Europa heeft geen trek in een echt debat

De eerstvolgende uitbreiding van de Europese Unie zal heel anders zijn dan alle voorafgaande. Het gaat er dan om, aldus Teresa de Sousa, de Unie een nieuwe continentale dimensie te geven, onder nieuwe geopolitieke omstandigheden, een dimensie die dwingt tot een nieuwe vorm van macht in Europa. Daarvoor is een herdefiniëring van de politieke en strategische doelen van de EU nodig.

Ondanks de mislukking van Amsterdam, ondanks het slechte klimaat dat rond de volgende gezamenlijke begroting is geschapen, ondanks de 'koude oorlog' over de vraag wie de Europese Centrale Bank gaat leiden en welke landen in de 'raad van de euro' gaan zitten, maakt de Europese Unie zich klaar om antwoorden te geven op twee van de belangrijkste uitdagingen sinds de Koude Oorlog: de gezamenlijke munt en de uitbreiding van de Unie.

De monetaire unie, waartoe in Maastricht werd besloten toen de afspraken van een herenigd Duitsland met de EU werden vernieuwd, is al een praktisch onomkeerbare werkelijkheid. Deze zal, tegen de voorspellingen in, vanaf het begin al een respectabel aantal lidstaten omvatten. Zo ontsnapt de monetaire unie aan het verdelende effect dat velen haar hadden toegeschreven.

De politieke gevolgen van de monetaire unie kunnen zeer ingrijpend zijn, ondanks het feit dat weinigen het wagen om ze publiek te maken. Vanuit het gezichtspunt van de Europese burgers vertaalt het idee van het behoren tot een gemeenschap zich namelijk voor de eerste keer in iets wezenlijks en tegelijkertijd in iets zo symbolisch als het geld dat ieder straks in zijn zak heeft.

Waar de globalisering van de economie heel gemakkelijk wordt gebruikt om de geringe speling tussen de politieke macht en de economische macht te rechtvaardigen, is het nog steeds ironisch om erop te wijzen dat de EMU juist het tegenovergestelde is: de oplegging van de oppermachtige wil van de regeringen aan de markteconomieën.

Op 31 maart moeten de onderhandelingen beginnen met de eerste groep Oost-Europese landen die tot de Europese Unie wil toetreden. Vanaf die datum krijgt het proces een onvergelijkbare snelheid. Maar, net zoals bij de onderhandelingen over de euro, gaat het debat vooral over formele zaken. Wie gaat met de onderhandelingen beginnen? Welke data? Wie betaalt de rekening?

Toch zal de volgende uitbreiding van de Unie andere kenmerken hebben dan alle voorafgaande uitbreidingen. Het gaat er niet om meer Oost-Europese landen te integreren, op basis van de logica: 'meer van hetzelfde'. Het gaat erom de Unie een nieuwe continentale dimensie te geven, onder nieuwe geopolitieke omstandigheden, een dimensie die dwingt tot een nieuwe vorm van macht in Europa en die herdefiniëring van de politieke en strategische doelen van de EU vereist.

De realisering van de EMU kan nog worden gezien als de uiterste consequentie van de economische integratie die de Europese vaders voor ogen stond - een algemene markt, één markteconomie, één munt. Maar de uitbreiding van de Unie tot de omvang van een continent raakt het eigenlijke karakter van de Europese constructie. Optimisten zullen zeggen dat de Europese constructie een pragmatisch en bijna onzichtbaar proces is en zal blijven, waarin elke nieuwe stap onherroepelijk leidt tot de volgende stap. Vanuit dit standpunt bezien wordt de mislukking van Amsterdam makkelijk teruggebracht tot een eenvoudige kalenderkwestie: als de vijftien voor de realisering van de uitbreiding komen te staan, 'regelen ze de institutionele verandering in een half uurtje'.

Maar zal alles zo eenvoudig zijn? Of zullen diegenen gelijk krijgen die zeggen dat dit model van integratie, dat het zo goed deed in de jaren van de Koude Oorlog, is uitgeput? Amsterdam heeft bewezen dat de Unie té aarzelend en té verdeeld is om haar geschiktheid te bewijzen de toenemende economische macht, die de uitbreiding en de euro met zich meebrengen, in politieke macht om te zetten. Het decor van de verdunning van de Europese constructie - waaraan Maastricht een politieke dimensie probeerde te geven - tot een grote interne markt ligt daar dichtbij. Ook omdat versnelling van het proces van uitbreiding en herstructurering van de NAVO, op de manier waarop dat zich gaat voltrekken, niet alleen aan de Verenigde Staten en aan het Atlantische bondgenootschap de definitie van het nieuwe ontwerp van Europese veiligheid verschaft, maar er ook toe kan leiden dat de EU dit gaat bekijken als een markt en een bron van financiële hulp.

Dit is het debat dat ontbreekt, en dat gevoerd zou moeten worden juist op het moment dat de Unie zich, ondanks alles, voorbereidt op de realisering van de euro en de uitbreiding. Dit is het debat waar de nationale regeringen geen interesse voor blijken te hebben. Tenzij de publieke opinie dat debat afdwingt door geen steun te verlenen aan een Europees project, dat ondertussen zijn nut al verloren heeft - zelfs als het nog verandert.