Gemeenschappelijke Baskische aanpak van ETA raakt in het slop

De Baskische president Ardanza pleit in een nieuw 'vredesplan' voor een dialoog met de ETA. De politieke partijen in Baskenland reageerden verdeeld.

MADRID, 20 MAART. De verkiezingscampagne in Baskenland is begonnen. Het 'Vredesplan' van de Baskische president José Antonio Ardanza zorgde eerder deze week voor een stevige ruzie tussen de Baskisch-nationalistische PNV en de conservatieve partij van premier José María Aznar. Terwijl juist gisteren de Spaanse politie andermaal een belangrijk terreurcommando van de ETA ontmantelde, lijkt een gemeenschappelijke politieke aanpak van de Baskische afscheidingsbeweging danig in het slop geraakt.

In oktober kunnen 1,8 miljoen stemgerechtigde Basken naar het stemlokaal om hun regioparlement te kiezen. De eerste peilingen hebben in het kamp van de Baskische nationalisten voor de nodige onrust gezorgd. Weliswaar ziet het er naar uit dat de PNV met circa 30 procent van de stemmen zijn positie als grootste partij van Baskenland behoudt. Maar de conservatieve Partido Popular van premier Aznar wint fors en kan zelfs uitgroeien tot de tweede partij in Baskenland.

Dat laatste is een doorn in het oog van de sterke man van de PNV, Xavier Arzalluz. De nationalistische leider, door zijn immer gramstorige optreden bij zijn tegenstanders een dankbaar onderwerp van spot en imitaties, moet tot zijn leedwezen toezien dat de harde aanpak van de politie en het politiek isoleren van de ETA die door de Partido Popular worden nagestreefd, kennelijk op een groeiende instemming kunnen rekenen. Als om de zaak nog eens extra in te wrijven slaagde de Guardia Civil er gisteren andermaal in een belangrijk moordcommando van de ETA op te rollen. Dertien mensen werden aangehouden en een groot aantal wapens en explosieven in beslag genomen.

De actie was zorgvuldig geheim gehouden voor de regioregering in Baskenland en dat maakte de spanningen er niet minder op. Partijleider Arzalluz, die door zijn tegenstanders verweten wordt een dubbelzinnige houding aan te nemen tegenover de ETA, repte al eerder van een “samenzwering van de media tegen het nationalisme” en kritiseerde fel het van de hand wijzen van het Vredesplan van zijn partijgenoot Ardanza.

Het voorstel van Ardanza stelt een dialoog voor met de politieke tak van de ETA, op voorwaarde dat de beweging de wapens neerlegt. Daarin zou alles ter sprake kunnen komen, inclusief de Spaanse Grondwet en het Statuut waarin de regionale autonomie van Baskenland ligt vastgelegd. Daarmee raakte het plan een open zenuw. Zowel de conservatieve partij als de socialisten voelen er niets voor om alsnog de mogelijkheid van een afscheiding bespreekbaar te maken. Al was het alleen maar omdat een en ander vergaande gevolgen zou kunnen hebben voor de rest van Spanje.

Anderzijds blijft het afscheidingsstreven een belangrijk punt op het verlanglijstje van de Baskische nationalisten. Dezen hebben de huidige Spaanse Grondwet en het Statuut voor Baskenland nooit geaccepteerd. Bij de referenda die eind jaren zeventig over beide ontwerpen werden gehouden riepen zij hun aanhang op niet of blanco te stemmen. Ondanks de overtuigende instemming van de Basken met Grondwet en Statuut, was de lage opkomst voor de nationalisten altijd een argument om de democratische rechtsgeldigheid in twijfel te trekken.

Achter de façade van de beginnende verkiezingsretoriek groeit onderwijl de vraag wat de schipbreuk van de nieuwe voorstellen betekent voor het overleg tussen de politieke partijen in Baskenland om tot een oplossing van het probleem van de ETA te komen. Hoewel verdere gesprekken tot na de verkiezingen zijn opgeschort, zijn de reacties op het plan-Ardanza niet onverdeeld negatief. Zo verwierpen de socialisten het plan weliswaar, maar sloten uitdrukkelijk niet de mogelijkheid uit om de gesprekken over een gemeenschappelijke aanpak voort te zetten. In brede kring lijkt de gedachte te groeien dat uitsluitend politioneel optreden uiteindelijk onvoldoende is voor de pacificatie van de ETA.

In kringen van de ETA zelf werd het laatste breed uitgemeten. Een woordvoerder van Herri Batasuna, de politieke tak van de ETA, wees het vredesplan van de hand omdat het onvoldoende het “democratisch tekort” van de huidige Grondwet en het Baskisch Statuut onderstreepte. Maar anderzijds werd tevreden opgemerkt dat de isolatiepolitiek kennelijk niet werkt en er onvermijdelijk een dialoog plaats moet vinden.

De Partido Popular riskeert onderwijl - door de plannen hard af te wijzen - dat de Baskische nationalisten een punt zullen zetten achter hun steun aan het minderheidskabinet van Aznar. Weliswaar kan de regering nog steeds rekenen op de Catalaanse nationalisten, maar zonder de Basken wordt de basis voor het kabinet wel aanzienlijk smaller. Veel hangt af van een bijeenkomst die de nationalistische leider Arzalluz nog voor Pasen met Aznar zal hebben. Daarin zal de Baskisch-nationalistische leider waarschijnlijk trachten de regering in Madrid te dwingen om alsnog met concessies over de brug te komen.