Tristan en Isolde in een bootje

Voorstelling: Tristan und Isolde van R. Wagner door de Vlaamse Opera o.l.v. Silvio Varviso. Decor en kostuums: Wolfgang Gussmann; regie: Willy Decker. Gezien: 18/3 Opera Gent. Herhalingen aldaar: 21, 25/3; KVO Antwerpen: 1, 4, 7, 10, 13/3.

“Niets in Tristan is traditioneel of gewoon; ook nu nog is het stuk uitdagend en irritant door zijn revolutionaire ongehoordheid en radicaliteit. Met dit werk zijn begrippen verbonden als geheimzinnig, onwerkelijk, mysterieus, ontzaglijk, onbegrijpelijk, donker, metafysisch, duizelingwekkend, morbide... Reeds de eerste maten van de muziek slepen de toehoorder onverbiddelijk mee in de fundamentele stemming van het stuk - het ongrijpbare, het vage, een onopgelost verlangen - vragen zonder antwoord.”

Zó beschrijft regisseur Willy Decker de problemen bij zijn enscenering van Wagners Tristan und Isolde. De voorstelling, die vorig jaar in Leipzig ging, is nu te zien bij de Vlaamse Opera. Decker, in Amsterdam de regisseur van indringende voorstellingen van Werther en Wozzeck (volgende maand daar weer in reprise), biedt geen oplossing voor de door hem gesignaleerde problemen van Tristan und Isolde. De voorstelling biedt nauwelijks meer dan het kale verhaal, dankzij de boventitels woord voor woord te volgen.

Tristan doodde Merold, de verloofde van Isolde. Zijn wilde hem wreken, maar faalde daarin aanvankelijk - ze kon hem niet doden. Terwijl Tristan Isolde per schip naar haar toekomstige bruidegom koning Marke brengt, wil zij samen met hem een doodsdrank drinken. In plaats daarvan geeft Brangäne hun een liefdesdrank, maar het resultaat is hetzelfde: Tristan en Isolde gaan volkomen in elkaar op, levend zijn ze dood voor de wereld. Tristan laat zich door Melot dodelijk verwonden, ook Isolde sterft - een liefdesdood.

Hoe kan Decker voor Tristan ook met oplossingen komen als hij 'de oervraag' beschrijft als 'de vraag naar de werkelijkheid - wat is werkelijk?' Isolde vraagt: 'Waar zijn wij?' Tristan vraagt 'Waar ben ik?' In dit geval is het ook: wat is theatrale werkelijkheid? Het decor van Wolfgang Gussmann duidt enkele thema's aan: het scheepje van Tristan, daaronder in geschilderde golven het water dat zich aan weerszijden hoog boven Tristan en Isolde voortzet. De eerste acte is blauw, de tweede - met het eindeloos lange liefdesduet O sink' hernieder Nacht der Liebe - is lentegroen, de derde acte is zwart. Tristan en Isolde hebben zich, als een variant op Oedipus en Jokaste, na hun ontmaskering als gelieven de ogen doorgesneden.

Het is eenvoudige symboliek, al te eenvoudig, gecombineerd met het naïeve realisme van het bootje. In de eerste acte vaart het, in de tweede zingen Tristan en Isolde daarin staande roeiend hun liefdesduet, in de derde acte is het bootje gestrand: Tristan en Isolde sterven daarin. Bij mij riep het alleen hinderlijke banale associaties op: het huwelijksbootje op woelige baren, het bootje dat strandt, roeien met de riemen die je hebt.

Vooral op Tristan-vertolker Louis Gentile is dat laatste van toepassing: hij doet erg zijn best, maar een echte Tristan is hij niet. De andere rollen zijn veel beter bezet. Luana DeVol is een krachtig zingende, vaak roerende Isolde. Hans Tschammer (een koninklijk wijze Marke), Petra Lang (Brangäne), Oskar Hillebrandt (Kurwenal) en Henk Vonk (Melot) zijn voortreffelijk. Silvio Varviso leidt in langzame tempi een goed spelend orkest met een open klank.

De altijd sterke innerlijke spanning, die Decker faam bezorgde, ontbrak bij deze door Sven Nielsen ingestudeerde voorstelling. Ik verlangde erg terug naar de destijds heftig omstreden en inmiddels legendarische Tristan die regisseur Jürgen Gosch elf jaar geleden in het Amsterdamse Muziektheater presenteerde: leeg, zwart, de personages slechts gehuld in los omgeslagen lakens. Dat was Tristan exact zoals Decker die beschrijft: uitdagend, irritant en radicaal.