Stalen kevers, verloren onschuld; John Irving en de literaire verbeelding

Een maand eerder dan in de rest van de wereld verschijnt in Nederland de nieuwe roman van John Irving. Het is een cadeautje van de Amerikaanse auteur aan zijn Nederlandse uitgever, die hem tijdens het schrijven wegwijs heeft gemaakt in de straten en de zeden van Amsterdam. Want 'Widow for One Year', het levensverhaal van een met het noodlot worstelende schrijfster, speelt zich deels af op de Amsterdamse Wallen. Een roman, in meer dan één opzicht, over het verlies van onschuld.

John Irving: A Widow for One Year. Ambo/Anthos, 523 blz. ƒ 49,50

Was het vier jaar geleden in A Son of the Circus nog de rosse buurt van Bombay die voor de couleur locale zorgde in John Irvings roman over moord, toeval en ontworteling, nu zijn het de straatjes rond de Oude Kerk en achter het Kattengat in Amsterdam. En hoewel de voornaamste personages in A Widow for One Year - zoals meestal bij Irving - Amerikanen uit New England zijn, zijn er belangrijke bijrollen weggelegd voor twee Amsterdammers van het uitstervende soort: een bijna gepensioneerde wijkagent, die de Wallen op zijn duimpje kent, en een Nederlands sprekende raamprostituee.

Voor een auteur die in interviews hoog opgeeft over de scheppende kracht van de verbeelding ('werkelijke personen beschrijven getuigt van gebrek aan fantasie') heeft Irving zich uitputtend gedocumenteerd. Met alleen schriftelijke informatie kon hij niet uit de voeten, hij kwam in de afgelopen jaren herhaaldelijk naar Amsterdam en sprak onder meer met agenten op Bureau Warmoesstraat, de ex-voorzitter van de hoerenvakbond De Rode Draad en een 72-jarige getuige-deskundige. Deze 'Tante Stien' vertelde in Het Parool van 13 maart hoe zij Irving (“een stuk was het, een spetter”) had voorgelicht “over hoe het vroeger was, allemaal veel aardiger, en hoe het nu is geworden.” Brigadier Joep de Groot zei in hetzelfde stuk dat de schrijver twee keer bij hem was teruggeweest: “Dan had hij hele vragenlijsten met alle mogelijke details. Hij ging dan met zijn horloge in de hand bepaalde afstanden nalopen (...) Nee, hij zal echt niet schrijven dat om vijf uur 's avonds de zon aan de even zijde van de Oudezijds Achterburgwal staat, zonder dat hij dat gecontroleerd heeft.”

Geen wonder dus dat Irvings beeld van de rosse buurt in A Widow for One Year authentiek aandoet. Anders dan bij de meeste buitenlanders die een verhaal in Amsterdam situeren, zul je hem niet betrappen op een spelfout in een straatnaam. Irving geeft een nauwkeurige beschrijving van het labyrint van smalle steegjes, donkere doorgangen, smalle peeskamertjes en ondergronds vertakte souterrains. Voor hem is het red-light district, waar alle nationaliteiten en sociale klassen aan weerszijden van de ramen bij elkaar komen, een proeftuin van wellust en geweld, de kernthema's van zijn oeuvre. Wat het vervallen centrum van Londen was voor zijn grote voorbeeld Charles Dickens - een microcosmos van het kwaad - is voor Irving in A Widow for One Year het gebied tussen het Oudekerksplein en de Korsjespoortsteeg, rond de Bloedstraat en de Dollebegijnensteeg.

Excentriek

De geest van Dickens is altijd vaardig geweest over het werk van John Winslow Irving (Exeter, New Hampshire 1942). Sinds hij dertig jaar geleden debuteerde met Setting Free the Bears schreef hij acht romans die zijn te beschouwen als moderne Amerikaanse pendanten van de Victoriaanse roman. Niet alleen omdat ze dik zijn en wemelen van de plotlijnen, of omdat ze zich op onnadrukkelijk moralistische wijze uitspreken over het kwaad in de wereld. Maar vooral omdat ze de lotgevallen van de hoofdpersonen als uitgangspunt nemen voor bredere maatschappelijke satire. Zo gebruikte Irving in The World According to Garp (1976) de fictieve biografie van een eigenaardige schrijver om te laten zien hoe de seksuele revolutie van de jaren zestig kon verkeren in een totale oorlog tussen de seksen. En in A Prayer for Owen Meany (1990) maakte hij een christus-achtige excentriek tot middelpunt van een magnifieke klaagzang over de verloren idealen van naoorlogs Amerika.

