De grootheit van onse staet; 350 jaar Vrede van Munster

Een pennenstreek en de Nederlanden waren 'vrye ende Souveraine Staten provintiën en landen' - vrij van de aanspraak van de Spaanse koning. Nederland herdenkt in een reeks tentoon- stellingen de Vrede van Munster van 1648. Waarbij de contouren van het moderne Nederland zichtbaar werden en de Republiek de wereld kon gaan verbazen.

Een van de beroemdste schilderijen uit de vaderlandse geschiedenis is een klein paneel. Het is 44 centimeter hoog en 57 breed en ondanks het historische belang bevindt het zich niet in Nederland. Het schilderij, van Gerard ter Borch, hangt in de National Gallery in Londen. Weliswaar bezit het Rijksmuseum een kopie, maar in feite hoort het origineel natuurlijk in een van onze eigen musea te hangen. Het stelt de beëdiging voor, op 15 mei 1648, van de Vrede van Munster, het verdrag waarbij een einde kwam aan de Tachtigjarige Oorlog en waarbij de toenmalige koning van Spanje, Filips IV, de Republiek der Verenigde Nederlanden erkende als een zelfstandige staat. Een staat die nu ook formeel een vooraanstaande plaats kreeg in de hiërarchie der Europese mogendheden. Het was de formele beëindiging van een lange strijd om onafhankelijkheid van de Nederlandse gewesten. Het moet de Nederlanders voldoening hebben gegeven in het verdrag te lezen dat de koning de zeven gewesten erkende als 'vrye ende Souveraine Staten provintiën, en landen, op de welcke [...] hy Heer Koningh niet en pretendeert, noch nu ofte naemaels [...] immermeer yets te pretenderen'. Dit jaar wordt deze plechtigheid van 350 jaar geleden herdacht.

Op 30 januari was de vrede ondertekend, en op 15 mei werd na ratificatie door de Staten-Generaal en door de Spaanse koning de eed op het 79 artikelen tellende vredesverdrag afgelegd. Ter Borch schilderde op dat kleine oppervlak een gezelschap van zo'n 70 mannen, inclusief zichzelf, dicht op elkaar gepropt in hun meest elegante kleding en met plechtige gezichten. Vooraan, om de tafel, staan twee afgevaardigden van de Spaanse koning en zes ambassadeurs van de Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden. De Utrechtse afgevaardigde onbreekt wegens ziekte en die van Zeeland mocht uit protest tegen de Vrede van zijn gewest niet bij de plechtigheid aanwezig zijn. Historisch kan het er zo niet precies zijn toegegegaan, maar de waardigheid en de ernst van het moment zijn uitstekend getroffen. En de voorstelling moet populair zijn geweest. Er werd namelijk een prent van gemaakt, met gelijke afmetingen. De stad Kampen kocht er 23 exemplaren van, voor de somma van honderd gulden.

Op 5 juni werd de vrede officieel in de Nederlandse dorpen en steden bekendgemaakt. Vanaf de pui van de stadhuizen werden de hoofdpunten voorgelezen en daarna was het feest en werden 'ter selven dags de klokken geluyt, gevuyrt ende andere teyknen van Blijdtschap na ouder gewoonten getoont'. Carillons klingelden, kanonnen werden afgevuurd. Ook daarvan is het een en ander afgebeeld. De afkondiging van de vrede op de Grote Markt in Haarlem bijvoorbeeld is ten minste vijfmaal geschilderd.

In Delft werd die dag ook feestgevierd. Een schilderij van Egbert van der Poel laat de nachtelijke feestvreugde op de Oude Delft zien. De teertonnen op hoge staken staan te branden en vuurpijlen gieren door de lucht. In Amsterdam beschreef een ooggetuige de feestelijkheden als volgt: 'De triumfboogen, stellaedjen, opschriften, vertooningen, van levende en andere zinnebeelden, staende op de beginzelen, op den wasdom, en grootheit van onse staet, waren menigerley'. Op podia werden toneelspelen opgevoerd, waaronder Vondels vredesspel De Leeuwendaelers.

