Giles Foden

Giles Foden: The Last King of Scotland. Faber, 330 blz. ƒ 33,60

De 'President for Life Field Marshal Al Hadj Doctor Idi Amin Dada, VC, DSO, Lord of All the Beasts of the Earth and Fishes of the Sea, King of the Scots and Conqueror of the British Empire in Africa in General and Uganda in Particular' en een van diens Schotse 'onderdanen' vormen het onderwerp van de razend knappe debuutroman van Giles Foden (1967). Foden vertelt het verhaal van Nicholas Garrigan, een jonge, naïeve Schotse arts die besluit zijn geluk te beproeven in het buitenland. Hij arriveert in Oeganda op 24 januari 1971, één dag voor de machtsovername door Idi Amin. Garrigan laat zich echter niet afschrikken, en gaat gewoon aan het werk in het bushziekenhuis waar hij verwacht wordt.

Op een kwade dag botst Amin daar met zijn rode Maserati tegen een koe op en bezeert zijn pols. Garrigan verbindt hem, en wordt niet veel later in Kampala ontboden als Amins lijfarts: 'You couldn't say no. Or I didn't think, back then, that you could. Or I didn't really think about it at all.' Hij raakt gefascineerd door Amins sterke persoonlijkheid, en brengt het al snel tot vertrouweling van de dictator. Gaandeweg wordt hij echter steeds dieper Amins helse, paranoïde universum binnengezogen, en pas wanneer het land al bijna in chaos uiteen is gevallen, beseft hij wat er werkelijk gaande is.

Giles Foden heeft zelf ruim twintig jaar in Afrika gewoond, onder andere in Oeganda, en dat is goed te merken. De gedegen historische en medische kennis die op een vanzelfsprekende wijze in het boek is verwerkt, wordt aangevuld met beeldende beschrijvingen van landschap en mensen, die een dreigende sfeer oproepen. Maar het meest indrukwekkend is nog wel Fodens weergave van de relatie tussen de krankzinnige Amin en de passieve marionet Garrigan. The Last King of Scotland is daarmee een uitzonderlijke psychologische roman geworden.