Eerst mijn sculptuur terug

Theodore Vrettos: The Elgin Affair. The abduction of antiquity's greatest treasures and the passions it aroused. Secker & Warburg, 238 blz. ƒ 65,60

Telkens beginnen de Grieken, na zich enkele jaren rustig te hebben gehouden, een campagne om Engeland de sculpturen van het Parthenon te laten teruggeven. In het jaar 2000, is het tweehonderd jaar geleden dat de eerste stukken van de oude tempel afgehakt werden; in 1802 was alles in Londen aangekomen.

Lord Elgin, de Schot die de operatie bedacht had en liet uitvoeren, heeft er zijn naam mee verduurzaamd. Dat wil niet zeggen dat hij gunstig bekend staat. Al had hij de toestemming van de Turken die destijds in Griekenland heersten en heeft hij zijn rekeningen voldaan, niemand kan ontkennen dat hij misbruik maakte van de bezetting van het land.

Meteen in zijn eigen tijd had Elgin medestanders en tegenstanders. De schilder Turner bedankte hem per brief voor de redding van de kunstwerken uit de handen van de barbaren; de dichter Byron vond het een misdaad. Ook nu nog zijn de gemoederen in Engeland verdeeld. Als de sculpturen weer aan het Parthenon vastgemaakt konden worden zouden de voorstanders misschien in de meerderheid zijn. Maar niemand gelooft dat dat kan. En zelfs als het kon, zouden ze te lijden hebben van de vervuilde lucht van Athene. Op de achtergrond loert het argument dat er geen eind in zicht zou zijn als alle kunstwerken van de wereld naar hun land van herkomst terug moesten.

Waarschijnlijk zullen de marbles van Elgin in het British Museum blijven totdat de machtsverhoudingen in de wereld zo verschuiven dat de Grieken ze zonder vragen kunnen komen inladen.

Wij kunnen nu alleen proberen de Grieken te sussen door toe te geven dat Elgin zijn transport beter achterwege had kunnen laten en dat hij geen prettige man was. Na acht jaar als jong diplomaat op Europese posten hoorde hij in 1799 dat hij Constantinopel kon krijgen als hij eerst eens trouwde. Hij deed het inderhaast, met een rijk Schots meisje. Het geld van haar familie zal goed van pas gekomen zijn, want, al had hij iets van een plunderaar, het ontmantelen van het Parthenon heeft hem veel meer geld gekost dan hij ervoor heeft teruggekregen. Kort na zijn terugkeer in Engeland moest hij bovendien constateren dat zijn vrouw het hield met een andere Schot. Hij begon een echtscheidingsprocedure die veel aandacht trok, hertrouwde en leefde tot 1841.

Het is jammer dat Theodore Vrettos, die een eerder boek over dit onderwerp op zijn naam heeft, A Shadow of Magnitude, waarvan hij het nieuwe als een verbeterde versie aanbiedt, niet in staat blijkt om iets mooi uit te beelden. The Elgin Affair is zo onbekwaam geschreven, dat de lezer overvallen wordt door lachlust. Het geschiedverhaal is kluchtig van onhandigheid, maar nuttig voor wie de voornaamste feiten wil leren kennen.