Europese toekomst

De eerste keer dat premier Kok zich publiekelijk over de EMU uitlaat (NRC Handelsblad, 9 maart) geeft niet bepaald veel vertrouwen in de Europese toekomst.

Afgezien van het feit dat met geen woord wordt gerept over de verantwoordelijkheid ten aanzien van Bosnië, in het verlengde Kosovo en ander Europees buitenlands (wan)beleid, het disfunctioneren van Schengen, democratie, openbaarheid, Europees Parlement en uitbreidingsonderhandelingen zonder institutionele hervormingen, wordt de EMU gepresenteerd als het logische sluitstuk van deze succesverhalen. Echter, dit middel zal kwalijker blijken te zijn dan de kwaal van economische en politieke verdeeldheid, die zij beoogt te bestrijden. Immers, de fundamenten zijn met name gebaseerd op wishful thinking. Het zijn spoedig niet alleen meer de burgers in Bosnië die aan den lijve ondervinden wat zogenaamde spijkerharde verdragsteksten en afspraken, ambities en pretenties van Europese politici betekenen. Het Europese beleid zou zich wel eens tegen de Europese samenwerking kunnen keren, zelfs in nu nog pro-Europese landen. De grondleggers van de Europese Unie stonden in de idealistische en Koude-oorlogsjaren vijftig in elk geval géén Bosnië, manipulaties, koehandel en monetaire unie zonder politieke en economische unie voor ogen.