HBG dicht moeizaam Duitse gaten

HBG IN 1997

De Hollandsche Beton Groep moest zich gisteren in alle bochten wringen om toch nog een kleine winstgroei te laten zien. Aan de activiteiten in Nederland en Engeland ligt het niet, maar de gaten in Duitsland zijn nauwelijks te dichten.

Hoofdkantoor: Rijswijk

Aantal werknemers: 26.200

Omzet: 10,7 miljard gulden

RIJSWIJK, 20 MAART. Wanneer de familie Veraart zich de komende weken over de vakantiefolders buigt, zal de keuze vermoedelijk niet op Duitsland vallen. De heer des huizes, bestuursvoorzitter J. Veraart van HBG, moet wegens de grote problemen van het bouwconcern al te vaak in het buurland zijn. Daar bekijkt hij of de vele honderden miljoenen guldens van het moederbedrijf wel goed worden besteed.

De dramatische verliezen van de vorig jaar verworven dochter Wayss & Freytag verdrongen gisteren zelfs de slepende ruzie tussen HBG en de Duitse regering. Tijdens een toelichting op de jaarcijfers slaakte Veraart bijna een zucht van verlichting toen het beruchte Schürmann-complex in Bonn aan de orde kwam. “Ook een onderwerp waar we lekker lang over kunnen praten”, smaalde hij.

De Duitse overheid eist van HBG nog steeds 410 miljoen mark voor de ontstane schade aan het regeringsgebouw, maar de bouwer ontkent elke aansprakelijkheid en eist nu op zijn beurt dat een rekening van 30 miljoen mark wordt betaald. “De deskundigen van de rechtbank hebben hun onderzoek naar de beschuldigingen van de staat nog steeds niet afgerond en dat zegt misschien wel iets. In elk geval zien wij geen enkele reden om een voorziening te treffen, maar de zaak zal nog heel lang duren en dat is vervelend.”

Schrale troost voor Veraart is in elk geval dat de pijnlijke affaire in Bonn nooit zoveel schade kan aanrichten als de dure aankoop van Wayss & Freytag. De Duitse activiteiten van HBG zorgden voor een verlies van 425 miljoen gulden, hoofdzakelijk door deze dochter veroorzaakt. De slechte prestaties hebben er zelfs voor gezorgd dat de Duitse aannemer met een negatief eigen vermogen kampt. Om het bedrijf van de wisse dood te redden heeft HBG besloten tot een respectabele reddingsoperatie: de aandelen van Wayss, die op de beurs in Duitsland staan genoteerd, worden afgestempeld tot 10 procent van hun nominale waarde. Vervolgens krijgt elke aandeelhouder het recht om voor elk aandeel 11 nieuwe aandelen te kopen die 26,50 mark per stuk gaan kosten.

Wayss & Freytag kan er zeker van zijn dat deze operatie 360 miljoen mark oplevert, waardoor het eigen vermogen op circa 120 miljoen mark komt. Ook al hebben de aandeelhouders geen geloof meer in het bouwbedrijf, dan nog zorgt HBG voor het kapitaal. Daardoor kunnen de Nederlanders theoretisch (wanneer niemand anders meedoet) een belang van 97 procent opbouwen. Maar de gulle gevers uit Rijswijk gaan nog verder: om het eigen vermogen te versterken biedt HBG ook een achtergestelde lening aan van 80 miljoen gulden.

Na de kapitaalversterking kan de leiding bij Wayss & Freytag aan de slag. Op mededogen hoeft niemand meer te rekenen. “De slechte situatie op de Duitse markt is geen excuus.” Een lagere winst mag van Veraart, maar zulke verliezen zijn nooit te tolereren. Een grote reorganisatie moet een eind maken aan de verliezen: zo'n 10 procent van de 5000 medewerkers zal zijn baan verliezen, nadat vorig jaar al een deel van de directie en 12 procent van de banen zijn verdwenen.

Veraart van HBG blijft geloven in de potentie van Duitsland met zijn 80 miljoen inwoners, zeker “nu zelfs elke konijnenfokvereniging naar Berlijn wil verhuizen. Als de markt weer in evenwicht is, willen wij met Wayss & Freytag weer tot de top behoren.” Dubieuze debiteuren, omvallende onderaannemers en de concurrentie via goedkope niet-Duitse werknemers moeten maar voor lief worden genomen. Wanneer het herstel in de Duitse bouw doorzet durft Veraart niet meer te voorspellen. “Ergens in de volgende eeuw.”

De potentie van de Duitse markt mag groot zijn, HBG dreigt wel een kat in de zak te hebben gekocht. Toen vorig jaar bekend werd dat de nieuwe dochter in 1996 een verlies van 90 miljoen mark had gerealiseerd, wist HBG zeker dat dit resultaat “aanzienlijk verbeterd” zou worden. Gisteren moest een viervoudig verlies worden gepresenteerd. Dat een deel (217 miljoen gulden) van de voorziening wordt afgeboekt van de goodwill - de betaalde premie bij de overname - geeft bovendien aan dat de acquisitie veel te duur is geweest. Voordeel van deze balansoperatie is dat zo'n afboeking geen effect heeft op de winst.

Wel effect op het nettoresultaat heeft het restant van de voorziening voor Wayss & Freytag, nog eens 200 miljoen gulden. Om de nettowinst rond het niveau van 120 miljoen gulden te houden kon HBG gelukkig rekenen op een spaarpotje met 65 miljoen: door enkele grote klussen probleemloos af te sluiten mocht de bouwer dit potje in 1997 omkeren. De verkoop van dochter Zeeboor (45 miljoen) en meevallers uit de holding (31 miljoen) konden de schade verder beperken.

Het Duitse verlies werd ook gecompenseerd door de andere activiteiten: de baggerafdeling bracht maar liefst 79 miljoen op, bij een omzet van 785 miljoen. Ook de resultaten in Nederland (50 miljoen) en in Engeland (10 miljoen, ondanks de integratie van de nieuwe dochter Higgs & Hill) stemden Veraart tevreden.

Naast “de ellende die we in Duitsland over ons heen hebben gekregen” kon de bestuursvoorzitter van HBG redelijk tevreden terugkijken. “Gelukkig hebben we zowel in financiële zin als wat betreft het management het vermogen om deze problemen op te lossen.”

Deze boodschap was natuurlijk niet aan Duitse oren besteed. Bij Wayss & Freytag moet snel orde op zaken worden gesteld, want zelfs het financieel stabiele HBG kan dergelijke reddingsacties niet jaarlijks verrichten.