Echo's van de Forsythe-stijl

Gezelschap: De Rotterdamse Dansgroep. Natura Naturata, choreografie: Rick Kam, muziek: J.S. Bach e.a. The Voice Ghost, choreografie: Jacopo Godani, muziek: Thom Willems. Gezien: 19/3, Rotterdamse Schouwburg. Herh. aldaar t/m 21/3. Tournee t/m 28/5. Inl. (010)4364511

In het derde programma van De Rotterdamse Dansgroep (DRD) in dit seizoen overheerst William Forsythe. Artistiek directeur Käthy Gosschalk nodigde twee choreografen uit die allebei, direct of indirect, door deze dansvernieuwer zijn geïnspireerd. Jacopo Godani, voor wie deze DRD-première zijn eerste stuk bij een Nederlands gezelschap is, is sinds 1992 als danser en co-choreograaf verbonden aan Forsythe's Ballett Frankfurt. Rick Kam, die als gastchoreograaf regelmatig stukken maakt voor DRD, danst sinds 1993 bij de Pretty Ugly Dancecompany van de Forsythe-kloon Amanda Miller.

Door allerlei punten in het lichaam tot vertrekpunt van beweging te maken, heeft Forsythe de academische dans een ander, gefragmenteerd-vloeiend aanzien gegeven. Kam en Godani hebben goed naar zijn werk gekeken, want met het overnemen van deze stijl is niet veel misgegaan. Wat navolging eigenzinning en spannend kan maken, is de context. In Godani's The Voice Ghost (een variatie op 'his master's voice'?) overtuigt deze het minst. Acht lichtbakken kadreren de dansvloer waar zes danseressen en vier dansers (gestoken in hemdjes, rokjes, broekjes en sokjes van diverse grijstinten) de strijd aanbinden met de heftige elektronische klanken van Thom Willems, Forsythe's vaste componist. Gedurende het stuk hebben de dansers meermalen te maken met een plotsklapse donkerslag, alsof het niet uitmaakt dat zij tijdelijk onzichtbaar zijn. The Voice Ghost laat een eindeloze stroom bewegingen zien. Hoewel krachtig gedanst door onder anderen de afscheid nemende Joke Zijlstra, toont de choreografie weinig structuur. De dansers kronkelen allemaal voor zichzelf uit, soms als een keten aaneengeschakeld, soms kriskras door elkaar als een massa wurmen. Tezamen lijken zij nog het meest op één groot lichaam, waarbij ieder van hen een uitstulpende ledemaat verbeeldt. Soms ontsnappen er één of twee of drie en kijkt de rest onbewogen toe. Het zijn de ontsporende muziekstukken, klinkend als vertraagde rewinds, en de één voor één uitdovende lichtbakken die er tenslotte een punt achter zetten.

Ook Kams Natura naturata, wat zoveel betekent als 'de natuur geschapen', is een puur bewegingsstuk, maar dan met meer reliëf. Barokke kamermuziek van J.S. Bach, die in haar beweeglijkheid goed past bij het dansvocabulaire, vormt de rode draad. Zij wordt in mootjes gehakt door donderslagen of momenten van stilte. De choreografie is een gecompliceerd spel rondom aantallen en vermenigvuldigingen, rondom stilstand en beweging. Vier danseressen en twee dansers, gekleed in zwart-witte maillots en van voren openvallende bloesjes, geven elkaar de ruimte voor solo's, duetten en trio's, die meer zijn dan vluchtige uitstapjes. Door de belichting worden hun schaduwen in het witte achterdoek gegrift, soms dubbel of zelfs drievoudig.

Men slaat de ander(en) steeds aandachtig gade, waardoor het bewegen op zichzelf gethematiseerd lijkt te worden. De toeschouwer wordt zich sterk bewust van dat lijf dat zich uitstrekt, van die knie die naar binnen draait, van die voet die zich neerzet en weer opheft. Als weggelopen uit een schilderij, zitten twee vrouwen roerloos op hun dijbeen. Terugkerend element is ook het plat op de buik liggen, met één been opgetrokken als in een diepe slaaphouding.

Vooral Caroline Harder is goed bedeeld. Haar verbaasde blik, wanneer aan het eind het licht dooft, is de uitdrukking die op haar gezicht moet hebben gestaan, toen haar openingssolo abrupt werd afgebroken door een black-out.