Een volksopstand in Milaan met twee gezichten

Vandaag honderdvijftig jaar geleden, werden de Oostenrijkse troepen in Milaan na een spontane volksopstand de stad uitgejaagd. Onze redacteuren blikken dit jaar terug op de revolutionaire gebeurtenissen van 1848.

ROME, 20 MAART. Milaan viert deze dagen een feest met twee gezichten. De spontane volksopstand 150 jaar geleden tegen het Oostenrijkse bestuur legde een fundament voor de Italiaanse onafhankelijkheid, die ruim twaalf jaar later werd uitgeroepen. Maar de separatistische partij Lega Nord herdenkt de 'Vijf dagen van Milaan' als de eerste aanzet voor haar droom van een zelfstandig Noord-Italië.

Maandenlang hadden de Milanese revolutionairen op hun kans gewacht. Lombardije stond sinds het congres van Wenen in 1815 onder Oostenrijks bestuur. De Oostenrijkers gedroegen zich verlichter en correcter dan veel andere overheersers, maar het bleven buitenlanders. Zoals overal in Europa groeide ook in Milaan de roep om zelfbeschikking, gemengd met de droom om de verschillende staatjes op het Italiaanse schiereiland te verenigen tot één land.

Het aftreden van de Oostenrijkse prins Metternich bracht de lont in het kruitvat. In de nacht van 17 op 18 maart stelde een groep revolutionairen een appèl aan de bevolking op, met als hoofddoel de vorming van een eigen regering. “De bestemming van Italië is in onze handen”, zo luidde de tekst. “Eén dag kan het lot van een eeuw bepalen. We bieden vrede aan, maar vrezen de oorlog niet.”

De volgende dag stroomde een schreeuwende en dreigende menigte samen naar de gebouwen van de Oostenrijkse bestuurders. De opstandelingen nemen vice-gouverneur O'Donnell gevangen, en de macht kwam nu bij de bevelhebber van de Oostenrijkse troepen, Joseph Radetzky graaf Von Radetz (de man aan wie Johann Strauss senior een mars heeft opgedragen). Radetzky dreigde zijn kanonnen te richten op de menigte. De Milanezen antwoordden door de barricades te versterken.

De leiders vormden intussen een Revolutionair Comité. Maar, zoals de journalist en historicus Indro Montanelli schrijft: “Als alle Italiaanse comités van alle tijden en alle gelegenheden, brak het meteen in tweeën.” Een groep onder leiding van Gabrio Casati, lokaal bestuurder onder de Oostenrijkers, wilde contact zoeken met koning Carlo Alberto van Piemonte. Zij hoopten samen met hem de Oostenrijkers uit heel Italië te verdrijven. Een andere groep wantrouwde de standvastigheid en de democratische ideeën van de Piemontese koning en wilde op eigen kracht verder. Deze groep werd geleid door Carlo Cattaneo, een jurist die aanvankelijk niets wilde weten van de opstand. Maar hij liet zich meeslepen toen bleek dat de ongeregelde opstandelingen, bewapend met een paar honderd geweren, wat pistolen en hellebaarden die uit een museum waren gestolen, het goed-georganiseerde Oostenrijkse leger de baas werden.

Toen Radetzky op de ochtend van de 20ste maart een wapenstilstand voorstelde, wilde Casati daarop ingaan. Cattaneo wees dat af, omdat hij de Oostenrijkers geen tijd wilde geven zich te reorganiseren. Hij kreeg zijn zin. Radetzky vluchtte de stad uit en verschanste zich bij Verona.

Casati pleitte opnieuw voor een verbond met Carlo Alberto. Venetië was ook in opstand gekomen en Casati pleitte ervoor de krachten te bundelen. Dit kon volgens hem het begin zijn van het verenigde Italië onder leiding van Carlo Alberto. Cattaneo was tegen. Hij vertrouwde de koning niet en droomde ook meer van een federale republiek Lombardije in een soort gemenebest van de landen die toen deel uitmaakten van het Oostenrijks-Habsburgse rijk. Cattaneo geloofde niet in Italië - daarom heeft de Lega Nord hem uitgeroepen tot een van haar geestelijke vaders. Cattaneo verloor het pleit toen hij besloot niet zichzelf, maar een zwakkere medestander kandidaat te stellen voor de nieuwe regering die na vijf dagen volksopstand werd gevormd. Casati kreeg hierin de overhand en Carlo Alberto verklaarde de oorlog aan Oostenrijk. De Milanese revolutie werd nu verdedigd door de Piemontese troepen, die steun kregen uit heel Italië.

Radetzky was toen 82 jaar, maar bleek ondanks zijn hoge leeftijd nog een geniaal veldheer. Hij won tijd door zich te verschansen in een bijna onneembare positie bij Verona en bereidde zich voor op de tegenaanval. Twee maanden na de opstand opende hij het tegenoffensief, en geleidelijk aan won hij terrein terug. Na een reeks veldslagen werd in augustus Milaan weer bezet.

In de vijf dagen opstand in Milaan zijn naar schatting 1.200 mensen gedood, gelijkelijk verdeeld over Oostenrijkers en Milanezen. Het was voor het eerst dat het volk in verzet kwam en zelfbeschikking eiste. Dat bewees dat de droom van een onafhankelijk Italië meer was dan de hersenschim van een paar intellectuelen. De eerste oorlog werd verloren, maar de wapenstilstand van Salasco die daarna werd gesloten, bleek al snel niet meer dan een pauze in de strijd voor onafhankelijkheid te zijn. Giuseppe Mazzini, de visionaire revolutionair die de geestelijke vader van het Italiaanse eenheidsstreven was, zei: “De oorlog van de koningen is voorbij. De oorlog van het volk begint.”

    • Marc Leijendekker