Buitenissige personages zijn Irvings handelsmerk. De miljoenen mensen die The World According to Garp hebben gelezen, herinneren zich de feministisch doorgeslagen verpleegster Jenny Fields ('The world is sick with lust') en de transseksuele football-speler Roberta Muldoon. Maar Irving is ook de schepper van Suzie the Bear, het mensenschuwe meisje uit The Hotel New Hampshire (1981) dat na een traumatische ervaring jarenlang rondloopt in een berenpak; van Dr Wilbur Larch, de aan ether verslaafde weeshuisdirecteur annex abortusarts uit The Cider House Rules (1985); en van Inspector Dhar, de bijschnabbelende Indiase acteur uit A Son of the Circus die ook buiten de studio alleen maar in filmtaal kan spreken.

Vergeleken met al deze marionetten van de alledaagse waanzin is Ruth Cole, de heldin van A Widow for One Year, een opmerkelijk normaal persoon. Misschien omdat ze zo overduidelijk gemodelleerd is naar haar schepper. Ruth is schrijfster, wereldberoemd door Irving-achtige zedenkomedies. Volgens de recensenten heeft ze 'het satirisch talent om een ongewone hoeveelheid maatschappelijke misstanden en menselijke zwakheden in één boek te te laten dansen' en 'om zoveel mogelijk contemporaine morele ellende in het leven van één personage samen te brengen.' Haar romans, over abortus en kinky sex, over dood en verderf, zijn controversieel van inhoud en negentiende-eeuws van stijl - en zo min mogelijk autobiografisch. Bij Ruth Cole regeert de verbeelding, alleen daarmee kan ze greep krijgen op de rotzooi in de wereld. Ze zou het dan ook helemaal eens zijn met de uitspraak die Irving een paar jaar geleden in deze krant deed: “De wereld is een chaos, maar iemand moet orde scheppen - en waarom niet de romanschrijver?”

Littekens

Orde zal er zijn in A Widow for One Year, dat in 500 dichtbedrukte pagina's en met een onstuitbare logica het wel en wee van een viertal personages beschrijft in de periode 1958-1995. Het verhaal van Ruth, een eenzame vrouw met bindingsangst en een verleden vol littekens, wordt in drie delen verteld ('Zomer 1958', 'Herfst 1990', 'Herfst 1995'), met veel sprongen in de tijd en met veel aandacht voor de belangrijke figuren die haar omringen. Behalve Ruths beeldschone moeder - die op een dag in de zomer van '58 met de noorderzon vertrekt - zijn dat haar vader en een zestienjarige jongen die in de zomervakantie klusjes opknapt in het huis van de Coles op Long Island. Ted Cole is een rokkenjagende kinderboekenschrijver die veel succes heeft met angstaanjagende prentenboeken als The Mouse Crawling Between the Walls en A Sound Like Someone Trying Not To Make a Sound. Eddie O'Hare is een bleue college-student die een gepassioneerde verhouding krijgt met de vrouw des huizes, maar evenals Ruth door haar in de steek gelaten wordt. Zijn leven lang zal Eddie relaties aanknopen met veel oudere vrouwen, maar die kunnen zijn verlangen naar Marion Cole niet wegnemen.

A Widow for One Year, dat is genoemd naar de hoofdpersoon van één van Ruths romans, is in veel opzichten een typisch Irving-boek. De intrige gaat letterlijk alle kanten op en het toeval speelt een grote rol, maar uiteindelijk worden alle losse eindjes, hoe onbelangrijk of absurd ze ook lijken, aan elkaar geknoopt. We ontmoeten bekende Irving-personages (overspelige echtgenoten, charmant-onschuldige kinderen, schrijvers in ontwikkeling) en herkennen situaties en motieven die in eerdere boeken een belangrijke rol speelden - of het nu een lustmoord is of een auto-ongeluk, aandacht voor sport (squash in plaats van worstelen!) of goed-gedoseerde running gags. Kniesoren zouden kunnen beweren dat Irving een ster is in literair recyclen. Maar ze krijgen lik op stuk van zijn hoofdpersoon, die met hetzelfde verwijt geconfronteerd wordt: 'Even in literature, if one likes something, what is the objection to repeating it?'

