganiseerde misdaad het voertuig van sociale stijging voor jongens uit de volksklasse. Vrijwel alle maffiabazen zijn uit de laagste sociale strata afkomstig. Tot in de achttiende eeuw deed ook de verarmde adel er in onze grensstreken van Limburg aan mee, maar de moderne georganiseerde misdaad kent geen roofridders meer. Klaas Bruinsma die de zoon was van een gefortuneerde frisdrankenfabrikant was een eenling. Als de modale baas van de georganiseerde misdaad die uit het getto afkomstig is, zijn stabiele positie in de middenklasse eenmaal heeft veiliggesteld, ligt het niet in de bedoeling dat zijn zonen en kleinzonen de firma voortzetten. Integendeel: talrijk zijn de uitspraken van maffiabazen die hun kinderen een ander leven toewensen dan in de sfeer van la mala vita. 'Ik wil dat mijn kinderen naar school gaan', zegt de beruchte mobster en pentito van Boston uit de jaren zeventig, Vincent Teresa, 'maar ik zeg U, als een van mijn zonen zelfs maar zou overwegen om de misdaad in te gaan, zou ik hem de benen breken'.

De vraag luidt: op welke wijze voorzien dergelijke organisaties dan wel in de vervulling van vacatures? We verplaatsen ons nu in de lastige opgave voor de denkbeeldige personeelschef van de moderne maffia: welk persoonlijkheidstype is voor deze functie geschikt? Hoe selecteert hij ze? Hij heeft slechts toegang tot een illegaal segment van de arbeidsmarkt en hij zal bij voorkeur kiezen uit personen die binnen de organisatie zelf zijn opgeklommen, die kunnen bogen op een past performance van sluwheid, gebrek aan vrees en betrouwbaarheid. 'The mafia is not an equal opportunity employer', schrijft de maffia-biograaf Nicholas Gage en hij bedoelt dat de vereiste loyaliteit alleen berust op de primordiale banden van familie, stam of etnische groep.

Voor het succes en de overlevingskans van de organisatie is niettemin geboden om uit het kleine aantal beschikbare kandidaten dat overblijft, de beste te kiezen. Tot nu toe ging dat meestal op de archaïsche manier van het duel of de list, maar als criminele organisaties met hun tijd meegaan, zal de personeelsafdeling het wetenschappelijker aan moeten pakken. De maffia van Sicilië heeft in de jaren zeventig een verandering ondergaan van een feodale structuur naar een moderne business-organisatie. In tegenstelling tot de primitieve Colombiaanse gangsters die hen voorgingen in Medellín, wordt het zogenaamde kartel van Cali geleid door moderne, rationele ondernemers. In tegenstelling tot leiders van Medellín, zoals Escobar, Lehder en anderen, die hun carrière op de ouderwetse manier hebben gemaakt door zich omhoog te schieten, door hun rivalen aan de politie te verraden of door hun concurrenten tegen elkaar op te zetten, pakken die van Cali dat planmatiger aan. De gevolgen zijn er overigens niet minder afgrijselijk om. Op de dag dat de nieuwe huizen van de broers Gilberto en Michel Rodriguez Orejuela werden opgeleverd, bleken alle bouwvakarbeiders die hadden gewerkt aan de geheime schuil- en vluchtplaatsen in deze huizen, van de aardbodem verdwenen. De methode is afgekeken van de bouwers van de Egyptische piramides. Criminele organisaties die het presteren op heel lange termijn te plannen - let wel: de Zuid-Italiaanse maffia, de 'Ndrangheta en de Camorra zijn al oud en sommige Amerikaanse families van de Cosa Nostra omvatten al vier of vijf generaties - doen er bovendien goed aan jongemannen reeds vroeg te selecteren en met hen een loopbaan uit te stippelen.

