Valutamarkt ligt aan de ketting

Op weg naar de Economische en Monetaire Unie lijken de monetaire autoriteiten de speculanten onder de duim te hebben.

YORK, 20 MAART. Het monster zwijgt. Terwijl de ministers van financiën en de centrale-bankpresidenten van de Europese Unie dit weekeinde in het Britse York informeel praten over de resterende hobbels op weg naar de Economische en Monetaire Unie, ligt de valutamarkt, de grootste bedreiging, stevig aan de ketting.

Dat is een noviteit in de aanloop naar Europa's monetaire integratie. Nog maar kort geleden konden handelaren en beleggers in Europa munten maken of breken. In 1992 joeg een speculatiestorm het pond sterling en de Italiaanse lire uit het Europese Monetaire Stelsel, waarin de munten van de EU-landen aan elkaar waren gekoppeld. Een nieuwe aanval van de valutamarkt blies het wisselkoersstelsel een jaar later zo goed als op. De macht van de markt bleek indrukwekkend: een officiële becijfering van de internationale valutahandel onthulde in 1995 dat de omzet daar een ontzagwekkende 1.300 miljard dollar per dag bedroeg. De deviezenreserves van centrale banken, die kunnen worden ingezet om de koers van munten te verdedigen, verbleekten daarbij.

Nu, aan de vooravond van het cruciale besluit in mei welke landen mogen deelnemen aan de muntunie, zijn de rollen omgedraaid. De valutahandel gelooft dat de koersen die de Europese munten nu officieel tegenover elkaar hebben, ook de koersen zullen zijn waarin de munten opgaan in de euro. Mochten er nog munten zijn die worden gerevalueerd ten opzichte van de andere - gisteren gonsde het van de geruchten over een hogere instapkoers voor de Italiaanse lire - dan zal het initiatief daarvoor van de EU-politici uitgaan. Het door de handel zelf met speculatief geweld bewerkstelligen van andere koersen, dat vijf jaar geleden nog zo gemakkelijk ging, blijkt nu zo goed als onmogelijk. De Europese centrale banken, die een paar jaar geleden nog een verloren strijd leken te strijden tegen de macht van de markt, hebben de valutahandel volgens betrokkenen in een ijzeren greep. “Je ziet ze overal optreden tegen ongewenste koersfluctuaties, elke dag”, zegt een bankier. De koersgrafieken van de gulden tegen de franc, franc tegen mark, of mark tegen peseta zijn daardoor goeddeels veranderd in horizontale strepen. Leven zit er nog in het Britse pond, dat niet met de muntunie meedoet. Voor het overige zitten op de termijnmarkt de Europese wisselkoersen koersen per 1999 muurvast, met alleen nog oneffenheden voor de lire en het Ierse pond.

Hoewel ook De Nederlandsche Bank met regelmaat op de markt wordt gesignaleerd, zijn de Banque de France, de Bundesbank en de centrale banken van Italië en Spanje zijn het meest actief met directe aan- en verkopen en termijntransacties. Integraal deel van de greep waarin zij de markt houden is een actieve dollar-strategie.

Pagina 13: Minder 'flitsgeld'

Fluctuaties van de dollar tegenover de Duitse mark zorgen van oudsher voor wisselkoersschommelingen tussen de Europese munten onderling. Dat mag even niet van de Europas centrale bankiers.

Hoewel het dollarhandel het grootste en voor centrale bankiers minst grijpbare deel van de markt uitmaakt, signaleert een handelaar dat de koers van de dollar al sinds begin dit jaar binnen nauwe marges fluctueert. “Ik dacht niet dat dit mogelijk was, maar het gebeurt.” Hij gaat er van uit dat deze ongewone rust aan het dollar-front zeker tot het eerste weekeinde van mei duurt, wanneer wordt besloten welke landen deelnemen aan de muntunie in 1999.

De Mexicaanse peso-crisis in 1995 zorgde voor grote onrust op de Europese valutamarkt, de Azië-crisis van nu veroorzaakte nog geen rimpel. De speculatie in de valuta's die per 1999 in de euro opgaan is, negen maanden voordat hij officieel het leven laat, al op sterven na dood. Alleen daadwerkelijke transacties, van bedrijven en beleggers die andere Europese valuta's nodig hebben voor hun dagelijkse nering, bepalen de omzetten nog.

Het bewerkstelligen van de rust op de valutamarkt wordt een handje geholpen doordat er geen verassingen worden verwacht in de economische vooruitzichten in de drie machtsblokken, de VS, de muntunie-in-spé en Japan. Dringende redenen voor valutaschommelingen zijn er daarom even niet. En de markt zelf lijkt gaandeweg te zijn veranderd. Vijf jaar geleden was het de handel voor eigen rekening en risico door een flink aantal banken die de koersbewegingen beheerste. Nu is het aantal banken door een concentratiegolf fors teruggedrongen, en is de aansturende rol op de valutamarkt verschoven naar grote particuliere beleggingsfondsen. Het gevolg is dat niet alleen bij de Europese valuta's, maar wereldwijd de omzetten aan het slinken zijn. Een ervaren bankier zegt dat de 1.300 miljard dollar aan omzet per dag nu bij lange na niet meer wordt gehaald. De helft, zo schat hij de omzetten nu in.

Dat wil geenszins zeggen dat de hoogtijdagen van de valutahandel over zijn. Als de EMU eenmaal in de steigers staat, is er ook geen reden meer voor de centrale banken om hun ijzeren greep te handhaven. En niemand weet wat de komst van de euro zal veranderen in de loop van de enorme geldstromen die dagelijks over de aardbol gaan. Rust op het valutafront doet veel bedrijven er van af zien om hun valutarisico's af te dekken. Terugkeer van de onrust brengt daarom een onevenredig groot aantal transacties op gang, omdat iedereen haastig terugkeert om zijn risico's alsnog af te dekken. De markt heeft zich voor even laten temmen. Het monster gromt, en schikt zich in zijn lot.