Dit alles waren alle efemere uitingen van vreugde. Wat nu nog voor iedereen duidelijk te zien is, als materiële herinnering aan die vrede, is het huidige paleis op de Dam. In oktober van datzelfde jaar werd de eerste steen gelegd voor dit gebouw, dat het oude middeleeuwse stadhuis moest vervangen. Het decoratieprogramma, de schilderijen en vooral de beeldhouwwerken, verwijst naar de vrede, dat wil zeggen naar het algemene idee van de vrede. Iedereen kan daar nog, staande op de Dam, de centrale figuur op het timpaan zien: een vrouw die met olijftak en Mercuriusstaf in de hand de Vrede verbeeldt.

Gloriedagen

De Spaanse herinnering aan de opstand zal die geweest zijn aan een veraf gelegen stel rebelse gewesten, waar men zich niet alleen tegen de wettige koning verzette, maar waar ook nog eens het gevaarlijke calvinisme wortel schoot. Voor Nederlanders was het een opstand geweest tegen de centralisatiepolitiek van Filips II, tegen zijn belastinghervormingen en onvermurwbare katholieke greep op deze landen.

De Nederlanders op het schilderij van Ter Borch moeten, als kinderen en kleinkinderen, de verhalen hebben gehoord over de militaire acties van de hertog van Alva, de belegeringen van steden als Haarlem, Leiden en Naarden, aan Alkmaar waar de victorie begon. Ze kenden de geschiedenis van de afzwering van de wettige vorst, Filips II in 1581. Zij hebben gehoord over de successen van stadhouder Maurits van Nassau die dankzij efficiënte legerhervormingen op militair terrein een geducht tegenstander van de Spanjaarden kon worden. Zijzelf zullen als kind of jongeman de tijdelijke stopzetting van de oorlog hebben meegmaakt, het Twaalfjarig Bestand, dat van 1609 tot 1621 duurde.

Daarna, in de nadagen van Maurits en in de gloriedagen van zijn halfbroer Frederik Hendrik, werd de strijd hervat. En hoewel de Spanjaarden in 1625 Breda innamen, volgde daarop toch een lange reeks Nederlandse successen. Frederik Hendrik, 'de Steden-dwinger' nam een lange reeks strategische steden in: Oldenzaal, Groenlo, 's Hertogenbosch, Venlo, Roermond, Maastricht, en wat later Breda, Sas van Gent en Hulst. Zo breidde het gebied waarover de Nederlanders heer en meester waren zich uit. En zijzelf, deze gezanten, kwamen vanaf 1646 bijeen in Munster om te onderhandelen over een mogelijke vrede. Zeven Nederlandse gewesten, die het overigens niet per definitie onderling eens waren, en de gezanten van de Spaanse koning.

De Vrede van Munster maakte deel uit van een veel groter pakket verdragen tussen vele Europese staten, die tezamen de Vrede van Westfalen wordt genoemd. Afgevaardigden van maar liefst 194 Europese vorsten en vorstjes namen er deel aan, uiteenlopend van de gezanten van de keizer en de Franse koning tot aan de diplomaten van piepkleine Duitse staatjes. Dankzij dit Europees wereldcongres kwam een eind aan de Dertigjarige Oorlog, in jaren weliswaar geringer dan onze tachtigjarige strijd, maar in schaal van verwoesting vele malen gruwelijker.

In Duitsland vochten drie decennia lang, in een deels politieke, deels religieuze strijd, Duitse protestantse en katholieke staten met elkaar, die zelf weer verbonden waren met staten als Zweden, Denemarken, Frankrijk of Spanje. Ook het einde van deze oorlog, die in grote lijnen de verhoudingen in Europa voorlopig zou vastleggen en die definitief aangaf dat noch de keizer van het Duitse Rijk, noch de koning van Spanje, noch de paus in Rome de dienst uitmaakte, wordt herdacht. Dat gebeurt in het najaar in Munster en in Osnabrück - naar het zich nu al laat aanzien op een schaal van monsterlijke omvang.

In Nederland werd het 300-jarig bestaan van de Vrede van Munster, vijftig jaar geleden, ook herdacht. De catalogus van toen is een klein boekje in een grauwe omslag, dat nog duidelijk de sporen van papierschaarste draagt. De inleidingen staan geheel in het teken van de dan nèt-achterliggende jaren, van 'het verzet tegen een vreemde onderdrukker', die hoewel voortkomend uit verschillende motieven het resultaat waren, aldus de voorzitter van het toenmalige werkcomité, uit 'één allen tezamen bindend sentiment: de zucht om van de indringer verlost te worden, om baas in eigen huis te zijn, kortom van liefde tot het vaderland'.

