BJP-kabinet India wantrouwt buitenland

De winnaar van de recente Indiase parlementsverkie- zingen, de Bharatiya Janata Party (BJP), wil met name op economisch terrein een nationalistischer beleid gaan voeren. Sommige buitenlandse bedrijfsma- nagers maken zich zorgen. Anderen geloven dat het zo'n vaart niet zal lopen.

NEW DELHI, 21 MAART. Alsof het afgesproken was plaatste het familierestaurant McDonald's enkele dagen geleden een grote gele M op het dak. Het was uitgerekend de week waarin president Narayanan de winnaar van de parlementsverkiezingen, de Bharatiya Janata Party (BJP), vroeg een nieuwe regering te vormen. Wat extra reclame kon geen kwaad, vond de restaurant-manager op M-Block Market, een winkelpleintje in het zuiden van New Delhi. Nee, het had niets te maken met de nationalistische BJP-wind die de komende tijd over de Indiase economie zal waaien. “Wij zijn niet zo bang voor die BJP. Bovendien krijgt niemand McDonald's meer uit India weg”, zegt de manager. “Die tijd is voorbij.”

Niet bekend

Toch vragen sommige Indiërs zich bezorgd af of het nog lang zo zal blijven. Ook het internationale bedrijfsleven kijkt met veel argwaan naar de politieke ontwikkelingen in India. Eén van de grote vragen is in hoeverre de BJP en zijn coalitie van dertien regionale partijen de weg naar economische liberalisering en globalisering zal voortzetten. De eerste stappen hiertoe werden gezet onder oud-premier Narasimha Rao in 1990, nadat Indiase regeringen decennialang een conservatieve, socialistische economische politiek hadden gevoerd; Rao's beleid werd voortgezet onder zijn opvolgers H.D. Deve Gowda en I.K. Gujral.

De Bharatiya Janata Party (Indiase Volkspartij) zegt de economische liberalisering te willen voortzetten, maar zal de rode loper niet uitleggen voor buitenlandse ondernemingen. Met gepeperde nationalistische uitspraken probeert de BJP alles wat niet-India's is, en er niet per se hoeft te zijn, buiten de deur te houden. Swadeshi is het motto: zelfredzaamheid, ofwel economisch nationalisme. De hoeksteen van elk economisch initiatief onder de BJP zal bescherming van de eigen markt en van Indiase bedrijven zijn. Op de lange termijn, vindt de partij, leveren buitenlandse investeringen India geen winst op. In tegendeel, Indiase bedrijven zijn bang dat de markt wordt overspoeld door buitenlandse ondernemingen die veel meer technologische kennis in huis hebben en veel kapitaalkrachtiger zijn dan zij.

De nieuwe minister-president, de 71-jarige Atal Behari Vajpayee, is één van de gematigde leden van de BJP. Bij zijn kabinetsformatie, gisteren, hield hij een schuin oog gericht op het buitenlandse kapitaal dat India hard nodig heeft om de teruglopende economie op te fleuren. Premier Vajpayee benoemde de gematigde Yashwant Sinha tot minister van financiën, die wordt beschouwd als een voorstander van liberalisering en openheid. “Doordat de BJP in zijn coalitie met zoveel andere partijen te maken heeft zijn de scherpste kantjes er wel vanaf”, zegt een buitenlandse econoom in Bombay, India's financiële hoofdstad.

De BJP is echter wel degelijk van plan buitenlandse bedrijven zo veel mogelijk buiten de deur te houden, zo bleek donderdag toen Vajpayee zijn economische plannen toelichtte in het regeringsprogramma. “Onze economische politiek zal uitgaan van het principe dat India moet worden gebouwd door de Indiërs”, zei hij. Alleen voor de ontwikkeling van de infrastructuur, de aanleg van havens, wegen, vliegvelden en energieprojecten zijn buitenlandse investeringen welkom, aldus Vajpayee. Buitenlandse investeerders in sectoren die “geen prioriteit” hebben kunnen beter blijven waar ze zijn, zo is de boodschap van Vajpayee.

“De economische situatie is verre van bevredigend”, zei minister Sinha toen hij gisterochtend arriveerde op zijn departement in North Block in het hart van New Delhi. De groei van de Indiase economie daalde het afgelopen jaar van 7,5 procent tot iets meer dan 5 procent als gevolg van een lusteloze kapitaalmarkt en een kwetsbare rupee. De BJP-regering gaat uit van een economische groei van 7 tot 8 procent per jaar. “Mijn voornaamste taak is de economie terug op de rails te krijgen”, aldus Sinha.

De Indiase rupee verloor het afgelopen jaar een kleine tien procent van zijn waarde ten opzichte van de dollar; de koers van de munt schommelt al enkele maanden rond de 39.50. De economische crisis in Zuidoost-Azië ging daarmee voor het grootste deel aan India voorbij, mede dankzij het ingrijpen van de centrale bank én het protectionistische economische beleid uit het verleden. Amerikaanse dollars stromen India veel minder gemakkelijk binnen dan de landen in Zuidoost-Azië; de financiële markt is streng gereguleerd, vergelijkbaar met China; buitenlandse valutaleningen van enige omvang moeten worden goedgekeurd door de centrale bank; alleen bedrijven die harde valuta terugbrengen in India komen in aanmerking voor dollarleningen; goedkope korte-termijnleningen zijn nauwelijks mogelijk.

Wat de BJP en zijn partners precies zullen doen is nog onduidelijk. “Het probleem is dat ze met zoveel verschillende stemmen spreken”, zei scheidend minister van financiën Chidambaram vorige week.

Volgens het verkiezingsprogramma zal de BJP zich vooral storten op de eigen landbouwproductie. Omdat zo'n driekwart van de Indiase bevolking op het platteland woont moet die sector de economie trekken, vindt de partij. Zo'n zestig procent van de nationale uitgaven moeten uiteindelijk in de velden, de boomgaarden en op de plantages terechtkomen.

Globalisering blijft een woord dat de nationalistische partij maar moeilijk kan uitspreken. De opening van het land zal zo worden gecontroleerd dat de Indiase industrie zeven tot tien jaar de tijd krijgt om te integreren met de wereldeconomie. De behoudende economische politiek wordt vooral ingegeven door de angst dat buitenlandse bedrijven India gebruiken als melkkoe: geld dat in India wordt verdiend verdwijnt gemakkelijk naar het buitenland. “Onzin”, zegt Jairam Ramesh van de Congrespartij, nu in de oppositie. “Hoeveel grote Indiase bedrijven houden hun winsten binnenslands?” Andere economen wijzen op de blijvende achterstand die de Indiase industrie zal oplopen als buitenlands geld en buitenlandse technologie buiten de deur worden gehouden. Door economisch egocentrisme dwingt India zichzelf steeds opnieuw het wiel uit te vinden, menen zij.

    • Rob Schoof