Onze denkbeeldige personeelschef zou zich met vrucht kunnen verdiepen in de kennis die testpsychologen hebben opgedaan bij het selecteren van geschikte kandidaten voor het bedrijfsleven, het militaire apparaat en het onderwijs. De big five-persoonlijkheidsvragenlijst is er één die thans veelvuldig voor dergelijke doeleinden wordt gebruikt en deze zou ook hier hoge ogen gooien. De test die thans wordt toegepast, is gebaseerd op het empirisch gefundeerde gegeven dat de persoonlijkheid van mensen te beschrijven is als een samenstel van scores op vijf van elkaar onafhankelijke 'persoonlijkheidstrekken'. Het gaat om de vijf dimensies neuroticisme, extraversie, openheid, agreeableness of in het Nederlands: altruïsme, en consciëntieusheid. Mensen die hoog scoren op de schaal van neuroticisme gaan gebukt onder angst, schaamte en impulsiviteit. Extravert zijn zij die energiek zijn, vrolijk en dominant. Openheid wordt nader gespecificeerd door creativiteit, onafhankelijkheid en fantasie. Altruïsme staat voor inschikkelijkheid, medeleven en oprechtheid. Consciëntieus zijn mensen die doelmatig te werk gaan, ambitieus zijn en bedachtzaam.

Het Five Factor-Model geldt als een 'robuust' model: zij die ermee werken maken aanspraak op een hoge mate van valide voorspelbaarheid voor arbeidsprestaties. De vraag in hoeverre gedrag aangeboren is of geleerd (ook in de criminaliteit) hoeft ons niet af te leiden. De persoonlijkheid wordt opgevat als het product van de interactie tussen aanleg en omgeving. Hier is slechts relevant dat de test betrouwbaar is in de zin dat de gemeten scores op de persoonlijkheidstest in behoorlijke mate constant zijn.

De eisen waaraan de sollicitanten voor de personeelsfunctionaris moeten voldoen, vloeien voort uit de functiebeschrijving. Om die te kunnen vervaardigen, zal eerst een precieze definitie van georganiseerde misdaad geformuleerd moeten worden en dat is minder eenvoudig dan het lijkt omdat de georganiseerde misdaad op iedere plaats en in iedere periode een andere vorm aanneemt. Van belang is bijvoorbeeld of de organisatie zich op één soort van misdaad concentreert of dat zij locaal alle soorten van criminaliteit beheerst. De organisatie van de Amsterdamse 'Koning van de Wallen' Jopie de Vries in de jaren zeventig en tachtig leek het meeste op een Amerikaanse bende met territoriale aspiraties. Een gedeelte van de Wallen, rond het seks-paleis Casa Rosso en het illegale gokhuis Club Cabala, was onder zijn controle. Dat had hij op de Amerikaanse manier voor elkaar gekregen door via corruptie, chantage en vlijerij enkele ambtenaren van de gemeente voor zijn karretje te spannen. De Vries heeft in Nederland zonder twijfel het model van de persoonlijkheid van de plaatselijke maffiabaas het meest benaderd. Hij stond bekend als een uitstekende zakenman die risico's durfde nemen, als weldoener van de buurt en als iemand die schlemielen uit de brand hielp. Legendarisch is de openbare orde die hij tot stand bracht op het gedeelte van de Amsterdamse Wallen dat door hem werd beheerst. Buurvrouw Renate Rubinstein viel voor zijn innemende persoonlijkheid. Ofschoon zij heus wel moet hebben geweten waartoe deze man in staat was gebleken, schreef ze als Tamar over een fuifje bij de Vries thuis: 'Ik keek met andere ogen naar het merkwaardige gezelschap van hoeren, inbrekers, sportleraren, journalisten en familie dat er was'.

DOMINANTE FIGUUR

Er bestaat niet zoiets als één model van organisatie van georganiseerde misdaad en dus ook niet één type van leiderschap. En om het nog ingewikkelder te maken: het hangt er ook nog van af in welk stadium van ontwikkeling zo'n organisatie zich bevindt: de bende behoeft een dominante figuur die onmiddellijk fysiek respect afdwingt; de parasitaire organisatie die zich bijvoorbeeld bezighoudt met afpersing, heeft een intimiderende hoofdpersoon nodig die tegelijkertijd goed functioneert achter een legale façade; misdaadverbanden die in symbiotische relatie staan tot het zakenleven en de overheid, vragen om leiders die goed kunnen manipuleren.