In de wereld volgens Irving is seks, of liever wellust, de drijvende kracht. En dus gaat het er in A Widow for One Year plastisch aan toe. Het boek begint met een coïtus a tergo, beschrijft tot in detail de bijna incestueuze verhouding tussen Marion en Eddie ('die zo op haar zoons lijkt'), gaat uitgebreid in op de veroveringen van de ouder wordende Ted, en richt de aandacht op masturbatie en voyeurisme. Het is wat je vroeger 'functioneel bloot' noemde, want niet alleen worden de personages deels gekarakteriseerd door hun seksuele hang-ups, ook zijn het de seksscènes die het verhaal van richting veranderen en voortstuwen. Zo bepalen Eddies nachten en dagen met Marion de loop en het doel van zijn leven, en zetten Ruths traumatische ervaringen op de Wallen - waar ze tijdens haar literaire research ziet hoe een prostituee gewurgd wordt - haar leven op het rechte spoor. Seks is een essentieel element van de 'love story' die Irving naar eigen zeggen heeft willen schrijven. En zoals je mag verwachten van de schrijver van The World According to Garp, waarin overspel onder meer wordt afgestraft met een afgebeten geslachtsdeel, komen de echte seksuele delinquenten ellendig aan hun einde. Zoals Irving in het gesprek met deze krant zei: “Vergeet niet dat ik uit New England kom, het stamland van de Puriteinen.”

Fotohaakjes

Net als T.Coraghessan Boyle, de dickensiaan die deze maand de tragikomedie Riven Rock publiceerde, behoort Irving tot de grote vertellers van de Amerikaanse literatuur. Karakter, plot en humor zijn bij hem allesoverheersend, zijn stijl is voor alles functioneel. Opmerkelijke beeldspraak zul je in A Widow for One Year nauwelijks vinden, maar bijzondere passages des te meer. Al in het eerste hoofdstuk wordt door de alwetende verteller duidelijk gemaakt waarom Ruth Cole voorbestemd is om schrijfster te worden. Haar hele jeugd heeft in het teken gestaan van haar twee oudere broers, die al voor haar geboorte zijn verongelukt: 'from her earliest memory, she was forced to imagine them.' Vanaf haar vierde, wanneer haar moeder het huis verlaat met medeneming van alle ingelijste foto's van haar broers, wordt dat alleen maar sterker. De fotohaakjes (als 'stalen kevers' aan de verder lege muren) worden het symbool van Ruths schrijverschap, en komen voortdurend in het boek terug - tot in de illustratie op het omslag toe.

In het verwerken van dit soort details is Irving goed. En ook in het voelbaar maken van de wanhoop van zijn personages. Die van de kleine Ruth bijvoorbeeld, op de dag dat niet alleen haar moeder weggaat maar toevallig ook de hechtingen uit een van haar vingers worden getrokken, zodat een dubbel litteken overblijft. Of de wanhoop van het zoontje van Ruth 35 jaar later, die na de dood van zijn vader steeds maar blijft vragen 'Where is daddy now?'. Ten minste zo knap is de subtiele manier waarop Irving vergelijkbare gebeurtenissen laat terugkeren in verschillende generaties, alsof hij wil zeggen dat iedereen altijd gedoemd is om de geschiedenis met de kleinst mogelijke variatie te herhalen.

A Widow for One Year heeft bijna alles dat het tot één van de hoogtepunten van Irvings oeuvre zou moeten maken. En toch merkte ik dat ik in de eerste driehonderd pagina's een beetje moest worstelen, dat me zelfs een keer de gedachte overviel dat de personages en hun belevenissen niet interessant genoeg waren om bijna twintig uur leestijd te rechtvaardigen. Het kan liggen aan de wijdlopigheid van Irving, die met de jaren groter lijkt te worden en die er in A Widow for One Year bijvoorbeeld toe leidt dat er duizenden woorden worden vuil gemaakt aan een partijtje squash of een schrijversoptreden. Het kan ook liggen aan twee overvloedig gebruikte stijlmiddelen die al na een paar bladzijden gaan ergeren: het plaatsen van zinsdelen, zinnen en zelfs alinea's tussen haakjes, en het onnodig cursiveren van woorden om de lezer ervoor te behoeden dat hij iets belangrijks mist.