Nu zijn de catalogi groter en glanzender en is er een heel scala van tentoonstellingen, boeken, congressen, lespakketten en radio- en televisiedocumentaires. Museum het Catharijneconvent laat op een klassieke wijze met schilderijen en objecten zien wat de positie is geweest van de verschillende religieuze stromingen in Nederland. De gereformeerde kerk als bevoorrechte 'publieke' kerk, naast de katholieken, de remonstranten, de lutheranen, de doopsgezinden en de joden. Het is even doorbijten, maar wel leerzaam.

In de Dom in Utrecht is een wat schrale expositie ingericht over de dissidente houding tijdens de vredesonderhandelingen die de Utrechtse afgevaardigde van Godard van Reede van Nederhorst innam. In het Legermuseum te Delft gaat het natuurlijk over de krijg. Vele, vele kurassen, zwaarden, houwdegens, rapieren en helmen, maar ook, zeer instructief, worden hier de legerhervormingen van Maurits en zijn neef Willem Lodewijk uiteengezet, ofwel wat een zeventiende-eeuwse auteur de 'schole van oorloghe' noemde.

Een centrale historische tentoonstelling waarin alle ach en wee van tachtig jaar strijd wordt uitgelegd, ontbreekt. Maar het hoogtepunt van deze herdenking is zonder twijfel de tentoonstelling 'Beelden van een strijd' in het Prinsenhof in Delft. Het onderwerp is de uitbeelding van de oorlog in schilderijen en prenten, op munten en penningen en op tegels. De bestudering van de Opstand tegen Spanje heeft altijd een aantal traditionele zwaartepunten gekend: politiek, religie, de militaire strijd en de economie. Maar over de manier waarop gewone burgers die periode hebben ervaren is weinig bekend.

De ervaringen hingen natuurlijk af van de plaats waar men woonde en wanneer. Wie in 1572 in Haarlem woonde, zal zijn leven lang een trauma van de belegering hebben overgehouden, maar 25 jaar later woonde men er lang en gelukkig in een economisch en cultureel bloeiende stad. Holland, Zeeland, Utrecht, Groningen en Friesland bleven na de eerste fase van de oorlog gespaard voor het oorlogsgeweld. De inwoners merkten ervan door de belastingen en door de nieuwsberichten. Wie daarentegen het ongeluk had in Brabant of Limburg te wonen moet altijd de onzekerheid van de krijg hebben ervaren. Maar hoe soldaten het beleefd hebben, of wat de boeren er van dachten, wier land geïnundeerd was of die werden gerecruteerd om belegeringswerken aan te leggen, is nooit onderzocht. De beeldende kunst geeft daar een beetje een antwoord op.

Kloppartijen

Merkwaardig genoeg hebben noch historici noch kunsthistorici zich ooit uitputtend beziggehouden met de vraag hoe die Tachtigjarige Oorlog eigenlijk verbeeld is geweest. Alleen de zee-oorlog heeft altijd aandacht gehad, omdat een aantal topschilders zich op het genre van de zeeslag hadden toegelegd. De oorlog te land heeft veel minder aandacht gehad. Zelfs Huizinga merkte in zijn Nederland's beschaving in de zeventiende eeuw op dat de oorlog nauwelijks belangrijke schilderijen opgeleverd heeft, want, zo schrijft hij, 'de intieme blik of wel het fijne schildersoog van onze kunstenaars zocht betere sujetten dan een volkomen onschilderbare belegering of voor negentiende gefingeerd, verward veldslagtafereel'.

Toch vergist Huizinga zich, 'verwarde veldslagtaferelen' waren wel degelijk populair. In de tachtig jaar oorlog kwamen veldslagen eigenlijk nooit voor en in de beginjaren kan men beter spreken van schermutselingen en ongeregelde kloppartijen. Het Nederlandse leger ontwikkelde zich tot een goed getraind staand leger van zo'n 51.000 man, voetvolk en ruiterij, maar het krijgsbedrijf kenmerkte zich in de eerste plaats door belegeringen.