Om de bazen van de georganiseerde misdaad te leren kennen, lijkt er bij zoveel complexiteit vooralsnog niet anders op te zitten dan één definitie te kiezen die als basis kan dienen voor verdere nuancering. Volgens de omschrijving die is gehanteerd door de Parlementaire Enquêtecommissie Opsporingsmethoden is er sprake van georganiseerde misdaad als “groepen die primair gericht zijn op illegaal gewin systematisch misdaden plegen met ernstige gevolgen voor de samenleving, en als deze in staat zijn deze misdaden op betrekkelijk effectieve wijze af te schermen, in het bijzonder door de bereidheid te tonen fysiek geweld te gebruiken of personen door middel van corruptie uit te schakelen”. De verschillende elementen van de definitie vormen de basis voor een goede functiebeschrijving van het leiderschap. Het gaat ten eerste om het leidinggeven aan groepen; ten tweede om de wens om hoge winsten te maken; ten derde over de ellendige gevolgen die dit voor de samenleving met zich meebrengt; ten vierde om het vermogen om illegale activiteiten af te schermen door middel van corruptie; en ten vijfde om de bereidheid daar fysiek geweld voor aan te wenden.

FUNCTIE-EISEN

Hoe zijn deze bestanddelen van de definitie van georganiseerde misdaad te vertalen in functie-eisen voor te vervullen vacature? De eerste twee verschillen niet principieel van de eisen die worden gesteld aan de managers van het legale zakenleven. Het is daarom mogelijk om gebruik te maken van de ervaringen die daar bij testen zijn opgedaan. Met behulp van de Big Five-persoonlijkheidstest wordt door grote firma's gezocht naar personen die hoog scoren op de dimensie van extraversie en die een zekere mate van consciëntieusheid aan de dag leggen. Van deze twee kenmerken is aangetoond dat ze het functioneren van managers goed voorspellen. Bij misdaadbazen is het niet zo moeilijk om ons extraverte mensen voor te stellen. Bij consciëntieusheid is dat moeilijker. Daarbij moet niet enkel worden gedacht aan het vermogen om zakelijke transacties tot een goed einde te brengen, maar ook aan de zorg voor de werknemers. Meer nog dan in het legale zakenleven, heeft de misdaadchef er belang bij zijn mensen aan zich te binden. Als zij tegen de lamp lopen, zal hij hun advocaat betalen en hun familie onderhouden. Uit gesprekken met rechercheurs in Nederland heb ik opgemaakt dat de Nederlandse onderwereld niet erg zorgvuldig met deze verplichting omgaat. Dat maakt hen kwestbaar.

Als goede leider moeten ze naast deze twee eigenschappen liefst beschikken over de sociaal-emotionele capaciteit om stress-bestendig te zijn; in de uit de Big Five-test afgeleide taxonomie van Hofstee en De Raad komt deze eis overeen met het complex van nuchterheid, onverstoorbaarheid en koelte. Als daaraan nog een zekere eis van intelligentie wordt toegevoegd, levert dat een test-complex op waarmee jonge managers voor het bedrijfsleven en de overheid kunnen worden geselecteerd. De volgende vraag die uit mijn probleemstelling voortvloeit, luidt: wie van alle geselecteerden zullen zich nu ontwikkelen tot de echte topfiguren? Daarvoor bestaat opmerkelijk genoeg geen test. Directeuren laten zichzelf niet testen, maar geven slechts opdracht om hun personeel te testen. Het zou technisch heel goed mogelijk zijn om de testresultaten van de huidige topmanagers te vergelijken met de scores van hun overige jaargenoten twintig jaar terug, maar testbureaus zijn er om reden van privacy-bescherming aan gehouden om al hun testresultaten na vier jaar te ruimen.

Het tweede element in de definitie van georganiseerde misdaad luidt dat de betrokkenen worden gemotiveerd door illegaal gewin. Degenen die hun gedrag bestuderen, verbazen zich er inderdaad vaak over dat onderwereldfiguren die inmiddels schatrijk zijn geworden, toch doorgaan met alle risico's die er aan hun misdadige bedrijvigheid zijn verbonden. Zulk ongebreideld winststreven hoort in de definitie thuis, maar vormt toch geen onderscheidend kenmerk van misdaad. Heeft minister-president Kok de directeuren van enkele grote bedrijven die zichzelf voorzien van opties op aandelen in het eigen bedrijf, niet gehekeld om hun 'exhibitionistische verrijking'? En gaat legaal zakendoen en speculeren op de beurs ook niet gepaard met het nemen van opwindend grote risico's? Georganiseerde misdaad vormt in dit opzicht geen aantasting van de bestaande orde, maar juist een bevestiging van het heersende economische systeem. Het houdt de belofte in stand dat iedereen rijk kan worden. Gaat het niet via de conventionele en legale manier, dan gaat de tocht naar materiële welstand wel via de vreemde ladder van de sociale mobiliteit van de georganiseerde misdaad. Volgens het stelsel van persoonlijkheidseigenschappen zouden mensen die laag scoren op het kenmerk altruïsme en vooral het facet bescheidenheid, een goede kans maken om voor een carrière in de georganiseerde misdaad te worden uitverkozen.

