Schilderijen als mooie plaatjes

Ted van Lieshout: Stil leven: Een tentoonstelling. Sun, 58 blz. Vanaf 10 jaar. ƒ 34,50

Toen dubbeltalent Ted van Lieshout in 1992 een Zilveren Griffel kreeg voor de dichtbundel Mijn botjes zijn bekleed met deftig vel was hij kwaad dat hij geen gouden kreeg en dat zijn illustraties niet waren bekroond. Inmiddels heeft hij de Gouden Griffel binnen, maar bekroning van zijn illustraties bleef uit. Dat moet zuur zijn voor iemand die van huis uit beeldend kunstenaar is. Van Lieshout studeerde aan de Rietveld Academie in Amsterdam en gaf les aan de Koninklijke Academie in Den Haag.

In zijn eerste non-fictieboek, het prachtig vormgegeven Stil leven, staat hij wederom voor de kunstklas. Het boek behandelt de geschiedenis van de westerse beeldende kunst op het platte vlak. In bepaalde opzichten is het een traditioneel kunstgeschiedenisboek. Van Lieshout begint bij de grotschilderingen van Lascaux (± 15.000 voor Christus) en eindigt bij de virtual reality-versie van de grot. Hij behandelt de beroemde meesterwerken, hij schetst de belangrijkste ontwikkelingen en hij legt keurig uit wat perspectief en abstracte kunst is.

Maar Stil Leven heeft verder weinig gemeen met een echt studieboek. Van Lieshout is daar veel te eigenwijs voor. Hij geeft vooral zijn strikt persoonlijke visie die gekleurd wordt door allerlei zaken die een kunsthistoricus irrelevant zou vinden. Een prent van Dürer vindt hij bijvoorbeeld leuk omdat er zoveel 'piemels' in verstopt zitten.

Waar het boek zich in onderscheidt, is de manier waarop Van Lieshout de verheven sfeer die rond de kunst hangt onderuit haalt. Onbevangen als een kind ziet hij de schilderijen vooral als mooie plaatjes, niet gehinderd door wat de historici er verder bij getheoriseerd hebben. Zijn nuchtere blik werkt bevrijdend en is ook heel grappig. Over de legendarische glimlach van Mona Lisa (1506) schrijft hij: 'Ik vind het zelf trouwens veel gekker dat ze geen wenkbrauwen heeft, maar daar hoor je nooit iemand over.'

Verfrissend baldadig is ook dat hij enkele schilderijen heeft opgenomen omdat hij ze 'spuuglelijk' vindt. Lunch in het gras (1863) van Manet vindt hij 'een van de stomste schilderijen' die hij kent. De middeleeuwen slaat hij grotendeels over omdat de kunst toen 'stijf' en 'expres saai' was. Masaccio vond hij vroeger een 'kluns' maar kan hij nu wel waarderen.

Denk nu niet dat Van Lieshout de kunstgeschiedenis niet serieus neemt en er nonchalant doorheen stampt. Stil Leven is juist de getuigenis van een hartstochtelijke liefhebber. Hij heeft ook meer te vertellen dan welke plaatjes hij mooi vindt.

Wat hij bijvoorbeeld heel mooi schetst, is de lijn van de vroeg-middeleeuwse kunstenaar als anonieme ambachtsman naar de moderne kunstenaar à la Duchamp die alleen maar voorwerpen hoeft aan te raken om ze tot kunst te maken. Deze ontwikkeling, waarin de persoonlijkheid van de kunstenaar steeds belangrijker wordt, interesseert Van Lieshout omdat hij steeds weer op zoek is naar het persoonlijke verhaal achter een schilderij.

Volgens Van Lieshout wordt het werk van Michelangelo en Dürer getekend door het feit dat ze onderdrukte homo's waren. Daarom zou Michelangelo zo graag 'blote kerels' schilderen: 'Zelfs de vrouwen die hij schilderde zijn eigenlijk kerels met een jurk aan'. Uit het doek Judith en Holofernes (±1620) kan Van Lieshout duidelijk afleiden dat de schilder Artemisia Gentileschi een vrouw is. Bij het onthoofden van Holofernes probeert Judith namelijk zo weinig mogelijk bloedspatten op haar jurk te krijgen. 'Want wie moesten thuis de was doen? Precies, de vrouwen.'

Uit boeken als Mijn botjes zijn bekleed met deftig vel en Een lichtblauw kleurpotlood en een hollend huis bleek al dat Van Lieshout een eclecticus is. Hij zet vele stijlen en technieken naast elkaar en de kijker moet zelf maar uitkiezen wat hij mooi en lelijk vindt. Ook in Stil leven werkt hij zo. Hij schopt de chronologie vaak flink in de war om schilderijen, die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben, naast elkaar te zetten. Hierdoor geeft het ene schilderij commentaar op het andere. Zo passen de kleuren en lijnen van Mondriaans Compositie XIV (1913) wonderwel bij het Interieur van de St.-Odulphuskerk te Assendelft (1649) van Pieter Saenredam. De schilderijen gaan een 'dialoog' aan, zoals museumdirecteur Rudy Fuchs dat graag ziet. Het zou leuk zijn als hij Van Lieshout, in navolging van Komrij en Mulisch, een expositie laat samenstellen in het Stedelijk Museum.