Archeologie uit de lucht; RADARBEELDEN BIEDEN NIEUWE GEGEVENS TEMPELCOMPLEX ANGKOR VAT

DAT ARCHEOLOGIE en moderne technologie goed te combineren zijn, bewijst Elizabeth Moore van de University of London's School of Oriental and African Studies. Zij werkt sinds drie jaar samen met het Jet Propulsion Laboratory (JPL) van de NASA. Een door JPL ontwikkeld 'radar imaging system' (AIRSAR) verzamelt gegevens die Moore gebruikt om het oude tempelcomplex Angkor Vat in Cambodja zeer gedetailleerd in kaart te brengen.

Het door UNESCO tot wereldmonument uitgeroepen Angkor Vat is de grootste van een reeks van honderd tempels die tussen 879 en 1191, op het hoogtepunt van de Khmer-beschaving, werd gebouwd. Vanuit de grote vesting Angkor regeerden de Khmer-koningen over een enorm domein dat zich uitstrekte van het huidige Zuid-Vietnam tot Yunnan in China, en westelijk tot aan de Golf van Bengalen. De ruïnes die vandaag nog te zien zijn, meer dan honderd in totaal, zijn de religieuze resten van een sociaal en administratief complex waarvan de andere gebouwen - paleizen, openbare gebouwen en huizen - alle van hout waren en al lang zijn vergaan.

De onderzoeksgegevens zijn in december 1996 door een NASA-vliegtuig (een DC-8) verzameld. De Airborne Synthetic Aperture Radar (AIRSAR) vergaarde tal van hydrografische en topografische data die zijn bewerkt tot zogenoemde 'vocht'- en 'vegetatie-beelden'. Tevens werden met een interferometer (een apparaat dat werkt op basis van interferentie) digitale hoogte-modellen van het landschap gemaakt. Moore: “Dit mozaïek van gegevens plaatst de vindplaats in een bredere en meer gedetailleerde geografische context en biedt daarmee allerlei mogelijkheden om verschillende modellen te maken van de resten van Angkor en zijn directe omgeving. Het op deze wijze interpreteren van radar-reflecties heeft mijn inzicht in de oorsprong, ontwikkeling en omvang van Angkor fundamenteel gewijzigd.”

Tijdens haar veldwerk, afgelopen december, heeft Moore een aantal van de door de radar gedetecteerde plaatsen bezocht. Een van deze plekken was een verhoging aan de zijkant van de wal waarop Angkor Vat in de 12de eeuw is gebouwd en die volledig door vegetatie was bedekt. Volgens Moore betreft het resten van een deel van de stad uit de tiende eeuw, die bekend stond onder de naam Kapilapura. Franse archeologen hebben daarover reeds aan het begin van deze eeuw inscripties ontdekt op resten van het tempelcomplex. Moore: “Het belang van de ontdekking is tweeledig. Allereerst bewijst het dat bewoning en religieuze activiteiten in Angkor al vroeger dan in de 12de eeuw plaatsvonden. Daarnaast is het duidelijk dat radar-topografie in staat is geringe verhogingen in het vlakke landschap te detecteren waarmee het de basis legt voor het ontwikkelen van nieuwe inzichten over de structuur en ontwikkeling van de stad.”

De JPL-gegevens verhelderen ook oude vermoedens over de waterhuishouding van Angkor. Men dacht bijvoorbeeld dat het tempelcomplex oorspronkelijk werd omringd door een grote, hoekige gracht, maar de radaropnames hebben hiervoor geen enkel bewijs geleverd. Ook de ontdekking van de Kapilapura-heuvel zet vraagtekens bij de algemeen geaccepteerde structuur van de stad omdat de heuvel precies in de gracht zou komen te liggen als die er geweest zou zijn.

Een ander onderzoeksgebied betreft de 'paleo-hydrologie' van Angkor, iets waarover al jaren gediscussieerd wordt. Het gedetailleerde hoogte-model dat de radar leverde, verwijst naar sporen van oude riviergeulen die de plek zijn aantrekkelijke aanzicht gaven in de 10de eeuw, toen de Khmer hoofdstad van Hariharalaya naar 'Angkor' (stad) verplaatst werd. Tal van door mensen veroorzaakte veranderingen in het landschap, zowel rechtlijnig als cirkelvormig, doemen op in de noordelijke regionen van de radarbeelden. Jammer genoeg liggen veel daarvan in politiek en sociaal onrustige gebieden en zijn daardoor vooralsnog onvoldoende toegankelijk. Moore en haar collega's van de NASA kunnen echter voorlopig nog vooruit met onderzoek en interpretatie van hun gegevens.