Dan het derde bestanddeel van de definitie: zulke winst wordt gemaakt ten koste van ernstige consequenties voor de samenleving. Is dat misschien dan wel een kenmerk dat het van de legale zakenwereld onderscheidt? Het is niet zo eenvoudig om de mate van schadelijkheid van een economische activiteit voor de samenleving vast te stellen. Misdaad is volgens een adviesorgaan van het Nederlandse College van Procureurs-Generaal des te ernstiger als er via illegale weg economische machtsposities worden opgebouwd; als het de legale markt ontregelt; als het leidt tot corruptie van de overheid; als er met behulp van tegenstrategieën wordt teruggevochten tegen politie en justitie; als het leidt tot 'aantasting van de integriteit van lijf en goed of de persoonlijke/zakelijke levenssfeer'. In de praktijk krijgt drugshandel prioriteit en dat komt doordat het naar verhouding eenvoudig te bewijzen is, omdat het internationaal-politiek hoge ogen gooit (Nederland treedt wel degelijk op tegen de drugs!) en doordat deze misdaad wordt gepleegd door een daderpopulatie die voldoet aan het stereotype van de zware misdadiger en die bestaat uit 'oude bekenden' van politie en justitie. Welnu, het is absoluut niet aangetoond dat drugshandel op zichzelf objectief schadelijker is voor de samenleving dan andere economische activiteiten.

Uit de intussen omvangrijke literatuur over de ethiek van het grote zakenleven en de criminaliteit die ook in die kring wordt gepleegd, blijkt dat het allerminst eenvoudig is om de scheiding scherp te trekken. Dat geldt zeker ook voor de persoonlijkheid van de manager: ook directeuren van het bona fide bedrijfsleven zien zich bij voortduring gedwongen tot het nemen van maatregelen die ernstige schade opleveren voor de samenleving als het gaat om concurrentiekracht en overleven van het bedrijf. Zou het persoonlijkheidstype van de leiders van legale en illegale zaken in dit opzicht zoveel verschillen? De herstructurering van enkele van de grootste bedrijven is uitgevoerd door directeuren die de geschiedenis ingaan als 'sanerende beulen'. Een voormalig directeur van een gloeilampenfabriek in het zuiden des lands noemde zichzelf 'redelijk agressief' toen hij in 1990 een 'strijdplan' afkondigde met de naam Centurion. De man die zich de bijnamen verwierf 'Jan de Slager', 'de killer', 'de Bokser' en 'de bison', blijkt achteraf en in vergelijking met zijn opvolger die verder wil gaan, nog reuze mee te vallen. In vergelijking met een hele reeks buitenlandse collega's trouwens ook.

EIGEN BELANG

Kenmerk vier: de georganiseerde misdaad schermt zich af door middel van een repertoire van contrastrategieën tegen de overheid en met name door corruptie, intimidatie en het dreigen met persoonlijk geweld. In het algemeen schetsen maffia-biografieën het dagelijkse leven van vriendelijke en sociabele mensen. Dat geldt uiteraard zo lang hun niets in de weg wordt gelegd. Corruptie berust op het vermogen om personen die met formele macht zijn bekleed, te manipuleren. De padrone treedt de ander op innemende wijze tegemoet, maar met valse bedoelingen en uitsluitend om het eigen belang na te jagen. Een kandidaat die dat goed kan, zou hoog moeten scoren op de persoonlijkheidsdimensie extraversie, met name het facet sociabiliteit en tegelijkertijd laag op de dimensie van het altruïsme, in casu het facet oprechtheid. Het vermogen om andere mensen te intimideren, komt te voorschijn wanneer anderen niet ingaan op het toch zo vriendelijk gestelde verzoek. De dreiging zit altijd in de lucht. Wie de Siciliaanse Totò Riina wel eens recht in het gezicht heeft gezien, zelfs nog op de omslag van een geïllustreerd tijdschrift, begrijpt waarom mensen gewoon doen wat hij wenst. Met behulp van de psychologische test is dit vermogen op te sporen met een hoge score op extraversie en met name het facet dominantie.

