De Trust worstelt met een gebrek aan drama

Voorstelling: Rouwklacht, van Wallace Shawn, door De Trust. Vertaling: Ben Hurkmans; regie: Theu Boermans. Spel: Sylvia Poorta, Jappe Claes, Ton Kuyl. Gezien: 19 en 20/3 Trusttheater, Amsterdam. T/m 11/4 aldaar; tournee t/m 28/5. Inl. (020) 520 5320.

Een voorstelling waarin gepraat en gepraat en gepraat wordt zonder dat er verder op het podium veel gebeurt kan best spannend zijn. Met lange lappen tekst weten regisseur Theu Boermans en zijn gezelschap De Trust meestal wel raad: van de monologen van de Duitse toneelschrijver Rainald Goetz bijvoorbeeld maakten zij kolkende, razende woordcascades.

Boermans' nieuwe regie Rouwklacht, van de Amerikaan Wallace Shawn, mist dat striemende effect, al is de presentatie directer dan ooit tevoren. Vanachter een tafel spreken de acteurs het publiek rechtstreeks toe en soms stellen zij zelfs een vraagje. De koffiekannen en de boekenstapels op de lange grijze tafel roepen associaties op met lezingen-avonden of universitaire colleges, maar precieze informatie over de plaats van handeling ontbreekt.

We hebben weinig houvast en het duurt een tijdje voordat zich de contouren van een verhaal aftekenen.

Het is het verhaal van Jack, de enige overlevende van een culturele club. Naast hem zitten weliswaar twee andere leden van die club, maar eigenlijk leven zij alleen nog in Jacks herinneringen. Howard, een dichter, kwam aan zijn einde door een pistoolschot, zijn dochter Judy door elektrocutie. Zij zijn de slachtoffers van een barbaars bewind in een welvarend land, een bewind dat een hekel heeft aan de ingewikkelde intelligentsia en dol is op een eenvoudiger mensentype.

Geniet van eten en drinken en seks, zo luidt het dictaat van de nieuwe, uit het plebs voortgekomen machthebbers: geniet en denk er niet bij na! De low-brows, met hun afkeer van literatuur, toneel en klassieke muziek en hun voorkeur voor vuurwerk en hondenshows hebben het gewonnen van de high-brows - maar Shawn neemt het niet zonder meer voor de dichters en denkers op.

Lees je het stuk, dan begrijp je enigszins waarom het klootjesvolk de culturele elite zo haat, want de fijngevoelige progressieveling Howard komt daarin tussen de regels door naar voren als een zelfzuchtige snob die de gedepriveerde massa's eerder veracht dan vooruithelpt. In de voorstelling echter speelt Ton Kuyl Howard zo slap en vermoeid, zo ongevaarlijk oudemannetjesachtig, dat we ons onmogelijk druk om hem kunnen maken.

In de voorstelling is ook Judy nog oninteressanter dan in het stuk, omdat Sylvia Poorta haar veel te warm en aardig neerzet. De valsheid van haar menslievende frasen blijft onderbelicht en de wuivende handjes en stampende voetjes wijzen minder op een uiting van Judy's onechtheid dan op een verwoede strijd van de actrice tegen het vergeten van haar tekst.

Voor een beetje drama zou het loyaliteitsconflict van Judy kunnen zorgen, haar geaarzel tussen Howard, haar pa, en Jack, haar echtgenoot - maar wat doet Poorta? Ze pakt nu eens de hand beet van haar buurman links en dan weer van haar buurman rechts aan tafel en dat is dat: een gênante vertoning.

Waarom heeft Boermans de boel niet teruggesnoeid tot één enkele monoloog? Jappe Claes als de eerst met Howard en later met de nieuwe heersers dwepende Jack vertelt immers in z'n eentje alles al waar regisseur en schrijver het over wilden hebben. En dat is: het belijden van openbare zelfkritiek. Theu Boermans deed dat ook al in zijn enscenering van Gustav Ernsts stuk Faust, waarin de linkse idealisten uit de jaren zestig en zeventig ontmaskerd werden als machtsgeile despoten.

En Wallace Shawn doet dat altijd - in zijn eigen stukken en ook in de door hem vertolkte rollen. In zijn theatertekst The Fever (1990) moet de ik-figuur letterlijk kotsen van zijn hypocriete politieke correctheid en in de film Vanya on 42nd Street speelt Shawn de dubieuze titelheld van Tsjechov's drama Oom Wanja: een gefrustreerde, halfbakken intellectueel, parasiterend op het volk dat voor hem werkt.

Rouwklacht ofwel The Designated Mourner uit 1995 is dus zowel voor Wallace Shawn als voor Theu Boermans een consequente voortzetting van een reeds ingeslagen weg - en ook een herhalingsoefening die vooral in de versie van De Trust een duffe indruk maakt.