Maar er is nog iets anders dat verhindert dat de nieuwe roman van Irving het verwachte literaire equivalent van een rit in de achtbaan is: de schrijver is te duidelijk aanwezig in zijn eigen boek, hij schept te weinig afstand tussen zichzelf en zijn alter ego. En wat erger is, hij valt de lezer lastig met zijn poëtica en de praktijk van het schrijverschap. Vooral in het midden van het boek, wanneer we Ruth volgen op een promotietournee van New York via Duitsland naar Amsterdam, is het alsof we worden toegesproken door de bestsellerschrijver John Irving, kampioen van het goed geconstrueerde boek en de verbeelding in de literatuur. Wie wil weten hoe de maestro de ideeën voor zijn romans ontwikkelt, hoeft alleen maar het hoofdstuk 'Ruth's Diary, and Selected Postcards' te lezen. En als felle aanval op het (auto)biografisme in de literatuur is dit slechts één van de vele te citeren passages: 'Any novelist worthy of the name ought to be able to invent a more interesting character than any real person.'

Echte weduwe

Toegegeven, de kwestie waar Irving in A Widow for One Year telkens op terugkomt - de fantasie versus de directe weergave van de werkelijkheid - is actueel. Zeker in Nederland, waar schrijvers bij voorkeur teruggrijpen op hun eigen leven, en waar het nauwelijks gefictionaliseerde relaas van een echte weduwe ten minste een jaar lang de bestseller-lijsten zal domineren. Maar het heeft iets ironisch dat Irving zijn pleidooi voor de literaire verbeelding afsteekt in een boek dat wordt ontsierd door overbodige autobiografische elementen. Wat is er toch gebeurd met de verhalenverteller die zijn naam vestigde met romans die even uitzinnig als overtuigend waren?

John Irving ziet zichzelf graag zoals hij Ruth Cole beschrijft: 'a well-respected literary novelist and an internationally best-selling author'. Het laatste is hij al sinds 1976, toen The World According to Garp een even succesvolle bewerking van de Zeitgeist bleek als Joseph Hellers Catch-22 in de jaren zestig. Maar aan hoog-literaire erkenning heeft het Irving tot zijn eigen spijt (en ten onrechte) altijd ontbroken. Met zijn laatste twee romans, zo lijkt het, heeft hij geprobeerd om de academische highbrow-lezer aan zich te verplichten. Deed hij in A Son of the Circus al afstand van zijn typisch negentiende-eeuwse chronologische vertelwijze ('van de wieg tot het graf'), in A Widow for One Year gaat hij nog een stap verder: hij introduceert op een nauwverholen manier zichzelf in zijn verhaal en neemt stelling in een literaire discussie. Dat maakt het hart van het boek tot oninteressante meta-literatuur.

Misschien wel het belangrijkste thema van de grote Irving-romans - The World According to Garp, The Cider House Rules, A Prayer for Owen Meany - is het verlies van onschuld. De hoofdpersonen zijn naïeve, jongensachtige mannen die er bij het volwassen worden achter komen dat de wereld geen paradijs is, dat Amerika niet de ideale samenleving is die de Puriteinse kolonisten ooit opzetten als een voorbeeld voor de Oude Wereld. Hun worsteling met de corruptie van de wereld levert adembenemende literatuur op - boeken die je soms hardop lachend leest en die je dichtslaat met tranen in je ogen.

Dit soort emoties overvallen je niet bij het lezen van A Widow for One Year. Er is alleen dat ene bange vermoeden dat zich niet gemakkelijk af laat schudden: John Irving heeft zijn onschuld als verhalenverteller verloren.

Er waren natuurlijk nog wel enkele blanke vrouwen, al waren ook dat soms geen Nederlandse - in de Sint Annenstraat en de Dollebegijnensteeg bijvoorbeeld, en ook in een steeg waarvan Ruth wou dat Maarten en Sylvia haar die hadden bespaard. De Trompetterssteeg was niet gewoon smal voor een steeg, maar zelfs nog te smal voor een gang binnenshuis. (...)

Uit: John Irving, Weduwe voor een jaar, vertaald door Sjaak Commandeur. Verschijnt 15 april bij Ambo/Anthos in een gebonden editie (ƒ 59,50) en als paperback(ƒ 49,50)

De vuile, vochtige muren gaven af op de rug en borst en schouders van de kleren van de mannen, want ze moesten zich tegende muren drukken om elkaar te laten passeren. De prostituees voor hun raam of in hun deuropening waren zo dichtbij dat je ze kon ruiken en aanraken, en je kon nergens anders kijken dan recht in het gezicht van de volgende prostituee, en de daarop volgende. Of - erger nog - in de gezichten van de struinende mannen, gespitst als ze waren op de beweeglijke, uitgestoken vrouwenhanden die contact zochten met de een, contact zochten met de volgende.