Dergelijke belegeringen, of de overgave van de belegerde stad, zijn dan ook verschillende malen onderwerp voor kunstenaars geweest, in de eerste plaats voor prentmakers en in veel mindere mate voor schilders. Men ziet op de voorgrond het kamp van de belegeraar en op de achtergrond in vogelvluchtperspecief de belegerde stad met de omringende schansen en loopgraven in het vlakke land. Op de voorgrond zijn gedetailleerd de soldaten weergegeven en de marketentsters met hun hutjes en karren, en niet te vergeten de ramptoeristen van die tijd, die met een verrekijker een dagje belegering deden. Een variant hierop is het portret van een van de stadhouders te paard met op de achtergrond een door hem belegerde stad.

Slechts één Nederlands oorlogstafereel is wereldberoemd geworden. Niet door een Nederlander geschilderd, maar door Velázquez: Las Lanzas, een magistraal werk in het Prado in Madrid, dat de overgave van de stad Breda door Justinus van Nassau aan de Spaanse bevelhebber Spinola uitbeeldt. Dit schilderij met zijn uitgewogen compositie, de nobele gebaren waarmee de twee bevelhebbers, de overwinnaar en de overwonnene, elkaar bejegenen, behoort tot die paar kunstwerken die een hele oorlog symboliseren. Zoals Goya dat met zijn Desastres de la Guerra voor de napoleontische oorlogen deed, of de geschilderde stoet blinde Engelse soldaten in de Eerste Wereldoorlog, Robert Capa's sneuvelende republikein tijdens de Spaanse Burgeroorlog, het planten van de Sovjet-vlag op de Rijksdag in 1945 - allemaal iconen van een strijd.

Las Lanzas is niet uitgeleend aan Delft en dat is maar goed ook. Het is niet representatief. Dat schilderij stelt een Spaanse triomf voor, geschilderd door een Spaanse hofschilder voor een Spaanse koning. Dergelijke kostbare voorstellingen schilderden de Nederlanders niet. In feite waren er weinig grote namen die zich met de oorlogsschilderkunst bezighielden en er zijn ook weinig concrete historische gebeurtenissen geschilderd. Er zijn enkele opdrachten van stadsbesturen bekend en ook de stadhouders bestelden wel voorstellingen van belegeringen waarbij ze een rol hadden gespeeld, maar werkelijk grote kunst is het niet.

Blèren

Nee, de oorlog werd pas na het Twaalfjarig Bestand, een populair onderwerp van schilders, en wel in de vorm van 'onbestemde' plekken met oorlogssituaties. Naar deze schilderijen is voor deze tentoonstelling uitvoerig onderzoek gedaan en men heeft er een hele typologie voor kunnen opstellen. Overvallen op konvooien, overvallen op reizigers, plunderingen van een dorp, ruitergevechten, soldaten in hun kampement, soldaten in hun wachtlokaal en elk van die genres en subgenres had zijn specialisten. De genres zijn in de Zuidelijke Nederlanden ontwikkeld, waarbij een grote bewegelijkheid en een kleurigheid van de figuren opvalt. Later drongen deze voorstellingen ook door in het Noorden, al ontbreken daar de wrede, bloederige details en zijn de scènes veel monochromer, modderiger en rokeriger geschilderd.

Er hangen in het Prinsenhof bijna 150 schilderijen en prenten, waaronder veel bruiklenen uit binnen- en buitenland. Vooral de overvallen en de plunderingen hebben een behoorlijke graad van gruwelijkheid. Boeren worden gedood, vrouwen ontkleed en erger, huizen geplunderd en in brand gestoken en in de berm ligt een ingebakerd kind te blèren.

De ruitergevechten vertonen een mêlee van briesende paarden, van kurassiers die hun pistolen afvuren, van vastberaden vaandrigs en vertrapt voetvolk, en de aarde is bezaaid is met musketten, pistolen, laarzen, hoeden, helmen en lichaamsdelen. Of, zoals de schildersbiograaf Karel van Mander het aan het begin van de zeventiende eeuw al omschreef: 'Hier een hoopken ligghen wrastelen cluchtigh, En daer oock een hoopken verslaghen suchtich'

Treurig is het schouwspel na de strijd, de vormeloze hopen van paarden, omgekieperde karren, wapens, kleren en halfontklede lijken.

