'Rijdende' psychiaters volop in touw

Voor één op de drie zwaar gestoorde patiënten bestaat in Amsterdam geen opvangmogelijkheid. Zij moeten elders worden ondergebracht of langer in een politiecel blijven. 'Rijdende psychiaters' proberen de eerste nood te lenigen.

AMSTERDAM, 20 MAART. De 47-jarige vrouw zit dicht tegen de hoogopgedraaide gaskachel aan. Ze huilt met het hoofd op een opgetrokken knie en veegt de tranen weg met de mouw van haar nylon pyama. “Alles is flarden. Ik ben zo vreselijk bang. Ik moet me altijd maar groot houden, maar ik kan het niet meer”, zegt ze.

Schichtig, met een gezicht vol rode strepen, kijkt ze naar de verpleger en de arts van het gealarmeerde crisisteam.

De twee luisteren vooral en stellen in het begin geen vragen. Een vroegere buurman houdt vrijwillig de wacht in het keukentje waar lang niet is gekookt.

“Ze is weggepest uit haar vorige woning in Noord en nu huilt ze al drie dagen. Ze eet niet en dreigt er een eind aan te maken. Ik kan niet weg en het onderzoeksbureau in Osdorp heeft gezegd dat ze de zaak aan u heeft overgedragen. Ik krijg haar niet meer recht”, zegt hij en heft met een hulpeloos gebaar zijn handen in de lucht.

De 'rijdende psychiaters' rukken steeds vaker uit. De professionele hulpverleners vechten tegen lange wachtlijsten voor opnames. Na de sluiting van psychiatrische inrichtingen zijn er niet voldoende bedden te vinden voor ernstig gestoorde patiënten. Vaak moeten patiënten eerder dan goed voor hen is uit de isoleerbedden om plaats te maken voor nieuwe ernstige gevallen. Maar als dat te vroeg gebeurt, schaadt het de behandeling.

Waren er enkele jaren geleden nog geen 200 gedwongen opnames, omdat de patiënten een bedreiging voor zichzelf of voor hun omgeving vormden, nu zijn het er in Amsterdam alleen al meer dan zeshonderd per jaar. In andere grote steden nemen die aantallen ook sterk toe. Vaak komen de patiënten op straat terecht als mompelende of schreeuwende daklozen.

“We hebben de gekken eerst van de stad naar de duinen gebracht. En toen moesten ze enkele jaren geleden weer vanuit de duinen (Santpoort) naar de stad. Maar hier weten we er onvoldoende raad mee,” klaagt een van de medewerksters van het Crisiscentrum op het ochtendrapport.

Voor de huilende vrouw is er maar voor korte tijd ruimte in het crisiscentrum. De nacht tevoren belandde een andere cliënt in een politiecel. Het was een twijfelgeval, maar er was geen bed beschikbaar. Ook toen waren de hulpverleners op weg in hun kleine rode autootje met blauwe koffers vol spuiten, pillen en formulieren. Rob had met een knots staan zwaaien met een lange ketting eraan. Hij had medebewoners in het opvancentrum na een rel in de keuken bedreigd: “Kom eens naar buiten als je durft. Ik moet met een paar van jullie afrekenen. Dat is mijn heilige plicht.”

Gewone ziekenhuizen weigeren patiënten die behalve lichamelijke klachten ook geestelijke ziekteverschijnselen hebben, aldus de medisch directeur van het Crisiscentrum, P. Hanneman. “Een internist maakt zelf uit wie opgenomen wordt. Is er ook een geestelijke stoornis naast andere klachten, dan wil hij al vlug dat de patiënt naar een psychiatrische kliniek gaat. Maar daar is nauwelijks plaats. Bovendien moet de patiënt ook opgenomen worden om diens suikerziekte te kunnen behandelen of een blaasontsteking of een nierprobleem. Die klachten leiden vaak tot verwardheid, maar er is wel snelheid geboden om die te behandelen. Langer verblijf in een politiecel of op straat of thuis is funest.”

Hannemans grootste klacht is dat politici nauwelijks belangstelling hebben voor de problemen in de psychiatrische hulpverlening. “Rammelen met de collectebus voor Astma Fonds of Hartstichting is vertrouwd. Daar zijn we aan gewend en daar doen we iets aan. Maar de steeds toenemende nood van psychiatrische patiënten krijgt veel minder aandacht, terwijl de samenleving verhardt. Vroeger ging een psychotische zoon nog wel eens een tijdje naar de boerderij van oom Geert, of kon een dementerende oude tante nog bij een familielid terecht. Dat zie je haast niet meer.”

De hele tendens in de gezondheidszorg om patiënten minder op zaal te verplegen en zo snel mogelijk ambulant te maken, werkt volgens Hanneman niet bij ernstig gestoorde patiënten. Behandeling thuis is vaak onmogelijk en ook kostbaar. Zou het wel lukken, dan moeten er tal van andere voorzieningen komen zoals huishoudelijke en verpleegkundige hulp, instructie voor de vrijwillig verplegenden en therapie.

“We worden langzamerhand in de psychiatrie hier de stofzuiger van de samenleving en daar pas ik voor”, zegt professor P. Eikelenboom van de Valeriuskliniek. “Er worden steeds meer dwangbevelen opgelegd om mensen van de straat te krijgen. Schuif het maar af, al die verantwoordelijkheden. Zo dreigt er een tweederangsgeneeskunde voor tweederangsburgers, voor de ouderen met name. Waarom werd de geriatrische afdeling van het Slotervaartziekenhuis gesloten? Wat betekent verwardheid bij ouderen? Aan de geriatrie zouden we veel meer moeten doen. Dat los je niet op in een isoleerbed.”

Hoofdinspecteur Geestelijke Volksgezondheid, R. Smeets, kent de problemen. De inspectie waarschuwt al jaren. “Op papier zouden er voldoende bedden moeten zijn, maar ik geef volmondig toe dat er na de sluiting van de grote psychiatrische instellingen te weinig plekken zijn om de asielfunctie in de verpleging te waarborgen, vooral in de grote steden waar het aantal in bewaarstellingen, (verplichte verpleging in afzondering), in enkele jaren is verdrievoudigd.”

Het ministerie van Volksgezondheid heeft na een brandbrief van hulpverleners uit Amsterdam opdracht gegeven de beschikbare bedden nog eens na te tellen. Hanneman begrijpt die houding slecht. “Al die getallen zijn ruim bekend. Er wordt langs elkaar heen gewerkt. Het gaat om maatregelen”, zegt hij.

De voornamen in dit artikel zijn gewijzigd om redenen van bescherming van de persoonlijke levenssfeer.