Ten vijfde: de bereidheid om persoonlijk fysiek geweld te gebruiken is misschien nog het meest exclusieve kenmerk van de georganiseerde misdaad. Dit vloeit voort uit het karakter van het illegale bedrijf omdat de handelaren in verboden goederen en diensten geen beroep kunnen doen op hulp en steun van de overheid en omdat zij hun mensen tot geheimhouding moeten dwingen. Zij zijn erop aangewezen om een eigen ondergronds systeem van conflictregulering op te bouwen en dat berust op de afschrikwekkende werking van de retributie. Wie zijn schuld niet op tijd betaalt, kan er donder op zeggen dat hij klop krijgt of erger. Wie tegen de overheid praat, moet dat met de dood bekopen. Het gaat daarbij steeds om de bereidheid geweld toe te passen, maar het verdient de voorkeur dat dit niet werkelijk gebeurt want het trekt de aandacht en brengt de organisatie in gevaar. Beter is het een persoonlijke reputatie te koesteren dan geweld uit te oefenen. In de maffia-biografieën komt steeds weer dezelfde karakteristieke gebeurtenis voor van de adolescent: hij heeft op de meest koelbloedige manier een hard en uitputtend tweegevecht gewonnen van een tegenstander die tot dan toe als de gemeenste en de sterkste gold. Daarna komt het moment dat hij in opdracht zijn eerste moord moet plegen om zijn loyaliteit tegenover de organisatie te bewijzen. De moraal van deze persoonlijke legende is duidelijk: hij is op ieder moment in beginsel tot meedogenloos optreden in staat. De persoonlijkheidstrek die daarbij hoort, is in het systeem van de Big Five een ongerijmdheid. Zo iemand moet impulsief zijn, maar tegelijkertijd beheerst. Dit facet van het systeem behoeft nadere doordenking.

Dan is er ten slotte het geweten, de rechtvaardiging van maffia-gedrag. Zo'n term komt in geen enkele definitie van de georganiseerde misdaad voor, maar de serie biografieën laat geen misverstand bestaan: de betrokkenen beschouwen zichzelf als supermensen die alle reden hebben op het gewone volk neer te kijken. Zij koesteren op zichzelf geen afwijkende moraal. Hun kennis van het Wetboek van strafrecht is beter dan dat van de gemiddelde burger en in politiek opzicht zijn zij conservatief. De gevangenbewaarders van de meest bloeddorstige maffiosi hebben zich vaak verbaasd over de ingetogen devotie waarbij zij hun dagelijkse godsdienstige plichten vervullen. De anomalie wordt opgelost doordat de betrokkenen de neutraliseringstechniek toepassen om zichzelf uit uitgekozen te beschouwen. Zij staan boven de gewone mensen en gehoorzamen zoals Robin Hood aan wetten van een hogere orde. Aan het einde van hun leven vertrouwen de maffia-dons hun biografen vaak toe dat zij 'echt en meeslepend hebben geleefd'. In het psychologische systeem om de persoonlijkheid te bepalen is hiervoor geen plaats ingeruimd of het moest 'avonturisme' zijn, ook al een facet van extraversie. Ook dit aspect verdient nadere exploratie.

Het is nu mogelijk om de persoonlijkheidkenmerken op te sommen die het goede functioneren van een maffia-baas voorspellen. 1. Algemeen zouden zij in de persoonlijkheidstest hoog moeten scoren op de dimensie extraversie en heel laag op het kenmerk agreeableness of altruïsme. 2. De georganiseerde misdaad zal het machtigste en het gevaarlijkste zijn wanneer dominante kandidaten worden uitgezocht die een zekere mate van consciëntieusheid in hun handelen aan de dag leggen. 3. Ze moeten beschikken over beheerste impulsiviteit. 4. Zij moeten ten slotte een avontuurlijke inslag bezitten die hen in hun eigen megalomane verbeelding boven de gewone mensen verheft.

In kringen van de onderwereld pleegt het niet zo bureaucratisch toe te gaan, maar wij zouden nu wel in staat zijn om op basis van deze constructie een goede personeelsadvertentie op te stellen. De advertentietekst zou de voorwaarde moeten bevatten dat de kandidaat bereid is een psychologische test te ondergaan. Wanneer de heren meewerken, kan de validering van de test van start gaan.