Een ander zeer populair, maar vreedzamer genre is de 'cortegaarde', een verbastering van 'corps de garde', een wachtlokaal voor soldaten. Ook hierover bestaat een zeventiende-eeuwse tekst. Die zegt hoe de schilder zo'n schilderij moet opzetten: 'hier een bootsje [een figuurtje, een soldaat, red.] dat toeback smoockt, ginder een beeldeken dat besich is met sijn rustinghe aen te gorden; ende elders, daerse sitten [te] dobbelen en troeven'. Inderdaad zitten op dit soort schilderijen de soldaten in een duister vertrek. Ze roken er lustig op los, een potje bier onder handbereik, ze kaarten, spelen triktrak, slapen of laten zich vertroetelen door een dame.

De krijgshandelingen speelden zich ver van Holland en Zeeland af. Legertrossen had men hier al lang niet meer gezien en kanongebulder hoorde men alleen bij plechtige gebeurtenissen. Zo'n gebeurtenis was de afkondiging van de Vrede van Munster, toen men een vrede vierde die men allang bezat; de strijd die daarvoor geleverd was, had men al jaren aan de muur hangen.

DE REPUBLIEK DER NEDERLANDEN NA DE VREDE VAN MUNSTER 1648

De Vrede van Munster, op 15 mei 1648, bekrachtigde een toestand die al jaren bestond. De Nederlanden hadden weinig wapengeweld gezien sinds admiraal Tromp in 1639 de strijd aanging met een Spaans eskader in het Kanaal. Een van de voorwaarden van de Vrede was dat de ondertekenende partijen het gebied behielden dat ze op dat moment bezetten. Zo vertoont de Republiek, met de pas veroverde zuidelijke provinciën, in 1648 al de trekken van de moderne staat Nederland.

De formele vrede bevestigde de Republiek als een belangrijke Europese staat. Met koloniën van Indië tot Suriname. Met de grootste handelsvloot op de Noord- en de Oostzee. Met een ongekende weelde aan kunst en wetenschap. Buitenlandse geleerden als Descartes, Comenius en John Locke kozen de Republiek als domicilie.

Het was allemaal genoeg, schrijft de Britse historicus Geoffrey Parker, om de internationale stemming in de zeventiende eeuw 'profoundly anti-Dutch' te maken. Maar altijd gemengd met jaloezie en bewondering voor de bewoners die 'lager leefden dan de vissen', die hun straten zo kunstig plaveiden 'dat na een regenbui je schoenen niet nat worden' en die hun maatschappij al zo geordend hadden dat je elk uur de boot van Delft naar Haarlem kon nemen.

Tentoonstellingen

'Beelden van een strijd. Oorlog en kunst vóór de Vrede van Munster, 1621-1648.' In het Stedelijk Museum het Prinsenhof te Delft. T/m 14 juni. Catalogus ƒ 85

'Van Maurits naar Munster. Tactiek en triomf van het Staatse leger.' In het Legermuseum te Delft, t/m 3 januari 1999. Catalogus ƒ 45

'Geloven in Verdraagzaamheid? 1648 Vrede van Munster.' In het Museum Catharijneconvent te Utrecht, t/m 26 juli.

'Tegen de vrede! Utrecht en de vredesonderhandelingen in Munster.' In de Domkerk, Utrecht, t/m 7 juli.

'De Vrede verbeeld, prenten uit de Atlas van Stolk.' In het Schielandshuis te Rotterdam; t/m 28 juni

Boeken

Jacques Dane (red.) '1648, Vrede van Munster, feit en verbeelding.' Waanders, 231 blz., ƒ 55 (museumeditie) en ƒ 75(handelseditie)

Simon Groenveld: 'De Vrede van Munster, afsluiting van de Tachtigjarige Oorlog.' Sdu 82 blz., ƒ 14,50

Ook werd een cd-rom uitgebracht die aan de hand van 400 objecten zeer instructieve informatie over de Vrede van Munster biedt. Prijs ƒ 49. Onder andere verkrijgbaar bij museum Het Prinsenhof.