Tien geboden, dertien ongelukken; Postume roman van I.B. Singer

Isaac Bashevis Singer: Shadows on the Hudson. A Novel. Uit het Jiddisch in het Engels vertaald door Joseph Sherman. Farrar Strauss Giroux, 548 blz. ƒ 66,60

'Waar waren ze, de zes miljoen die de Nazi's - mogen hun namen worden uitgewist - hadden verbrand, vergast, opgehangen en gemarteld? Waar de moordenaars waren was duidelijk: ze zaten in cafés in Duitsland, dronken bier en klopten zich op de borst over hun gruweldaden. Duitsland werd wederopgebouwd. Amerika stuurde miljarden.' Deze sombere gedachte van de orthodoxe jood Boris Makaver geeft de stemming onder veel naoorlogse joden goed weer. In Shadows on the Hudson, een postuum verschenen roman van Isaac Bashevis Singer, hebben alle personages zonder uitzondering familie en vrienden verloren in de kampen of ze zijn zelf ternauwernood aan de dood ontsnapt. Allen wonen en werken in New York in de tweede helft van de jaren veertig en ze zijn bitter en cynisch. Niet alleen door de gruwelen die in Duitsland plaatshadden maar ook door wat bekend is over Stalin. In de tien jaar tussen de handeling en het moment dat Singer zijn feuilleton schrijft is in de VS bovendien een jacht op communisten en sympathisanten uitgebroken. Die wetenschap gebruikt Singer om enerzijds te tonen dat men in het westen naïef staat tegenover het communisme maar ook om te laten zien dat het in de filmwereld eerder mode was dan gezond verstand om communist te zijn.

Voor veel joden in zijn verhaal zijn de zekerheden van het geloof niet meer voldoende. Voor professor Shrage en Stanislaw Luria is het een reden om zich tot het spiritisme te wenden en hun echtgenotes op te roepen in een séance. Voor de effectenmakelaar Hertz Grein betekent het ontbreken van de oude zekerheden dat andere verleidingen te groot worden om niet aan toe te geven. Het huwelijk met zijn vrouw Leah is een sleur geworden en hij heeft een maîtresse die Esther heet. Dan wordt hij echter ook nog verliefd op Anna, Boris Makavers dochter en de vrouw van Luria, en loopt weg met haar naar Florida. Ieders leven lijkt ontregeld door de enorme kater van de Tweede Wereldoorlog.

Singer schreef Shadows on the Hudson in 1957 en 1958 en het verhaal verscheen als feuilleton in de Amerikaanse krant The Forward. De auteur publiceerde voortdurend in feuilletonvorm en na zijn dood in 1991 zijn er al vier romans (Scum, The Certificate en Meshugah) uit de Forward opgediept. Shadows on the Hudson, nummer vier, is veruit de belangrijkste roman van die postume reeks en ook de grootste. Door moeilijkheden met vertalers heeft het tot nu geduurd voor de in het Jiddisch geschreven roman in het Engels kon verschijnen. De schrijver kreeg in 1978 de Nobelprijs voor literatuur, voornamelijk vanwege zijn epos De Familie Moskat (1954). Met terugwerkende kracht kan ook Shadows on the Hudson worden opgevoerd als een belangrijk werk in zijn oeuvre en voor zover nog noodzakelijk een reden voor het toekennen van de Nobelprijs.

Het verhaal begint met een bijeenkomst ten huize van Boris Makaver. In enkele fragmenten - elke feuilletonaflevering had kennelijk een vaste lengte - introduceert Singer een tiental personen die in de roman ongeveer twee jaar worden gevolgd. Ze gaan vreemd, ze werken, ze schreeuwen tegen elkaar, ze bezoeken een séance, ze drinken, vluchten en sterven. Er wordt vooral veel gepraat. De schrijver moest door de vorm waaraan hij gebonden was zijn verhaal levendig houden en de spanning erin houden. Singer doet dit met behulp van felle dialogen, drama, piepkleine cliffhangers - alle middelen die een schrijver ten dienste staan.

Enkele scènes in Florida zullen elke lezer bijblijven. Als Hertz Grein met Anna wegloopt en naar Florida gaat, komen ze daar in een pension toevallig mevrouw Katz, de buurvrouw van Grein in New York, tegen. Zij wil precies weten hoe de vork in de steel zit en stoort zich er niet aan dat de situatie delicaat is. Heel het pension kan meegenieten. Anna wil er niet langer blijven en komt terug met versterking: Florence Gombiner. Florence is een volkse vrouw die Anna wel even zal helpen. Haar wapens zijn een scheur van-heb-ik-jou-daar en de onverhoedse aanval. Eens te meer laat het zien tot wat Singer in staat is. De diepe wanhoop van een Holocaust-overlevende beschrijven beheerst hij net zo goed als een kluchtige scène in een pension. Na de pijnlijke gebeurtenis in het pension laat de schrijver Grein denken: 'De beste joden zijn vergast.' Het is maar een van de onafzienbare reeks bitterheden die de lezer om zijn oren krijgt. Sommige personages vergelijken zichzelf vol zelfverwijt met Hitler en Stalin, noemen deze wereld de onderwereld, verklaren de joodse godsdienst failliet of menen dat zij is ondergegaan met de generatie van hun vaders.

Veel van deze overwegingen vinden we terug in de gedachten van Grein. Op zeker moment houdt hij er drie vrouwen op na. Even denkt de lezer dat Singer hier eenzelfde verhaal vertelt als in de roman Vijanden. Een liefdesverhaal waarin ook een driehoeksverhouding voorkomt maar de schrijver gebruikt de verwikkelingen als les. Grein komt tot inkeer en keert terug naar zijn vrouw. Hij zegt weer gelovig te zijn geworden. Ook dat houdt hij niet vol en hij vlucht nu met zijn maîtresse naar een boerderij in Maine. Uiteindelijk weer religieus geworden belandt hij alleen in de jonge staat Israel. Bij wijze van epiloog op de roman lezen we een brief van hem aan zijn vriend Morris Gombiner waarin hij zegt: 'Men kan zich niet houden aan de Tien Geboden in een samenleving die zich er niet aan houdt.'

Hoeveel gewicht die brief ook krijgt als epiloog is een dergelijke uitspraak niet een les die Singer de lezer opdringt. Singer vertelt en gebruikt de hem vertrouwde elementen, zoals het spiritisme, de gebedsboeken en de citaten daaruit, herinneringen aan Polen en de zwakke mens die aan verleidingen blootstaat. Zijn verhaal is niet bitter of negatief maar wel melancholisch. Er is iets verloren gegaan dat nooit meer terugkomt, zo lijkt de schrijver te zeggen. Aan het eind van dit groots opgezette werk blijven er wat losse eindjes over die doen vermoeden dat de feuilletonschrijver onder grote druk stond tijdens het schrijven maar ook bij het afronden. Maar net als bij Perzische tapijten is een kleine onvolmaaktheid geen bezwaar, eerder een onuitgesproken boodschap van de maker dat hij geen God is.