Wijers zet energiesector onder druk

DEN HAAG, 20 MAART. Minister Wijers (Economische Zaken) en de Tweede Kamer hebben de elektriciteitssector onder zware druk gezet om snel een compromis te sluiten over de fusie van de vier regionale stroomproductiebedrijven.

Bij de behandeling van de nieuwe Elektriciteitswet in de Tweede Kamer liet de minister gisteren blijken zijn financiële bijdrage aan de fusie te zullen herzien als niet snel een evenwichtig compromis wordt gesloten. Wijers acht samengaan van de Nederlandse productiebedrijven van groot belang voor een steviger concurrentiepositie op de vrije Europese energiemarkt. Zijn wetsvoorstel vertaalt de Europese richtlijn over liberalisering van de stroommarkt in de Nederlandse regelgeving.

Op 5 maart sloten de aandeelhouders van het 'Grootschalig Productiebedrijf' (GPB) - dat moet ontstaan uit een fusie van de vier regionale bedrijven EPON in het noorden, UNA (Utrecht en Noord-Holland), EZH (Zuid-Holland) en EPZ (Zuid-Nederland) - een akkoord over de fusiedocumenten. Definitieve instemming hing toen nog af van de uiteindelijke tekst van de Elektriciteitswet en belangrijke financiële details die te maken hebben met de machtsverhouding tussen aandeelhouders en GPB.

Aandeelhouders zijn de grote regionale energie-distributiebedrijven. Die willen niet alleen stroom afnemen van het toekomstige GPB, maar ook met dit bedrijf concurreren door zelf zoveel mogelijk stroom op te wekken in warmte/krachtcentrales. Bovendien willen ze goedkoop buitenlands aardgas importeren, dat ze aan het GPB leveren om er voor hun stroom van te maken. De omvang van deze 'verstromingscontracten' en de prijs die het GPB krijgt voor de productie behoren nu tot de laatste hobbels in het fusie-overleg.

“Wij zullen niet toestaan dat het GPB financieel wordt leeggeplukt”, zei ir. L. van Halderen, voorzitter van het directieberaad van de vier fusiepartners gisteren. Hij was naar Den Haag gekomen om het Kamerdebat bij te wonen. “De contracten moeten marktconform zijn. Uitgangspunt in ons ondernemingsplan is dat deze contracten zowel de aandeelhouders als het GPB voordeel brengen. Als dat niet lukt, gaan onze directies niet akkoord met de fusie.”

Van Halderen gaat ervan uit dat op “zeer korte termijn overeenstemming kan worden bereikt, want de distributiebedrijven hebben belang bij een sterk productiebedrijf, zoals voor ons een goede relatie met onze belangrijkste afnemers essentieel is.”

In de nieuwe Elektriciteitswet zijn naast de liberalisatie van de stroommarkt ook de randvoorwaarden voor de fusie geregeld. Minister Wijers wist gisteren instemming van een grote meerderheid in de Kamer voor zijn wetsvoorstel te vergaren. Behalve de fracties van de paarse coalitie (PvdA, VVD en D66) zegden ook het CDA en de drie kleine christelijke partijen RPF, GPV en SGP steun toe bij de stemmingen die volgende week dinsdag worden gehouden.

GroenLinks en de Socialistische Partij gaan niet akkoord. Zij vinden dat het nutskarakter van de energievoorziening in het systeem van marktwerking te veel verwatert en zien onvoldoende garanties voor milieuvriendelijke productie en voldoende duurzame energie. De Ouderenpartijen en de Centrum-Democraten deden niet mee aan het debat.

Wijers nam een groot aantal amendementen van Kamerleden over en kwam de fracties ook tegemoet door zelf zijn wetsvoorstel op onderdelen aan hun wensen aan te passen. De Kamer vreest dat de gewenste energiebesparing zal achterblijven zodra de stroomsector wordt gedreven door marktwerking.

Omdat de coalitie het niet eens kon worden over een heffing op het transport van elektriciteit voor dat doel, voegde Wijers de mogelijkheid in van verhoging van de Regulerende Energie Belasting ('ecotax'). Hij kreeg de VVD mee omdat hij beloofde dat de bestaande MAP-toeslag (Milieu Actie Plan van de distributiebedrijven) dan zal vervallen.