Dood en verderf van Mat Collishaw shockeren het publiek maar heel even

Tentoonstelling: Mat Collishaw, For ever. T/m 5 april in De Vleeshal, Markt, Middelburg. Di. t/m zo. 13-17 uur. Informatie: (0118)675423/675523.

Een foto van een gapende wond met bloederige randen en plakkerige, donkerrode haren vormde de bijdrage van Mat Collishaw op de spraakmakende tentoonstelling 'Sensation' (1997) in Londen. Te zien was een close-up van een hoofd met een kogelgat, uitvergroot tot immense proporties en gepresenteerd in felle lichtbakken. Net als de doorgezaagde koeien van Damien Hirst en de afgesneden penissen van Jake en Dino Chapman leek dit bloederige tafereel maar één doel na te streven: het publiek te shockeren.

De foto die Collishaw (Nottingham 1966) voor zijn werk Bullet Hole (1988) gebruikte, was oorspronkelijk helemaal niet bedoeld om afgrijzen op te wekken. Een lijkschouwer maakte de foto na het misdrijf, een objectieve registratie die niet bestemd was voor een groter publiek. Bullet Hole is typerend voor de manier waarop Collishaw te werk gaat. Onbeschaamd eigent hij zich beelden en voorwerpen toe en plaatst die in een kunstcontext, of dat nu foto's uit een medische encyclopedie, scènes uit een speelfilm of wetenschappelijke apparaten zijn.

De resultaten van deze werkwijze zijn zo verschillend dat het soms nauwelijks voor te stellen is dat het om werken van één en dezelfde kunstenaar gaat. Bladerend door de catalogus die de Nederlandse stichting Artimo in 1997 van het werk van Mat Collishaw uitgaf, zie je achtereenvolgens een gefotografeerd schilderij van Watteau, gemanipuleerde bloemstillevens, pedofiele foto's van halfnaakte jongetjes, een ingevroren vogeltje en sprookjesachtige foto's van een man die met een visnetje elfjes probeert te vangen. Dood en verderf, schoonheid en romantiek gaan hand in hand in Collishaws gedachtenwereld.

Voor zijn tentoonstelling in de Vleeshal heeft de Engelse kunstenaar gekozen voor een sprookjesachtige sfeer. Wanneer je de pikdonkere ruimte binnenkomt, zie je midden in de ruimte een projectie op een groot scherm van een gemaskerde, sexy geklede vrouw die langzaam ronddraait op haar voetstuk. De camera draait met haar mee en laat steeds een stukje zien van de ruimte waarin ze zich bevindt. In de duisternis staan mannen rondom tegen de muur en bekijken haar. Zo draaien de vrouw en de camera eindeloos rond, af en toe verstoord door een fles of een glas op de bar die het beeld van de vrouw kortstondig vervormen. Als toeschouwer vraag je je af of je je in een peepshow of in een levensgrote speeldoos bevindt, waarin de ballerina is vervangen door een nachtclubdanseres. Het kinderlijke, mechanische muziekje dat onophoudelijk door de ruimte galmt, doet het laatste vermoeden.

De speeldoosklanken zijn afkomstig van het veel kleinere werk Snow Storm (1994) dat in een hoekje van de ruimte op de grond staat. Te zien is een projectie van een glazen bol, met sneeuwvlokken die gaan dwarrelen wanneer je het voorwerp schudt. In deze speelgoedbol bevindt zich echter geen pittoresk sneeuwlandschap, maar een filmpje van een zwerver die in een portiek de slaap probeert te vatten. Silhouetten van voorbijgangers schieten heen en weer door het beeld, terwijl de dakloze zijn deken steeds verder over zich heen trekt en het steeds harder begint te sneeuwen. De stemming die wordt opgeroepen lijkt afkomstig uit een somber kerstverhaal van Charles Dickens. Het miserabele leven van de zwerver wordt op een oversentimentele manier in beeld gebracht, met de dramatische klanken uit de speeldoos als achtergrondmuziek.

De werken in de Vleeshal zijn poëtischer dan de plastische foto die op 'Sensation' te zien was, maar blijven platte weergaven van dramatische gebeurtenissen. Ook de installatie die Collishaw onlangs in de Bloom Gallery toonde, werd gekenmerkt door deze oppervlakkigheid. The Shed (1988) bestond uit een nagebouwde schuur waar je omheen kon lopen en door verschillende raampjes naar binnen kon kijken. Binnenin bevonden zich de gebruikelijke voorwerpen die je in een schuur aantreft: bloempotten, tuingereedschap, wieldoppen en wat plaatjes aan de muur. Op het eerste gezicht was daar niet vreemds aan, tot je plotseling door een ander raampje een dode kat aan een strop zag hangen. De twee vensters boden zicht op twee verschillende taferelen: het schuurinterieur mét en hetzelfde schuurinterieur zonder kat. Collishaw speelde hier een optisch spelletje, met een spiegel die in een hoek van 45 graden stond opgesteld en in spiegelbeeld gekopieerde afbeeldingen aan de muur. Als je het trucje eenmaal door hebt, is de lol er ook vanaf.

Het werk van Matt Collishaw is, net als bijvoorbeeld kermisattracties, gebaseerd op een kortstondige heftige ervaring. Even ben je geschokt, geobsedeerd of verbaasd, maar wanneer je van die eerste schrik bekomen bent, ben je de beelden ook snel weer vergeten.