Wim Kok de lijnkeeper

Pieter Klein & Redmar Kooistra: Wim Kok. Het taaie gevecht van een polderjongen. Prometheus, 253 blz. ƒ 29,90

De ondertitel heeft de glans van een jongensboek. 'Het taaie gevecht van een polderjongen'. Wat zou het zijn: heroïek à la Hansje Brinkers of nieuwe avonturen van de Kameleon?

Helaas, het levensverhaal van Wim Kok: wél interessant, maar niet spannend. Bovendien, grotendeels ook bekend. En waar het spannend kan worden, houdt Kok als een very private person het slot op de mond. Want, Wim Kok is een minimalist. Doe-maar-gewoon-dan-doe-je-al-gek-genoeg. Hollandser kan het niet, saaier ook niet. 'Ik ben een brave idealist', heeft hij wel eens van zichzelf gezegd.

Hij onderhoudt geen geheimzinnige relatie met de macht, heeft geen streken en is ook geen visionaire man. Wim Kok is vooral aanpakken, doorzetten en volhouden. Resultaatgericht en zonder franje. Misschien dat het daarom zo lang heeft geduurd voor de man, die zo veel jaren leider was van de vakbeweging en inmiddels alweer zoveel jaren leider is van de PvdA, een eigen biografie kreeg.Een boek schrijven over Kok leek lang zoiets als een koelkast verkopen op de Noordpool.

Pieter Klein en Redmar Kooistra, redacteuren van het Algemeen Dagblad, hebben Kok een mooi profiel gegeven. Ze zetten hem neer als een man met een missie: inderdaad de polderjongen, die schrijnende armoede en akelige werkloosheid heeft gekend en die het scheppen van werk het belangrijkste vindt wat er is. Welke politicus wil dat niet, een missie hebben? Kok zou de term zelf waarschijnlijk nooit in de mond nemen, maar terugkijkend op zijn loopbaan noemt hij wel als de grote constante: werk, werk, werk.

De missie die de auteurs Kok toedichten is betrekkelijk. De verdienste van hun biografie is misschien wel dat zij de toevalligheid in de loopbaan van Kok blootleggen. Hij droomde ervan journalist te worden, correspondent in Rome zelfs, maar kwam na zijn opleiding aan 'Nijenrode' (inclusief korte flirt met het liberalisme) te werken bij de handelsonderneming Sembodja Malaja in Amsterdam.

Via zijn schoonvader kwam Kok bij de vakbeweging, een wereld die hij van huis-uit wel kende, maar niet hartstochtelijk had gezocht. Met de politiek was het al niet anders. Verschillende keren had Joop den Uyl hem gepolst en even zo vaak had hij afgehouden. Bijna was hij in 1985 al burgemeester van Groningen toen Den Uyl hem alsnog overhaalde Kamerlid en daarmee diens opvolger te worden.

Ook zijn premierschap is eerder toevallig dan voorzien. Weliswaar ging Kok in '94 'voor goud', maar zijn partij verloor bij de verkiezingen niet minder dan 12 zetels. Door geklungel van CDA-leider Brinkman kwam Kok in de positie van informateur en kon hij een paarse coalitie - die hij al evenmin had gezocht - tot stand brengen.

De biografie suggereert dat het er bij die beslissende episode in de formatie heel anders aan toeging. De PvdA-fractie zou weloverwogen en nadrukkelijk hebben aangestuurd op het informateurschap van Kok. Dat is nieuw, alleen is het jammer dat Klein en Kooistra dit niet met bronnen staven. Aan Kok was destijds in ieder geval niet te merken dat hij het informateurschap had afgedwongen, hij wekte bij zijn eerste optreden eerder de indruk dat het hem was overkomen.

De verdienste van Kok is dat hij de PvdA heeft hervormd. Al was het lang niet altijd voor iedereen duidelijk hoe hij leiding gaf. 'Wat wil Wim?', was in zijn eerste jaren als fractieleider in de Tweede Kamer een veelgehoorde verzuchting.

Inderdaad, Kok is geen man die voorop loopt. De voetbalfan Kok kan misschien nog het best getypeerd worden als een lijnkeeper: hij komt pas zijn doel uit als er geen verdediger meer voorhanden is in het strafschopgebied. Maar dan treedt hij ook effectief op. Zo zei hij bij zijn aantreden als PvdA-leider dat 'de luiken open moesten', maar was het daarna partijvoorzitter Rottenberg die de vernieuwing leidde, waarna Kok zelf het radicale verleden afsloot met zijn publieke bekentenis dat het goed was dat de PvdA zijn ideologische veren had afgeschud.

Afwachtend was hij ook in zijn moeilijkste moment in de politiek, het verzet van zijn partij tegen de ingrepen in de WAO in '91. Kok wist niet hoe hij verder moest en riep uiteindelijk op advies van niemand minder dan Jan Pronk een buitengewoon congres bijeen. Daar maakte hij vervolgens zonder omwegen zijn eigen positie tot inzet. Wederom op het laatste moment.

Kok, de minimalist, houdt niet van franje. Zozeer dat hij bij zijn vertrek bij de vakbeweging een koninklijke onderscheiding weigerde. Grappig voor een man, die inmiddels wekelijks met de koningin overlegt en die vorig jaar bij de geboorte van het Republikeins genootschap zei dat hij een uitnodiging uit die kring 'met een rotvaart in de prullenbak zou donderen'. Plus royaliste que le roi, maar wel zonder eretekens.

Toen twee jaar geleden, na decennia van gechicaneer, de herziening van het decoratiestelsel werd doorgevoerd en koninklijke onderscheidingen 'democratischer' werden toegekend, vroeg ik Kok of dat geen stille revolutie was. 'Wat revolutie, afschaffen van de lintjes zou pas revolutie zijn', zei de zittende minister-president. Voor hem hoefde deze 'flauwekul' niet. Ziedaar het klasse-instinct van een 'rooie' polderjongen.

Kok staat dezer dagen voor zijn finale, zeggen zijn biografen. Hij heeft de PvdA van een eerst te radicale en later onmachtige oppositiepartij omgevormd tot een natuurlijke regeringspartij. Maar hoeveel partij is de PvdA inmiddels nog en met wie kan zij regeren? De PvdA is als organisatie uitgeleverd aan zijn leider en Kok zelf is min of meer de gevangene van 'Paars'. Wie wil weten, hoe hij straks zal opereren, die denke aan die grote constante in zijn loopbaan: eerst afwachten.